ECLI:NL:HR:2026:1355
Hoge Raad
- Uitspraak
- 25 augustus 2026
- Zaaknummer
- 24/03708
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Cassatie
Inhoudsindicatie
Poging tot uitlokking van moord in 2023 in Nieuwegein, art. 46a jo. 289 Sr. Bewijsklacht “begin van uitvoering” a.b.i. art. 46a Sr. Kan uit bewijsvoering een begin van uitvoering van uitlokking van moord worden afgeleid? Het gaat in art. 46a Sr om tot ander gerichte gedragingen die er niet toe leiden dat het tot voorbereiding (a.b.i. art. 46 Sr) of begin van uitvoering (a.b.i. art. 45 Sr) komt (door die ander of derde) van misdrijf waarop die gedragingen waren gericht. Verder kan mede uit totstandkomingsgeschiedenis van art. 46a Sr worden afgeleid dat voor strafbare poging om ander te bewegen (tot begaan van misdrijf) a.b.i. art. 46a Sr is vereist dat gedragingen zijn verricht die kunnen worden beschouwd als begin van uitvoering van bewegen van ander door een of meer van de in art. 47.1.2 Sr genoemde “uitlokkingsmiddelen”. Dat is het geval bij gedragingen die naar hun uiterlijke verschijningsvorm zijn gericht op voltooiing van dat bewegen. Vraag of sprake is van zulke gedragingen, laat zich niet in algemene zin beantwoorden. Het komt aan op beoordeling van concrete omstandigheden van geval. Algemene regels kunnen daarvoor niet worden gegeven. Belangrijke beoordelingsfactor daarbij is hoe dicht vastgestelde gedragingen bij voltooiing van dat bewegen lagen, bijvoorbeeld in tijd en/of plaats, en hoe concreet deze daarop waren gericht (vgl. HR:2026:1030). Hof heeft in zijn bewijsvoering vastgesteld dat verdachte als gedetineerde 2 brieven heeft geschreven die waren gericht aan en bedoeld voor B. Een van brieven, voorzien van postzegel en retouradres, is onderschept in postkamer van penitentiaire inrichting en was door verdachte aangeboden om te worden verstuurd. Die brief houdt onder meer in dat A aangifte heeft gedaan tegen verdachte en “gepakt” moet worden, dat het “afgelopen” moet zijn met hem, dat het “goed gedaan” moet worden, dat er geen bewijs moet zijn en dat neef van verdachte de geadresseerden betaalt. Verder houdt die brief in dat A in bepaalde stad woont, in jeugdgevangenis werkt, in zwarte auto rijdt en altijd werkt op donderdagochtend van 7 tot 3: “In de ochtend is het beste. Weinig mensen.” Nadat deze brief was onderschept, is andere brief (die klaar was voor verzending) aangetroffen in cel van verdachte. Die brief houdt o.m. in dat tegen B gezegd moet worden dat A “afgemaakt moet worden”, dat A aangifte heeft gedaan tegen verdachte en dat verdachte door hem vastzit. Verder houdt deze brief in dat het snel moet “gebeuren”, dat “die jong” de geadresseerde vertelt hoe onder anderen A kan worden gepakt, dat “alle spullen bij die jong zijn” en dat hij die kan pakken, en “niet over de telefoon. Daarom stuur ik een brief.” Kort voor zijn aanhouding heeft verdachte op internet geïnformeerd naar kopen van vuurwapen. In bericht aan website heeft hij gevraagd of hij voor kopen van vuurwapen vergunning nodig heeft. Op zijn telefoon zijn meerdere zoekopdrachten naar A aangetroffen en verdachte heeft vlak voor zijn aanhouding gesprek gehad waarin hij zegt dat A moet worden “gepakt” omdat hij verdachte heeft verraden. O.g.v. deze vaststellingen heeft hof overwogen dat verdachte in zijn (in postkamer onderschepte) brief concrete informatie verschaft over zijn doelwit, door aan te geven waar A woont, waar hij werkt, op welke tijden hij werkt en in welke auto hij rijdt. Verder heeft hof overwogen dat doen van belofte dat B geld zal krijgen, net als verschaffen van concrete informatie over doelwit aan B, kunnen worden aangemerkt als uitlokkingsmiddel a.b.i. art. 47.1.2 Sr. Op dit alles heeft hof zijn oordeel gebaseerd dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan tlgd. “poging tot uitlokking van moord”. In het licht van wat is vooropgesteld getuigt dit oordeel niet van onjuiste rechtsopvatting. Oordeel (waarin besloten ligt dat aan post aanbieden van eerste brief met genoemde inhoud concreet was gericht op bewegen van geadresseerde tot vermoorden van A, en in tijd dicht bij voltooiing van dat bewegen lag) is, mede in het licht van ‘s hofs andere vaststellingen, toereikend gemotiveerd. Volgt verwerping.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.