ECLI:NL:RBAMS:2026:7167
Rechtbank Amsterdam
- Uitspraak
- 30 juni 2026
- Zaaknummer
- 13/344427-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt het aanwezig hebben van 1998,4 gram cocaïne. Verdachte wordt vrijgesproken van het witwassen van € 900,-. De rechtbank is van oordeel dat verdachte een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk verklaring heeft gegeven dat het geld niet van misdrijf afkomstig is. Nu nader onderzoek naar de verklaring van verdachte door het Openbaar Ministerie achterwege is gebleven, kan niet worden geoordeeld dat het niet anders kan zijn dan dat tenlastegelegde voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is. Gelet op de omstandigheid dat verdachte vanuit Duitsland naar Amsterdam is gereden met het doel de cocaïne in ontvangst te nemen ziet de rechtbank aanleiding om aansluiting te zoeken bij de LOVS-oriëntatiepunten ten aanzien van het afleveren en vervoeren van harddrugs, waarbij in het geval van een hoeveelheid tussen de 1500 en 2000 gram aan harddrugs uit wordt gegaan van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden. Alles afwegende acht de rechtbank, uit oogpunt van vergelding en preventie, de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, passend en geboden.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.