ECLI:NL:GHSHE:2026:2212
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Uitspraak
- 31 juli 2026
- Zaaknummer
- 20-001422-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Hoger beroep, Op tegenspraak
Inhoudsindicatie
Het hof is op grond van het onderzoek ter terechtzitting en het onderliggende dossier van oordeel dat de verklaringen van aangeefster voor wat betreft de ontuchtige handelingen in onvoldoende mate worden ondersteund door andere bewijsmiddelen. Het hof acht de inhoud van de WhatsApp-gesprekken die de verdachte en aangeefster met elkaar hebben gevoerd en de verklaring van de verdachte dat hij met aangeefster heeft afgesproken en hij haar ten tijde van die ontmoeting een knuffel heeft gegeven, onvoldoende om vast te stellen dan wel daaruit af te leiden dat de verdachte de tenlastegelegde ontuchtige handelingen heeft verricht. De omstandigheid dat de verdachte in de WhatsApp-gesprekken met aangeefster seksueel getinte insinuaties heeft gemaakt en hij heeft erkend met aangeefster te hebben afgesproken en haar toen een knuffel te hebben gegeven, doen hier niet aan toe of af. Immers, beide genoemde bewijsmiddelen geven gezien de context van de verklaring zoals door aangeefster gedaan en de door haar gereleveerde fei
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.