ECLI:NL:PHR:2026:781
Parket bij de Hoge Raad
- Uitspraak
- 18 augustus 2026
- Zaaknummer
- 24/03796
- Rechtsgebied
- Strafrecht
Inhoudsindicatie
-
Uitspraak
1 Cliënt ontvankelijk - Niet duidelijk wat er is uitgereikt
Uit de akte van uitreiking blijkt allereerst niet wat er op 1 februari is uitgereikt. Niet eens blijkt dat dit in 2024 is gebeurd. Voorts staat enkel het parketnummer vermeld. Er kan niet worden geconcludeerd dat op basis van het onbekende stuk wat op 1 februari zou zijn uitgereikt, cliënt bekend was met het verstek vonnis en de appeltermijn uit 408 lid 2 Sv is gaan lopen:
‘In andere gevallen dan de in het eerste lid genoemde moet het hoger beroep worden ingesteld binnen veertien dagen nadat zich een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de einduitspraak de verdachte bekend is.’
Pas toen cliënt bekend was met de einduitspraak heeft hij mij meteen benaderd en heeft hij verzocht meteen hoger beroep in te stellen, hetgeen ik ook heb laten doen. De verdediging stelt zich dus ook op het standpunt dat cliënt ontvankelijk is in het hoger beroep.”
6. Het hof heeft het onderzoek ter terechtzitting van 16 juli 2024 geschorst tot de (rol)zitting van 24 september 2024, kort gezegd omdat zich een andere raadsman had gesteld dan Hameleers en beiden met elkaar moesten overleggen over de vraag welke raadsman de verdediging in de voorliggende zaak zou voeren.
7. Het proces-verbaal van de terechtzitting van het hof van 24 september 2024 houdt het volgende in:
“De raadsheer bespreekt de tijdigheid van het hoger beroep.
De raadsman deelt mede:
Het standpunt van de verdediging is dat onduidelijk is of de mededeling uitspraak in persoon is betekend op 1 februari 2024. In het dossier bevindt zich weliswaar een document, waarop geen jaartal staat, waaruit opgemaakt kan worden dat iets aan mijn cliënt is betekend, maar niet wat. Ik stel mij op het standpunt dat mijn cliënt ontvankelijk is in het ingestelde hoger beroep.
De advocaat-generaal zegt:
Op de akte staat weliswaar geen jaartal, maar wel een stempel van het CJIB. Uitgaande van die datum gaat het openbaar ministerie ervan uit dat op dat moment de mededeling uitspraak in persoon aan de verdachte is uitgereikt en dient hij niet-ontvankelijk verklaard te worden in het hoger beroep.
De raadsman persisteert.
De raadsheer verklaart het onderzoek gesloten en deelt mee terstond mondeling arrest te zullen wijzen.
De raadsheer spreekt het arrest uit ter openbare terechtzitting.”
8. De aantekening van het mondelinge arrest van het hof van 24 september 2024 houdt in:
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.