ECLI:NL:GHAMS:2026:2288
Gerechtshof Amsterdam
- Uitspraak
- 25 juni 2026
- Zaaknummer
- 23-002425-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Hoger beroep
Inhoudsindicatie
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd vanwege proceseconomische redenen. De verdachte heeft samen met zijn mededader gepoogd om een portiekdeur open te krijgen door middel van het flipperen van een slot, met de bedoeling om, zoals hij ter terechtzitting in hoger beroep heeft toegegeven, vervolgens daar goederen weg te nemen. De verdachte verklaarde ter terechtzitting schoon schip te willen maken, maar verklaarde vervolgens dat hij tot op het moment dat hij voor de deur van de portiekwoning stond niet wist dat het de bedoeling was om in te breken en iets wederrechtelijk mee te nemen. Ook ontkende hij met een zaklamp te hebben geschenen. Verder heeft de verdachte weinig openheid betracht en geen inzicht gegeven in het motief van zijn handelen. Naar het oordeel van het hof lijkt het handelen van de verdachte wel degelijk doelbewust te zijn geweest. Het hof acht zijn verklaring dat hij zonder doel met zijn vriend is gaan rijden en naar het appartementencomplex is toegelopen niet geloofwaardig. Dat het niet tot een voltooide inbraak is gekomen, is enkel te danken aan een oplettende politieagent die buiten haar diensttijd de verdachte en de mededader op heterdaad heeft betrapt.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.