ECLI:NL:RBDHA:2026:19337
Rechtbank Den Haag
- Uitspraak
- 25 juni 2026
- Zaaknummer
- C/09/707187 / KG RK 26-945
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Wraking
Inhoudsindicatie
Wraking. De wrakingskamer gaat voorbij aan de eis van verzoeker om vooraf een mandaat te tonen. De leden van de wrakingskamer zijn uit hoofde van hun aanstelling bevoegd om zitting te hebben in de wrakingskamer en het verzoek tot wraking van de rechters in de hoofdzaak te behandelen. Enig mandaat is daarvoor niet vereist. Het wrakingsverzoek wordt afgewezen. De afwijzing van de rechters in de hoofdzaak van het verzoek tot het verstrekken van een mandaat is processueel van aard en kan worden beschouwd als een rechterlijke (tussen)beslissing. Het gesloten stelsel van rechtsmiddelen brengt mee dat een rechterlijke (tussen)beslissing als zodanig nimmer grond kan vormen voor wraking: wraking is geen verkapt rechtsmiddel. Dat is alleen anders in het geval waarin de motivering van de beslissing in het licht van alle omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven gemeten – bijvoorbeeld door de in de motivering gebruikte bewoordingen – niet anders kan worden verstaan dan als blijk van vooringenomenheid van de rechter die haar heeft gegeven. Van zo’n situatie is in dit geval geen sprake.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.