ECLI:NL:PHR:2026:500
Parket bij de Hoge Raad
- Uitspraak
- 19 mei 2026
- Zaaknummer
- 24/00506
- Rechtsgebied
- Strafrecht
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. Veroordelingen voor o.m. diverse Opiumwetdelicten (kort gezegd: handel in cocaïne). M1: is na verruiming van de tenlastegelegde pleegperiode (van twee weken tot één jaar) nog sprake van hetzelfde feit i.d.z.v. art. 68 Sr (jo. 313 lid 2 Sv)? In de bewijsvoering van het hof ligt besloten dat de verdachte in de gehele bewezenverklaarde pleegperiode (die de aanvankelijk tenlastegelegde periode includeert) zeer frequent en op soortgelijke wijze cocaïne heeft verkocht aan steeds dezelfde afnemers. De verdachte wordt in de gewijzigde tenlastelegging dus slechts verweten dat hij langer (en dus vaker) cocaïne heeft verkocht aan dezelfde mensen. Dat het hof heeft geoordeeld dat sprake is van voldoende samenhang tussen de verweten gedragingen en deze handelingen – die blijkens de verklaringen van de getuigen naar aard en strekking sterk overeenkomen – kennelijk heeft opgevat als één voortdurende strafbare situatie, zodat feitelijk sprake is van dezelfde gedraging, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is ook zonder nadere motivering niet onbegrijpelijk. M2: falend middel over responsieplicht hof t.a.v. u.o.s. over strafoplegging. De conclusie strekt tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde straf i.v.m. een overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase, tot vermindering daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige. Samenhang met 24/00510 en 24/00507.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.