ECLI:NL:PHR:2026:339
Parket bij de Hoge Raad
- Uitspraak
- 12 mei 2026
- Zaaknummer
- 24/01838
- Rechtsgebied
- Strafrecht
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. Bedreiging art. 285 Sr en smaadschrift art. 261 Sr. Verdachte is ontslagen van alle rechtsvervolging wegens ontoerekeningsvatbaarheid. M1: falende bewijsklachten “redelijke vrees” bij bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. De AG zet onderhavige zaak daarbij af tegen ECLI:NL:HR:2023:91 en ECLI:NL:HR:2025:1938. M2 dat klaagt over het niet reageren op het verweer dat art. 261 lid 3 Sr van toepassing is slaagt, maar behoeft volgens de AG niet tot cassatie te leiden. De AG wijdt in dat verband eerst enkele inleidende beschouwingen aan de bijzondere exceptie van art. 261 lid 3 Sr, in het bijzonder aan de vraag om wat voor soort strafuitsluitingsgrond het gaat. Beide middelen lenen zich voor afdoening met toepassing van art. 81 lid 1 RO, terwijl m.b.t. de geconstateerde redelijke termijnschending in cassatie (vanwege OVAR-beslissing) kan worden volstaan met de enkele vaststelling dat inbreuk is gemaakt op art. 6 lid 1 EVRM. De conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.