ECLI:NL:HR:2026:1145
Hoge Raad
- Uitspraak
- 7 juli 2026
- Zaaknummer
- 24/01474
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Cassatie
Inhoudsindicatie
Profijtontneming, w.v.v. uit medeplegen mensenhandel en deelneming aan criminele organisatie. Afwijzing van een voorafgaand aan tz. in hoger beroep gedaan en op nadere tz. in h.b. herhaald verzoek tot horen van medebetrokkene als getuige, op de grond dat het niet aannemelijk is dat getuige binnen aanvaardbare termijn kan worden gehoord, art. 288.1.a Sv. Op ontnemingsprocedure is art. 6.1 EVRM van toepassing, zodat in die procedure moet zijn gewaarborgd dat aan verdedigingsrechten van betrokkene wordt tegemoetgekomen (vgl. HR:2018:2023). In ’s hofs overwegingen ligt besloten dat hof opnieuw heeft beslist over (eerder toegewezen en door verdediging gehandhaafd) verzoek tot horen van medebetrokkene als getuige en dat beslissing inhoudt dat verzoek, met daaraan verbonden aanhoudingsverzoek, alsnog wordt afgewezen. Daaraan heeft hof ten grondslag gelegd dat, hoewel dit als voorwaarde aan eerdere toewijzing was verbonden, verdediging niet (tijdig) adresgegevens van getuige aan hof heeft verschaft. Deze afwijzing is ontoereikend gemotiveerd. Uit enkele omstandigheid dat verdediging gegevens niet heeft verstrekt, volgt immers niet dat onaannemelijk is dat getuige binnen aanvaardbare termijn kan worden gehoord. Voor oordeel hierover is o.m. van belang of verdediging over reële mogelijkheid beschikte om verblijfplaats van getuige te achterhalen en daarnaast of deze informatie mogelijk door inspanningen van justitiële autoriteiten zou kunnen worden achterhaald. Last tot achterhalen van verblijfplaats van getuige mag daarbij niet eenzijdig op verdediging worden gelegd. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 24/01370 P.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.