ECLI:NL:HR:2026:477
Hoge Raad
- Uitspraak
- 14 april 2026
- Zaaknummer
- 24/04701
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Cassatie
Inhoudsindicatie
Doodslag door zijn echtgenote in haar eigen woning met lap stof te wurgen (art. 287 Sr) en doden van hun hond door deze aan zijn riem op te hangen (art. 2.10.1 Wet dieren). Strafmotivering (gevangenisstraf van 14 jaren en 6 maanden), straf naar mate van schuld. Heeft hof verzuimd te motiveren hoe omstandigheid dat bewezenverklaarde doodslag in verminderde mate aan verdachte kan worden toegerekend, is betrokken bij strafmaat? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2022:975 m.b.t. ruime straftoemetingsvrijheid van feitenrechter en motiveringsvoorschriften van art. 359.2, 359.5 en 359.6 Sv. HR ziet geen aanleiding om af te wijken van HR:1985:AC4252, waarin is overwogen dat “mate van schuld” niet enige factor is die rechter in acht moet nemen bij strafoplegging maar “dat hij ook rekening kan houden met andere omstandigheden van feitelijke aard zoals schok die ernstig misdrijf in rechtsorde heeft teweeggebracht en generaal en speciaal preventieve werking welke van dergelijke straf uitgaat”. Dat neemt niet weg dat tot factoren die van belang kunnen worden geacht bij keuze van de op te leggen straf, kan worden gerekend omstandigheid dat rechter oordeelt dat bewezenverklaard feit in verminderde mate aan verdachte kan worden toegerekend. Het ligt in zo’n geval in de rede dat rechter een zekere matiging van de op te leggen (gevangenis)straf in overweging neemt. Rechter hoeft beslissing of en, zo ja, hoe hij bij strafoplegging met die omstandigheid rekening houdt, in beginsel niet te motiveren. Dat is anders als verdediging of OM een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt inneemt over concrete gevolgen van verminderde toerekenbaarheid voor straftoemetingsbeslissing. Rechter moet dan o.g.v. art. 359.2 (tweede volzin) Sv nader motiveren waarom hij tot een van dat standpunt afwijkende beslissing komt. Hof heeft geoordeeld dat verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar is te beschouwen t.a.v. bewezenverklaarde. Verder heeft hof de oplegging van onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 15 jaren als passend en geboden beschouwd. Daartoe heeft hof o.m. in zijn overwegingen betrokken aard en ernst van bewezenverklaarde, omstandigheden waaronder bewezenverklaarde is begaan, persoon van verdachte, gevolgen van bewezenverklaarde doodslag voor nabestaanden van slachtoffer, straffen die doorgaans in vergelijkbare zaken worden opgelegd en omstandigheid dat verdachte zich in 1997 op vergelijkbare manier heeft schuldig gemaakt aan moord op zijn eerste echtgenote. Verder heeft hof “in voordeel van verdachte (...) laten meewegen dat in ieder geval doodslag in verminderde mate aan verdachte kan worden toegerekend”. I.v.m. overschrijding van redelijke termijn in hoger beroep heeft hof uiteindelijk o.m. gevangenisstraf opgelegd van 14 jaren en 6 maanden. Strafoplegging is toereikend gemotiveerd. Daarbij is van belang dat hof heeft uiteengezet hoe (namelijk in voordeel van verdachte) het de omstandigheid dat bewezenverklaarde doodslag in verminderde mate aan verdachte kan worden toegerekend, heeft meegewogen bij strafoplegging. Gelet op wat door verdediging is aangevoerd, was hof niet gehouden tot nadere motivering dan (hiervoor weergegeven) uitleg die hof heeft gegeven. Volgt verwerping.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.