ECLI:NL:RBGEL:2025:12061
Rechtbank Gelderland
- Uitspraak
- 14 juli 2025
- Zaaknummer
- 05-327332-24
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie
De militaire kamer veroordeelt verdachte omdat het aan zijn schuld te wijten was dat hij een dienstvoorschrift niet heeft opgevolgd, terwijl daardoor gemeen gevaar voor personen of goederen ontstond tot een voorwaardelijke geldboete van € 750,- met een proeftijd van 2 jaar. Ongewild schot.
Uitspraak
1 De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij als militair, op of omstreeks 18 juni 2024, te of nabij [plaats] , in elk geval in Duitsland, opzettelijk, althans in ernstige mate nalatig,
het dienstvoorschrift Handboek Militair Land-E&T-02.1 hoofdstuk 6A Colt C7 & C8 waarin onder Veiligheidsregels, onder Wapen (onder andere) is voorgeschreven dat
- houdt het wapen in een veilige richting met de wijsvinger gestrekt langs de trekker en tegen het patroonmagazijnhuis en/of
Algemene veiligheidsregels:
- Personeel dat het geweer in gebruik of beheer heeft, moet op de hoogte zijn van de veiligheidsregels en erop toezien dat deze regels nauwkeurig worden nageleefd.
- Bij het ter hand nemen van het wapen dient de gebruiker eerst de veiligheidsmaatregelen te nemen
en/of
het dienstvoorschrift [nummer] (Colt) waarin onder Veiligheidsmaatregelen, onder Wapen (onder andere) is voorgeschreven dat
- houdt het wapen in een veilige richting met de wijsvinger gestrekt langs de trekker en tegen het patroonmagazijnhuis
en/of
onder laden vanuit ongeladen toestand (1-44/ onder 1510)
- neem de uitgangshouding aan
- neem het patroonmagazijn uit de patroonmagazijntas, controleer of de patronen juist geplaatst zij. Plaats het patroonmagazijn in het wapen en controleer of deze geborgd is
- trek de spangreep naar achteren en laat deze in de achterste stand los
- druk met de handpalm de aandruk-plunjer in
- sluit het hulzengatdeksel
- zet de vuurregelaar op “S”
, niet heeft opgevolgd, hierin bestaande dat hij verdachte toen aldaar op een plaats waar eenheden zich gereed kunnen maken voor een komende inzet (LGO: laatst gedekte opstelling) ter voorbereiding op een contact drill op een schietbaan en/of na de call "vuurwapen laden" van de/zijn pelotonscommandant zijn wapen ter hand heeft genomen en in gebruik heeft genomen en/of een patroonmagazijn (met scherpe munitie) in het wapen heeft gestopt en/of aangebracht en/of de spangreep van het wapen naar achteren heeft gehaald en losgelaten en/of zonder dat hij
verdachte zijn wapen in de meest veilige richting heeft gehouden en/of zonder dat hij, verdachte, daarbij zijn wijsvinger gestrekt langs de trekker en tegen het patroonmagazijnhuis heeft gehouden en/of vervolgens de trekker van het dienstwapen heeft beroerd/overgehaald, en/althans een ongewild/ongecontroleerd schot met dat wapen heeft gelost, terwijl hij, verdachte, het dienstwapen op dat moment richting de grond (asfaltbeton) liet wijzen terwijl daarvan/daardoor gemeen gevaar voor (een) ander(en) te weten (ricochetgevaar voor) de zich in de directe nabijheid van het schot bevindende [getuige 1] en/of overige in de directe nabijheid bevindende personen te weten [getuige 2] en/of [getuige 3] en/of [getuige 4] en/of gemeen gevaar voor goederen, te weten, de in de directe omgeving bevindende voertuig(en) en/of tenten op het oefenterrein is ontstaan, althans te duchten is geweest;
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het (impliciet) primair tenlastegelegde. Het (impliciet) subsidiaire kan wettig en overtuigend bewezen worden verklaard.
Het standpunt van de verdediging
De officier-raadsman heeft eveneens aangevoerd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het (impliciet) primair tenlastegelegde.
Ten aanzien van het (impliciet) subsidiair tenlastegelegde heeft de officier-raadsman aangevoerd dat verdachte de dienstvoorschriften betreffende het houden van het wapen in een veilige richting niet heeft geschonden. Wel heeft verdachte zijn wijsvinger niet gestrekt langs de trekker en tegen het patroonmagazijnhuis gehouden, zoals voorgeschreven, maar is zijn vinger ongelukkigerwijs op de trekker terechtgekomen.
De beoordeling door de militaire kamer
De militaire kamer overweegt dat de tenlastelegging is toegesneden op de militaire delicten van artikel 136 en artikel 137 van het Wetboek van Militair Strafrecht (hierna: MSr). Deze militaire delicten komen, kort weergegeven, neer op het niet opvolgen van een dienstvoorschrift als bedoeld in artikel 135 MSr.
De dienstvoorschriften
In het dienstvoorschrift Handboek Militair Land-E&T-02.1 (hierna: het HAMIL), zoals dit van kracht was op 18 juni 2024, staat in hoofdstuk 6A Colt C7 & C8 een sectie genaamd Veiligheidsregels. Hierin is – voor zover relevant – op bladzijde 9 opgenomen:
Wapen:
• houd het wapen in veilige richting met de wijsvinger gestrekt langs de trekker en tegen het patroonmagazijnhuis.
Algemene veiligheidsregels
• Personeel dat het geweer in gebruik of beheer heeft, moet op de hoogte zijn van de veiligheidsregels en erop toezien dat deze regels nauwkeurig worden nageleefd.
• Bij het ter hand nemen van het wapen dient de gebruiker eerst de veiligheidsmaatregelen te nemen.
In het dienstvoorschrift [nummer] (hierna: het dienstvoorschrift), zoals dit ook van kracht was op 18 juni 2024, is onder veiligheidsmaatregelen op pagina 9 – voor zover relevant – het volgende opgenomen:
Wapen
Houdt het wapen in veilige richting met de wijsvinger gestrekt langs de trekker en tegen het patroonmagazijnhuis.
Verder is in dit dienstvoorschrift onder sectie 5 ‘Verrichtingen aan het wapen’ van hoofdstuk 1 ‘Wapenleer’ op bladzijde 1-44 – voor zover relevant – het volgende opgenomen:
1510 Laden vanuit ongeladen toestand
Neem de uitgangshouding aan.
Neem het patroonmagazijn uit de patroonmagazijntas, controleer of de patronen juist geplaatst zijn. Plaats het patroonmagazijn in het wapen en controleer of deze geborgd is.
Trek de spangreep naar achteren en laat deze in achterste stand los.
Druk met de handpalm de aandruk-plunjer in.
Sluit het hulzengatdeksel.
Zet de vuurregelaar op ‘S’.
De militaire kamer stelt vast dat het HAMIL en het dienstvoorschrift dienstvoorschriften betreffen als bedoeld in artikel 135 MSr. De regels vormen een schriftelijk besluit van algemene strekking, hebben betrekking op een militair dienstbelang, namelijk de veilige omgang met wapens, en betreffen een tot de militair gericht gebod. Voorts zijn de regels duidelijk, ook voor verdachte.
Verdachte heeft verklaard dat hij bekend is met het HAMIL en het dienstvoorschrift.
Feiten en omstandigheden
Verdachte was op 18 juni 2025 in [plaats] (Duitsland) met de [compagnie] voor de oefening Munster (ook wel SOBSOMS genoemd). Hij trad op als waarnemend groepscommandant van zijn groep, een functie die hij nog niet zo lang bekleedde. Hij nam met zijn eenheid deel aan de Bartelsbeker, een meerdaagse schiet-/manoeuvrevaardigheidswedstrijd. Die dag vond een schietonderdeel plaats op de schietbaan. Verdachte en zijn collega’s bevonden zich in de laatst gedekte opstelling (hierna: LGO), waar eenheden zich gereed kunnen maken voor een komende inzet ter voorbereiding op de contact drill. Vervolgens gaf zijn pelotonscommandant de call (de militaire kamer begrijpt: het commando) ‘vuurwapens laden’.
Verdachte pakte zijn dienstwapen, een Colt C8. Op dit wapensysteem is verdachte gevorderd schutter. Hij hield de loop van zijn wapen gericht naar de grond, een geasfalteerde weg. Vanuit het bevel was meegekomen dat dit de veilige richting was tijdens de LGO. Hij pakte zijn patroonmagazijn met scherpe munitie en stopte die, na controle, in zijn wapen. Daarna haalde hij met zijn linkerhand de spangreep van het wapen naar achteren en liet los. Met zijn rechterhand hield hij de pistoolgreep vast. Zijn rechterwijsvinger lag gestrekt langs de trekkerbeugel, maar schoot in een beweging op de trekker, waarna hij een schot afvuurde.
Zijn collega, [getuige 1] , stond op dat moment vóór verdachte en voelde asfalt opspatten tegen de rechterkant van zijn lijf, van zijn oksel tot zijn heup. Het patroon dat verdachte heeft afgeschoten, is op ongeveer 20 tot 40 centimeter naast [getuige 1] in het asfaltbeton ingeslagen. Verder bevonden verschillende collega’s van verdachte, te weten [getuige 2] , [getuige 3] en [getuige 4] zich in zijn directe omgeving. Er stonden ook een Scania (de militaire kamer begrijpt: een vrachtwagen) en een boogtent in de directe omgeving van verdachte.
Verdachte heeft verklaard dat hij in zijn rol als waarnemend groepscommandant in zijn hoofd heel erg bezig was met de oefening en de vele taken die er in korte tijd moesten worden uitgevoerd. Verder heeft hij verklaard dat hij een beetje vermoeid was.
Overtreden dienstvoorschrift
Op grond van het voorgaande stelt de militaire kamer vast dat verdachte het HAMIL en het dienstvoorschrift heeft overtreden door zijn wijsvinger tijdens het laden niet gestrekt langs de trekker en tegen het patroonmagazijnhuis te (blijven) houden, maar de trekker aan te raken, waardoor hij een ongewild/ongecontroleerd schot met zijn wapen heeft gelost.
Zowel verdachte als een aantal van zijn collega’s hebben verklaard dat zij de instructie en/of het bevel hebben gekregen om de grond te beschouwen als veilige richting. Gelet hierop is de militaire kamer van oordeel dat verdachte geen dienstvoorschrift heeft overtreden door de loop van zijn wapen naar de grond te richten. Hij heeft zich immers aan het hem gegeven bevel gehouden. Van op de concrete situatie van mogelijk toepassing zijnde extra te stellen (veiligheids)eisen is niet gebleken. Van dit onderdeel van de tenlastelegging zal verdachte dan ook worden vrijgesproken.
Opzet
De militaire kamer is van oordeel dat verdachte geen opzet heeft gehad op het overtreden van het dienstvoorschrift, ook niet in de vorm van voorwaardelijk opzet. Daarom zal de militaire kamer hem vrijspreken van het hem (impliciet) primair tenlastegelegde.
Schuld
De militaire kamer dient vervolgens te beoordelen of het overtreden van het dienstvoorschrift aan de schuld van verdachte is te wijten. Hiervoor is vereist dat de verdachte zich ten minste aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig of onachtzaam heeft gedragen. Er moet in ieder geval sprake zijn van een aanmerkelijke mate van (verwijtbare) onvoorzichtigheid. Bij de beoordeling hiervan komt het aan op het geheel van gedragingen van verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval.
De militaire kamer overweegt dat van een militair uit hoofde van diens functie extra voorzichtigheid mag worden verwacht (de zogenoemde Garantenstellung). Bovendien had verdachte als waarnemend groepscommandant een leidende rol en een voorbeeldfunctie, waardoor hij nog voorzichtiger had moeten zijn. Hij werkte op dat moment ook nog eens met scherpe munitie. Hij had dan ook zijn onverdeelde aandacht moeten hebben bij de handelingen die hij moest uitvoeren en dit zo veilig mogelijk moeten doen.
Dat hij niet zijn onverdeelde aandacht had, blijkt ook uit het volgende. Verdachte heeft op enig moment zijn rechterwijsvinger niet meer langs de trekker en het patroonmagazijnhuis gehouden, maar met die vinger in een beweging de trekker aangeraakt – (naar hij verklaart) misschien omdat hij met zijn hoofd te veel bij de oefening was, door vermoeidheid of een combinatie hiervan. Vervolgens heeft hij een ongecontroleerd/ongewild schot gelost met scherpe munitie.
Gelet op deze omstandigheden, in het bijzonder de voorzichtigheid die juist van verdachte had mogen worden verwacht tijdens het werken met scherpe munitie, komt de militaire kamer tot het oordeel dat verdachte verwijtbaar onvoorzichtig is geweest. Hiermee is sprake van aanmerkelijke schuld.
Gemeen gevaar voor personen en/of goederen
De militaire kamer overweegt dat er meerdere collega’s van verdachte zich in zijn directe omgeving bevonden op het moment dat hij het schot loste. [getuige 1] voelde zelfs het asfalt tegen zijn lichaam spatten en de Koninklijke Marechaussee zag dat de kogel 20 tot 40 centimeter van hem vandaan was ingeslagen. Bovendien had de kogel kunnen ricocheren naar verdachte zelf, zijn collega’s of de goederen die zich in de directe omgeving bevonden. Hierdoor hadden zijn collega’s ernstig gewond kunnen raken of eerder genoemde boogtent en vrachtwagen beschadigd kunnen raken. De militaire kamer is daarom van oordeel dat er gemeen gevaar voor zowel personen als goederen is ontstaan, althans te duchten is geweest.
Conclusie
Gelet op het voorgaande acht de militaire kamer het (impliciet) subsidiair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.