ECLI:NL:HR:2026:1363
Hoge Raad
- Uitspraak
- 25 augustus 2026
- Zaaknummer
- 24/03554
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
Inhoudsindicatie
Burenruzie. Poging tot doodslag door met hockeystick op hoofd van buurman te slaan (art. 45 jo. art. 287 Sr). 1. Noodweerexces, onttrekkingsvereiste (subsidiariteitsvereiste), art. 41.2 Sr. Kon hof oordelen dat verdachte zich had moeten en kunnen onttrekken aan dreigende aanranding? 2. Vordering benadeelde partij t.a.v. immateriële schade, eigen schuld. Is sprake van eigen schuld a.b.i. art. 6:101 BW, nu aangever dreigende aanval heeft veroorzaakt en zich ook niet onbetuigd heeft gelaten? 3. Schriftuur b.p. Kan betoog dat ’s hofs arrest (wat betreft verwerping van beroep op noodweerexces en beroep op eigen schuld) in stand kan blijven, worden aangemerkt als middel a.b.i. wet? Ad 1. en 2. HR: art. 81.1 RO. Ad 3. Als cassatierechter onderzoekt HR alleen middelen a.b.i. wet. Dat geldt ook voor middelen a.b.i. art. 437.3 Sv. Als zo’n middel kan alleen gelden stellige en duidelijke klacht over rechtspunt betreffende haar vordering. Schriftuur voldoet niet aan dit vereiste, zodat deze onbesproken moet blijven.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.