ECLI:NL:HR:2026:945
Hoge Raad
- Uitspraak
- 16 juni 2026
- Zaaknummer
- 26/01215
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Herziening
Inhoudsindicatie
Herziening. Poging tot doodslag op ex-vriendin door haar in portiek van haar flat met mes aan te vallen, art. 287 Sr. Aangevoerd wordt dat sprake is van gegeven a.b.i. art. 457.1.c Sv op de grond dat bij aanvraag overgelegde verklaring van A inhoudt dat aanvrager bewezenverklaarde niet kan hebben gepleegd, omdat hij toen thuis lag te slapen. Deze verklaring wekt niet ernstig vermoeden a.b.i. art. 457.1.c Sv. Daarbij is ten eerste van belang dat zich in dossier waarover hof beschikte al verklaringen bevonden van aanvrager en van getuige B die inhouden dat aanvrager t.t.v. bewezenverklaarde thuis lag te slapen met zijn vriendin B. Verklaring van A is onverenigbaar met die verklaringen van aanvrager en van getuige B. Verder is van belang dat die (globale) verklaring van A, tegenover gedetailleerde bewijsvoering van hof, van onvoldoende gewicht is om te kunnen gelden als gegeven a.b.i. art. 457.1.c. Sv. Afwijzing aanvraag. Vervolg op HR:2025:904 (herziening) en HR:2024:467 (strafzaak).
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.