ECLI:NL:HR:2026:878
Hoge Raad
- Uitspraak
- 30 juni 2026
- Zaaknummer
- 24/02781
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Cassatie
Inhoudsindicatie
Feitelijke aanranding van eerbaarheid door in lift van studentencomplex dichtbij aangeefster te staan en onverhoeds naar bovenkant van haar topje te grijpen, waardoor zij werd gedwongen ontuchtige handelingen (vastpakken topje ter hoogte van borst en aanraken bovenlichaam) te dulden, art. 246 (oud) Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Bewijsklacht t.a.v. fysiek aanraken van aangeefster. 2. Kunnen gedragingen van verdachte als ontuchtig worden aangemerkt? HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Ad 1. Gelet op aangifte, camerabeelden en verklaring van verdachte is ’s hofs vaststelling dat verdachte bovenlichaam van aangeefster heeft aangeraakt niet onbegrijpelijk. Ad 2. ’s Hofs oordeel dat, gelet op aard en context van handelingen, opmerkingen van verdachte tegen aangeefster en intenties van verdachte, sprake was van ontuchtige handelingen, getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.