ECLI:NL:GHDHA:2026:2076
Gerechtshof Den Haag
- Uitspraak
- 4 juni 2026
- Zaaknummer
- 22-002394-23
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Hoger beroep
Inhoudsindicatie
De verdachte heeft met een luchtbuks op drie personen geschoten en daarbij twee van hen ook daadwerkelijk (ernstig) verwond. Opzet op de dood van de aangevers kan niet worden bewezen, noch in de vorm van vol opzet, noch in de vorm van voorwaardelijk opzet. Hoewel uit onderzoek blijkt dat een luchtbuks potentieel dodelijk kan zijn, biedt het dossier geen aanknopingspunten dat de verdachte dit wist of had moeten weten. Daarbij is van belang dat het bezit en gebruik van een luchtdrukwapen in zijn algemeenheid niet verboden is ingevolge de Wet wapens en munitie (Wwm). Het voorwaardelijk opzet op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel is wel bewezen. Het door de verdachte gebruikte luchtdrukwapen is wat betreft vorm en afmeting nauwelijks van een echt wapen te onderscheiden, wat handelen in strijd met de Wwm oplevert. Vrijspraak van de bedreiging van een arrestantenbewaarder in verband met onduidelijkheid over diens identiteit.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.