Naar hoofdinhoud

ECLI:NL:HR:2026:1263

Hoge Raad

Uitspraak
14 juli 2026
Zaaknummer
24/03133
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie

Inhoudsindicatie

Bedreiging, art. 285.1 Sr. Vordering benadeelde partij t.z.v. immateriële schade (art. 6:106 BW) en oplegging schadevergoedingsmaatregel. Heeft hof aangegeven op welke in art. 6:106 BW vermelde grond de toewijzing van vordering b.p. is gebaseerd? Hof heeft vordering tot vergoeding van immateriële schade van b.p. als gevolg van bewezenverklaarde bedreiging toegewezen tot € 500, vermeerderd met wettelijke rente. Dat oordeel is ontoereikend gemotiveerd, mede in aanmerking genomen dat deze vordering namens verdachte gemotiveerd is betwist. Daarbij is van belang dat uit ’s hofs overwegingen niet kan worden afgeleid op welke in art. 6:106 BW vermelde grond en op welke door hof vastgestelde omstandigheden het hof de toewijzing van vordering b.p. heeft gebaseerd (vgl. HR:2026:822). Dat brengt mee dat ook oplegging van de in art. 36f Sr voorziene maatregel niet in stand kan blijven (vgl. HR:2019:901). Volgt (partiële) vernietiging en terugwijzing t.a.v. vordering b.p. en oplegging van schadevergoedingsmaatregel.

Uitspraak

Lees de hele uitspraak met een gratis account

Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.