ECLI:NL:HR:2026:1195
Hoge Raad
- Uitspraak
- 7 juli 2026
- Zaaknummer
- 24/01698
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Cassatie
Inhoudsindicatie
Voorbereiding plofkraak, art. 157.1 jo. 46 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Afwijzing van een ttz. in hoger beroep gedaan verzoek om aanvulling van deskundigenrapport met onderliggende resultaten van eerder experiment, op de grond dat uit onderbouwing van verzoek niet blijkt dat gebruikte onderzoeksmethode en resultaten van onderzoek door verdediging worden betwist, art. 328 jo. 331 en 315.1 Sv. Raadsman heeft verzoek gedaan om aanvulling van tweede NFI-rapport met volledige onderzoeksopzet en resultaten van het in dat rapport genoemde eerdere experiment van NFI. Aan dat verzoek is ten grondslag gelegd dat NFI-deskundige in dat rapport voor zijn conclusies de set hypothesen heeft getoetst aan genoemd experiment en dat verdediging om betrouwbaarheid van die conclusies te kunnen toetsen, verzochte gegevens nodig heeft om aan de hand daarvan vragen te formuleren voor eigen deskundige. Ttz. in h.b. gedaan verzoek tot aanvulling van tweede NFI-rapport (dat neerkomt op verzoek tot, zo nodig nog, op schrift stellen van en toevoegen aan processtukken van de door verdediging genoemde gegevens m.b.t. eerder experiment van NFI) is verzoek a.b.i. art. 328 jo. 331 en 315.1 Sv. Maatstaf voor beoordeling van zo’n verzoek is of noodzaak daarvan is gebleken. In geval als dit, waarin door verdediging gedaan verzoek verband houdt met mogelijkheid om resultaten van het door deskundige verrichte onderzoek te (doen) onderzoeken, moet rechter bij beoordeling van verzoek erop acht slaan dat verdachte o.g.v. art. 6 EVRM recht heeft in de gelegenheid te worden gesteld om “truthfulness and reliability” (betrouwbaarheid) te (doen) onderzoeken van de door deskundige afgelegde verklaring, waaronder ook kan worden begrepen door deskundige uitgebracht schriftelijk verslag dat in dossier is gevoegd, als die verklaring of dat verslag voor verdachte belastende strekking heeft. In dit opzicht bestaat er geen verschil met recht dat aan verdachte in relatie tot getuigenverklaringen o.g.v. art. 6 EVRM toekomt “to test the truthfulness and reliability of evidence provided by witnesses which incriminates him or her”. Dit betekent dat, als verdachte kenbaar maakt dat hij betrouwbaarheid van belastende deskundigenverklaring wil (doen) onderzoeken, van verdediging in beginsel geen nadere onderbouwing van belang bij zo’n onderzoek mag worden verlangd (vgl. NL:HR:2025:1711). Hof heeft verzoek tot aanvulling van tweede NFI-rapport afgewezen en daaraan uitsluitend ten grondslag gelegd dat uit onderbouwing van verzoek niet blijkt dat gebruikte onderzoeksmethode en/of resultaten van onderzoek door verdediging worden betwist. Dit oordeel is niet zonder meer begrijpelijk, nu verdediging naar voren heeft gebracht dat gegevens over eerder NFI-experiment nodig zijn om (door haar betwiste) resultaten van NFI-onderzoek te kunnen controleren en te laten beoordelen door eigen deskundige. Volgt vernietiging en terugwijzing. CAG: anders.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.