ECLI:NL:HR:2026:790
Hoge Raad
- Uitspraak
- 26 mei 2026
- Zaaknummer
- 23/04272
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Cassatie
Inhoudsindicatie
Profijtontneming, w.v.v. uit medeplegen (voorbereiden van) invoeren van cocaïne. Motivering schatting w.v.v. Is geld dat is gebruikt voor aankoop van 2 auto’s aan betrokkene toe te rekenen uitgave? Hof heeft bij schatting van w.v.v. uitgaven ter hoogte van € 17.000 en € 8.000 in aanmerking genomen vanwege aankoop door betrokkene van auto’s. Hof heeft overwogen dat betrokkene geen enkel bewijsstuk heeft overgelegd van inkomsten van zijn bedrijf, dat er “geen begin van administratie” is en dat er “geen schriftelijke overeenkomsten [zijn] om aan te tonen dat er sprake was van handel in het bedrijf van betrokkene”. Aan zijn oordeel dat betrokkene degene is geweest die ene auto voor € 17.000 heeft gekocht van A, die tot 14-7-2012 kentekenhouder was, heeft hof ten grondslag gelegd dat deze auto op 14-7-2012 op naam van betrokkene is geregistreerd en dat A heeft verklaard dat hij deze auto voor € 17.000 aan Turkse jongen heeft verkocht. Hof heeft stellingen van betrokkene die erop neerkomen dat niet hij, maar zijn latere medevennoot deze auto voor € 10.000 van A heeft gekocht, niet aannemelijk geoordeeld. Verder heeft hof in zijn overwegingen betrokken dat stelling van betrokkene dat deze auto met winst is verkocht, niet concreet is gemaakt. Aan zijn oordeel dat betrokkene degene is geweest die andere auto voor € 8.000 heeft gekocht van B, die tot 8-5-2012 kentekenhouder was, heeft hof ten grondslag gelegd dat deze auto op verzoek van betrokkene na aankoop eerst is geregistreerd op naam van C die auto nooit in bezit heeft gehad maar wel veel bekeuringen kreeg, en dat betrokkene de auto vervolgens op 13-8-2012 op zijn eigen naam heeft geregistreerd. Daarnaast heeft hof zijn oordeel erop gebaseerd dat betrokkene de gebruiker van auto was, zowel in periode waarin auto op naam van C stond als in periode dat auto op zijn eigen naam was geregistreerd. Aan ’s hofs overwegingen ligt als uitgangspunt ten grondslag dat kentekenregistratie een (voor tegenspraak vatbare) aanwijzing is voor wie auto heeft betaald. Verder ligt aan ‘s hofs overwegingen ten grondslag dat er geen stukken zijn overgelegd om aan te tonen dat er sprake was van handel in bedrijf van betrokkene. Tegen deze achtergrond is ’s hofs oordeel dat uitgaven die zijn gedaan voor aankoop van auto’s aan betrokkene moeten worden toegerekend, ook in het licht van wat door verdediging is aangevoerd, toereikend gemotiveerd. Volgt verwerping. Samehang met 23/04513. CAG: anders.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.