ECLI:NL:HR:2018:2334
Hoge Raad
- Uitspraak
- 18 december 2018
- Zaaknummer
- 18/00738
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Cassatie
Inhoudsindicatie
Cassatie in belang der wet. Ongegrondverklaring door RC van bezwaarschrift tegen beslissing OvJ dat aan nabestaande/benadeelde partij (wiens vader door een misdrijf is overleden) geen afschrift of inzage van stukken wordt verstrekt. Heeft slachtoffer strafbaar feit, bij het uitblijven van vervolging, o.g.v. art. 51b.1 Sv recht met oog op doen van beklag a.b.i. art. 12 Sv kennis te nemen van stukken m.b.t. onderzoek n.a.v. dat strafbaar feit? HR beantwoordt deze vraag ontkennend. De wettelijke regeling (art. 12, 12f, 51a, 51ac en 51b Sv) waarborgt dat het slachtoffer voldoende mogelijkheden heeft om zich te informeren over de wenselijkheid en haalbaarheid van het doen van beklag a.b.i. art. 12 Sv en om in een dergelijke beklagprocedure zijn belangen te (doen) behartigen. Noch het belang van het slachtoffer, noch art. 6 en 11 Richtlijn 2012/29/EU en de wetsgeschiedenis, brengen mee dat art. 51b Sv aldus moet worden uitgelegd dat het slachtoffer aan die bepaling het recht kan ontlenen om met het oog op het doen van beklag a.b.i. art. 12 Sv kennis te nemen van stukken als hiervoor bedoeld. Daarbij komt dat ex art. 51b.1 Sv een verzoek tot kennisneming van processtukken die voor het slachtoffer van belang zijn moet worden ingediend bij OvJ die o.g.v. art. 51b.3 Sv kennisneming kan weigeren als de stukken niet als processtukken kunnen worden aangemerkt dan wel indien OvJ dit onverenigbaar acht met een van de in art. 187d.1 Sv vermelde belangen. Het gaat daarbij uitsluitend om het voorkomen van ernstige overlast voor een getuige, van ernstige belemmering van een getuige in de uitoefening van zijn ambt of beroep, van schade aan een zwaarwegend opsporingsbelang en van schade aan het belang van staatsveiligheid. Dit brengt mee dat aan bevestigende beantwoording van de hiervoor gestelde vraag het nadeel is verbonden dat in gevallen waarin (nog) geen vervolging plaatsvindt, niet goed valt te begrenzen welke - mogelijk zeer gevoelige - informatie uit het opsporingsdossier voor kennisneming aan het slachtoffer beschikbaar dient te worden gesteld. De limitatieve en in vergelijking met die genoemd in art. 12f.3 Sv restrictievere weigeringsgronden van art. 51b.3 Sv bieden immers niet in alle situaties voldoende aanknopingspunten voor die begrenzing. Volgt verwerping.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.