ECLI:NL:HR:2026:748
Hoge Raad
- Uitspraak
- 9 juni 2026
- Zaaknummer
- 24/02286
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Cassatie
Inhoudsindicatie
Bedreiging, art. 285.1 Sr. Hof heeft verdachte n-o verklaard in zijn hoger beroep, omdat het te laat is ingesteld, art. 408.2 Sv. Ontvankelijkheid hoger beroep en betwisting dat vonnis Pr in persoon aan verdachte is uitgereikt. Kon hof vaststellen dat vonnis Pr in persoon aan verdachte is uitgereikt, nu akte van uitreiking slechts parketnummer van dat vonnis en persoonsgegevens van verdachte vermeldt en niet inhoudt welk stuk aan verdachte is uitgereikt? Hof heeft kennelijk aangenomen dat geen sprake is van omstandigheid a.b.i. art. 408.1 Sv. O.g.v. art. 408.2 Sv moet verdachte in dat geval binnen 14 dagen nadat zich omstandigheid voordoet waaruit voortvloeit dat einduitspraak de verdachte bekend is, h.b. instellen tegen vonnis Rb. Van ‘omstandigheid waaruit voortvloeit dat einduitspraak de verdachte bekend is’, is sprake als verdachte op de hoogte wordt gesteld van datgene wat voor hem van belang is voor besluitvorming t.a.v. instellen van h.b., zoals aard of zwaarte van de bij vonnis opgelegde straf(fen) of maatregel(en) (vgl. HR:2013:BZ1940). ’s Hofs oordeel dat vonnis Pr aan verdachte in persoon is betekend en zich dus omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat einduitspraak de verdachte toen bekend was, is niet z.m. begrijpelijk. In akte van uitreiking zijn immers slechts parketnummer van dat vonnis en persoonsgegevens van verdachte vermeld, terwijl daaruit niet blijkt welk stuk aan verdachte is uitgereikt. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.