ECLI:NL:HR:2026:996
Hoge Raad
- Uitspraak
- 23 juni 2026
- Zaaknummer
- 24/04832
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Cassatie
Inhoudsindicatie
Poging tot zware mishandeling (art. 302.1 jo. 45 Sr) en bedreiging (art. 285.1 Sr) van medewerker jeugdzorginstelling waar verdachte verbleef. Verweer strekkende tot strafvermindering i.v.m. vormverzuim, nu als kwetsbaar aan te merken verdachte voorafgaand aan en tijdens politieverhoor geen rechtsbijstand heeft gehad, art. 359a Sv. Kon hof oordelen dat verdachte rechtsgeldig afstand heeft gedaan van recht op rechtsbijstand? Uitleg Regeling adviestoevoeging zelfredzaamheid. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2024:556 m.b.t. recht op rechtsbijstand van kwetsbare verdachte a.b.i. art. 28b.1 Sv en mogelijkheid om afstand te doen van dat recht, i.h.b. indien verdachte niet is aangehouden. Hof heeft aan verwerping verweer ten grondslag gelegd dat politie de verdachte niet onjuist heeft voorgelicht door haar mede te delen dat zij voorafgaand aan en tijdens verhoor recht heeft op bijstand van zelf te betalen raadsman. Hiertoe heeft hof overwogen dat verdachte niet was aangehouden en dat niet-aangehouden verdachten in beginsel alleen recht hebben op zelf te betalen raadsman. Hof heeft verder overwogen dat verdachte aan Ratz geen aanspraak op kosteloze consultatie- en verhoorbijstand kon ontlenen. Volgens hof voorziet Ratz in kosteloze rechtsbijstand wanneer “sprake is van complexe juridische vraagstukken die gespecialiseerde rechtshulp vereisen”. Naar ’s hofs oordeel is daarvan geen sprake. Hiermee heeft hof miskend dat, gelet op beleidskader van Raad voor Rechtsbijstand, adviestoevoeging zelfredzaamheid ook kan worden afgegeven wanneer sprake is “van geen tot beperkte zelfredzaamheid bij betreffende burger”. Dit leidt niet tot cassatie. Uit samenstel van bepalingen uit Sv, Wet op de rechtsbijstand en Ratz volgt dat niet-aangehouden verdachten voorafgaand aan en tijdens verhoor geen recht op kosteloze bijstand van raadsman hebben. Ratz biedt Raad voor Rechtsbijstand mogelijkheid om, op aanvraag, adviestoevoeging zelfredzaamheid af te geven voor verlenen van consultatie- en verhoorbijstand door raadsman aan niet-aangehouden verdachte, die deze bijstand in dat geval kosteloos ontvangt. Verplichting o.g.v. art. 27c.2 jo. 28.1 Sv om niet-aangehouden verdachte mededeling te doen van recht op rechtsbijstand, omvat niet verplichting om die verdachte te informeren over eventuele mogelijkheden van kosteloze rechtsbijstand, zoals die mogelijkheid om aanvraag in te dienen voor adviestoevoeging zelfredzaamheid voor verlening van kosteloze consultatie- en verhoorbijstand. Gelet hierop heeft hof kunnen oordelen dat wettelijk voorgeschreven mededelingen zijn gedaan door politie, wat er ook zij van motivering van dat oordeel. Voorgaande neemt niet weg dat het wel zou aansluiten bij het in art. 2 Ratz geformuleerde doel, als politie bij uitnodigen van verdachte voor verhoor de verdachte attent maakt op mogelijkheid (als aan daarvoor geldende voorwaarden is voldaan) van kosteloze consultatie- en verhoorbijstand o.g.v. Ratz, bijvoorbeeld door mogelijkheid om (tijdig) hiertoe strekkende aanvraag in te dienen bij Raad voor Rechtsbijstand te benoemen in uitnodigingsbrief en in brochure over rechten van verdachte. Aan verwerping van verweer heeft hof verder ten grondslag gelegd dat verdachte niet als kwetsbaar hoeft te worden aangemerkt. Dat oordeel is niet toereikend gemotiveerd. Hof heeft vastgesteld dat bij verdachte sprake is van autismespectrumstoornis, dysthyme stoornis en sociale stoornis, maar heeft er geen blijk van gegeven te hebben onderzocht of, gelet op die stoornissen, verdachte redelijkerwijs in staat is geweest te oordelen over mogelijke gevolgen van doen van afstand van recht op rechtsbijstand. Gelet daarop kunnen andere door hof in aanmerking genomen omstandigheden over vermogen van verdachte om vragen te begrijpen en indruk die verdachte maakte op tz. in hoger beroep, ’s hofs oordeel niet dragen. Ook dit leidt echter niet tot cassatie. Verweer strekte tot strafvermindering. Voor toepassing van strafvermindering is vereist dat verdachte door vormverzuim daadwerkelijk nadeel heeft ondervonden (vgl. HR:2020:1889). Omdat verklaring die verdachte bij politie heeft afgelegd niet voor bewijs is gebruikt, heeft verdachte in dit opzicht geen nadeel ondervonden van ontbreken van rechtsbijstand bij verhoor. Verdediging heeft in h.b. niet aangevoerd dat verdachte hierdoor op andere wijze in haar verdediging is geschaad. Gelet daarop heeft hof het tot strafvermindering strekkende verweer slechts kunnen verwerpen. Volgt verwerping.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.