ECLI:NL:GHDHA:2026:441
Gerechtshof Den Haag
- Uitspraak
- 23 maart 2026
- Zaaknummer
- 22-001391-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Hoger beroep
Inhoudsindicatie
Is het onverhoeds knuffelen en daarbij in de nek zoenen van een collega een ontuchtige handeling in de zin van art. 246 Sr (oud)? Het hof oordeelt dat de verdachte meerdere uitdrukkelijke lichamelijke signalen van de aangeefster dat zij afstand van hem wilde houden, heeft genegeerd door haar toch naar zich toe te trekken, te knuffelen en haar daarbij in haar nek te zoenen. Naar het oordeel van het hof is dit, gelet op alle omstandigheden, een handeling van seksuele aard, die strijdig is met de sociaal-ethische norm, zodat sprake is van een ontuchtige handeling in de zin van art. 246 Sr (oud).
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.