ECLI:NL:RBAMS:2026:7777
Rechtbank Amsterdam
- Uitspraak
- 30 juli 2026
- Zaaknummer
- 13/070471-26
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Eerste en enige aanleg
Inhoudsindicatie
EAB Kroatië; verweer m.b.t. de detentieomstandigheden verworpen; overlevering toegestaan
Uitspraak
1 Procesgang
Zitting 7 mei 2026
De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 7 mei 2026, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie, en de raadsvrouw van de opgeëiste persoon, mr. L.C. Cox, advocaat in Amersfoort. De opgeëiste persoon is niet verschenen.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.
Tevens heeft de rechtbank de gevangenhouding bevolen. Het onderzoek is geschorst tot de zitting van 19 mei 2026.
Zitting 19 mei 2026
Op de zitting van 19 mei 2026 heeft de rechtbank – met instemming van partijen – de behandeling van het EAB in gewijzigde samenstelling voortgezet in aanwezigheid van mr. G.M. Kolman, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. L.C. Cox, en door een tolk in de Kroatische taal.
Tussenuitspraak van 2 juni 2026
Bij tussenuitspraak van 2 juni 2026 heeft de rechtbank het onderzoek heropend om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de door de rechtbank met het oog op de toetsing aan artikel 11 OLW geformuleerde vraag over de detentieomstandigheden aan de Kroatische uitvaardigende justitiële autoriteit te stellen.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij uitspraak moet doen op grond van artikel 22,
vijfde lid, OLW met 30 dagen verlengd onder gelijktijdige verlenging van de
gevangenhouding op grond van artikel 27, derde lid, OLW.
De zitting van 16 juni 2026
De behandeling van het EAB is – met instemming van partijen – in gewijzigde samenstelling voortgezet op de zitting van 16 juni 2026, in aanwezigheid van mr. J.I.P. Hofstee, officier van justitie.
De opgeëiste persoon is niet verschenen en heeft afstand gedaan van het recht om bij de behandeling op zitting aanwezig te zijn. Hij is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde raadsvrouw, mr. L.C. Cox.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij uitspraak moet doen op grond van artikel 22,
vijfde lid, OLW met 30 dagen verlengd onder gelijktijdige verlenging van de
gevangenhouding op grond van artikel 27, derde lid, OLW.
Tussenuitspraak van 30 juni 2026
Bij tussenuitspraak van 30 juni 2026 heeft de rechtbank het onderzoek heropend om de officier van justitie en de raadsvrouw in de gelegenheid te stellen een standpunt in te nemen over de aanvullende informatie van 18 juni 2026 die na sluiting van het onderzoek is binnengekomen.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij uitspraak moet doen op grond van artikel 22,
vijfde lid, OLW met 30 dagen verlengd onder gelijktijdige verlenging van de
gevangenhouding op grond van artikel 27, derde lid, OLW.
Zitting van 16 juli 2026
Op de zitting van 16 juli 2026 heeft de rechtbank – met instemming van partijen – de behandeling van het EAB in gewijzigde samenstelling voortgezet in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. L.C. Cox, en door een tolk in de Kroatische taal.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.