ECLI:NL:HR:2026:802
Hoge Raad
- Uitspraak
- 26 mei 2026
- Zaaknummer
- 24/02898
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
Inhoudsindicatie
Jeugdzaak. Medeplegen wederrechtelijke vrijheidsberoving, meermalen gepleegd (art. 282.1 Sr) en medeplegen diefstal met geweld (art. 312.2 Sr). 1. Bewijsklachten medeplegen en (dubbel) opzet. Kan uit omstandigheid dat telefoon van verdachte zich nabij plaats delict bevond en dat met die telefoon vóór tlgd. feiten enkele berichten zijn uitgewisseld met medeverdachte, worden afgeleid dat verdachte wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan feiten? 2. Schriftuur benadeelde partij. Kan klacht dat vrijspraak gelet op uitdrukkelijk onderbouwd standpunt OM ontoereikend is gemotiveerd als gevolg waarvan vordering b.p. n-o is verklaard, worden aangemerkt als middel a.b.i. wet? Ad 1. HR: art. 81.1 RO. Ad 2. Als cassatierechter onderzoekt HR alleen middelen a.b.i. wet. Dat geldt ook voor middelen a.b.i. art. 437.3 Sv. Als zo’n middel kan alleen gelden stellige en duidelijke klacht over rechtspunt betreffende haar vordering. Schriftuur voldoet niet aan dit vereiste, zodat deze onbesproken moet blijven.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.