ECLI:NL:HR:2026:998
Hoge Raad
- Uitspraak
- 23 juni 2026
- Zaaknummer
- 24/01930
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Cassatie
Inhoudsindicatie
Aanwezig hebben van cocaïne (art. 2.C Opiumwet) en voorhanden hebben van vuurwapen en munitie (art. 26.1 WWM). Opgave van bewijsmiddelen a.b.i. art. 359.3 Sv. Mocht meervoudige kamer hof mondeling vonnis Pr, dat o.g.v. art. 378.2 Sv is aangetekend in p-v van tz. in eerste aanleg en dat wat betreft inhoud van gebruikte bewijsmiddelen (o.g.v. Regeling aantekening mondeling vonnis) verwijst naar p-v’s van politie, rapport van NFI en deskundigenrapportage, bevestigen, nu daarin inhoud van b.m. ontbreekt en raadsman in hoger beroep vrijspraak heeft bepleit? Art. 359.3, 378.2 en 423.1 Sv. Raadsman heeft bij behandeling van zaak in h.b. vrijspraak bepleit. Hof had vonnis daarom alleen mogen bevestigen met de in art. 423.1 Sv bedoelde aanvulling van gronden, die bestaat uit de in art. 359.3 (eerste volzin) Sv bedoelde weergave van inhoud van b.m. (vgl. HR:2016:2026). Hier is immers geen sprake van situatie dat enkelvoudige kamer hof mondeling arrest wijst a.b.i. Regeling aantekening mondeling vonnis. Volgt (partiële) vernietiging en terugwijzing.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.