Naar hoofdinhoud

ECLI:NL:GHAMS:2026:2296

Gerechtshof Amsterdam

Uitspraak
12 augustus 2026
Zaaknummer
23-001071-24
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Hoger beroep

Inhoudsindicatie

OVAR overweging: Het hof staat voor de vraag of op basis van de stukken in het procesdossier de aanwezigheid van een ziekelijke stoornis en/of gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens ten tijde van het plegen van het ten laste gelegde kan worden vastgesteld, en of een causaal verband kan worden vastgesteld tussen die eventuele ziekelijke stoornis en/of gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens en het handelen van de verdachte. Het hof overweegt hiertoe het volgende. Uit het dossier en uit de beschikking van de rechtbank Noord-Holland van 31 mei 2023, vastgelegd op 5 juni 2023, waarin de rechtbank een zorgmachtiging verleent voor de verdachte, geldende tot en met 1 december 2023, en de daartoe gegeven motivering vloeit naar het oordeel van het hof voldoende voort dat de verdachte op dat moment lijdend is aan een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens, te weten manisch-psychotische ontregeling bij bekende schizofrenie. Naar het oordeel van het hof is het daarom aannemelijk om te concluderen dat dit ook zo was ten tijde van het tenlastegelegde op 8 september 2023 en dat de verdachte de hem verweten gedraging onder invloed van die stoornis heeft begaan. Een en ander brengt mee dat de verweten gedraging niet aan de verdachte kan worden toegerekend.

Uitspraak

Lees de hele uitspraak met een gratis account

Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.