ECLI:NL:HR:2026:1113
Hoge Raad
- Uitspraak
- 30 juni 2026
- Zaaknummer
- 24/03730
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Cassatie
Inhoudsindicatie
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. medeplegen bedrieglijke bankbreuk door als bestuurder van rechtspersoon niet te voldoen aan zijn administratieplicht, meermalen gepleegd (art. 343.4 (oud) Sr), valsheid in geschrift, meermalen gepleegd (art. 225.2 Sr) en verduistering (art. 321 Sr). Dubbel verstek. Betekening dagvaarding in hoger beroep, art. 588.1.b.2 (oud) Sv. Had dagvaarding in h.b. moeten worden betekend op het namens verdachte in akte instellen h.b. opgegeven adres in Nederland, nu verdachte in BRP stond ingeschreven op adres in België? Als niet-gedetineerde verdachte niet in Nederland staat ingeschreven in BRP, dat wil zeggen: niet op adres in Nederland als ingezetene ingeschreven staat in BRP, maar van hem wel (feitelijke) woon- of verblijfplaats in Nederland bekend is, moet uitreiking van dagvaarding o.g.v. art. 588.1.b.2 (oud) Sv (nu artikel 36e.1.b.2 Sv) op dat adres plaatsvinden. Onbekendheid met feitelijke woon- of verblijfplaats kan o.m. niet worden aangenomen als niet is geprobeerd uitreiking van dagvaarding te doen plaatsvinden op adres dat uit stukken blijkt, voor de hand ligt en redelijkerwijs als feitelijke woon- of verblijfplaats van verdachte zou kunnen gelden. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om adres dat verdachte in akte h.b. heeft doen opnemen. Dit adres moet niet door latere opgave zijn achterhaald. Als o.g.v. daartoe ingesteld onderzoek als vaststaand kan worden aangenomen dat verdachte niet in Nederland staat ingeschreven in BRP en niet in Nederland is gedetineerd, en van hem ook niet feitelijke woon- of verblijfplaats in Nederland maar wel adres in buitenland bekend is, vindt betekening van dagvaarding plaats door toezending van dagvaarding, hetzij rechtstreeks aan laatst bekende adres van verdachte in buitenland, hetzij door tussenkomst van bevoegde buitenlandse autoriteit of instantie (art. 588.2 (oud) Sv; nu art. 36e.3 Sv) (vgl. HR:2002:AD5163). Uit voorgaande volgt dat in geval als dit, waarin feitelijke woon- of verblijfplaats in Nederland bekend is die niet achterhaald is, dagvaarding overeenkomstig art. 588.1.b.2 (oud) Sv (nu art. 36e.1.b.2. Sv) moet worden uitgereikt op adres in Nederland en niet kan worden volstaan met verzending naar (in BRP opgenomen) adres in buitenland. Uit stukken kan worden afgeleid dat verdachte t.t.v. betekenen van dagvaarding in h.b. niet was gedetineerd, dat hij niet in Nederland als ingezetene stond ingeschreven in BRP en dat van hem adres in Nederland uit stukken blijkt, dat voor de hand ligt en redelijkerwijs als feitelijke woon- of verblijfplaats van verdachte zou kunnen gelden, namelijk het adres dat verdachte in akte h.b. heeft doen opnemen. Uit stukken volgt echter niet dat is geprobeerd dagvaarding in h.b. uit te reiken op dat adres van verdachte. ‘s Hofs kennelijke oordeel dat dagvaarding in h.b. geldig is betekend is daarom, gelet op wat hiervoor is vooropgesteld en in aanmerking genomen dat uit stukken niet volgt dat in akte h.b. opgenomen adres t.t.v. betekenen van dagvaarding in h.b. was achterhaald door latere adresopgave, niet begrijpelijk. HR verklaart betekening van dagvaarding in h.b. nietig.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.