ECLI:NL:HR:2026:948
Hoge Raad
- Uitspraak
- 16 juni 2026
- Zaaknummer
- 24/04463
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Cassatie
Inhoudsindicatie
Bedreiging van medewerker van COA, art. 285.1 Sr. Afwijzing van bij appelschriftuur gedaan en ttz. in hoger beroep gehandhaafd verzoek om tolk als getuige te horen, op de grond dat hof geen reden heeft om aan te nemen dat vertaling door beëdigde tolk niet goed is gegaan. Is afwijzing verenigbaar met recht op eerlijk proces a.b.i. art. 6 EVRM? Door hof afgewezen verzoek heeft betrekking op horen van persoon, die telefonisch als tolk is opgetreden tijdens gehoor van verdachte door verbalisanten. Bij dit gehoor door verdachte afgelegde en in p-v van bevindingen opgenomen verklaring is door voor bewijs gebruikt. Dit verzoek tot horen van tolk betreft niet verzoek tot horen van getuige over een door deze persoon afgelegde verklaring die door rechter voor bewijs van tlgd. feit zou kunnen worden gebruikt of al is gebruikt a.b.i. HR:2021:576. V.zv. middel van tegendeel uitgaat, berust het op onjuiste rechtsopvatting (vgl. HR:2024:1739). Volgt verwerping.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.