ECLI:NL:RBGEL:2026:4153
Rechtbank Gelderland
- Uitspraak
- 22 mei 2026
- Zaaknummer
- 05/345827-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie
Overtreding van de Opiumwet door een grote hoeveelheid lachgas te vervoeren. Voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden en een taakstraf van 200 uren. Vordering maatregel kostenverhaal ogv 13d Opiumwet afgewezen, omdat de kosten niet behoorlijk onderbouwd zijn.
Uitspraak
1 De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij, op of omstreeks 17 december 2025 te Lent, gemeente Nijmegen opzettelijk heeft bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervoerd en/of vervaardigd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad 672 kilo distikstofmonoxide (lachgas), een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte een vriendendienst heeft verricht door voor een vriend vuurwerk op te halen in Duitsland. Het was vlak voor oud en nieuw. Hij wist dat dat niet mocht, maar hij wist niet dat hij lachgas vervoerde. Hij is als onschuldige derde gebruikt voor deze praktijken en heeft dat niet met vol opzet gedaan.
Beoordeling door de rechtbank
De bewijsmiddelen
Op 17 december 2025 zagen verbalisanten op het Keizer Traianusplein in Nijmegen een voertuig (met kenteken [kenteken] ) rijden dat even daarvoor door de ANPR was gesignaleerd en dat een aandachtmelding had wegens mogelijk vervoer van lachgas. De bestuurder kreeg een volgteken. Verdachte bleek de bestuurder van het voertuig en de agenten controleerden het voertuig in Lent.
Verdachte wilde in eerste instantie niet meewerken aan de ladingcontrole door de politie.
In de laadruimte van het voertuig stond een pallet met voorwerpen omhuld door zwart plastic. De verbalisant scheurde een stuk van het zwarte plastic open en zag een sticker met de tekst “Fastwhip” en zag tevens een sticker die vervoer van gevaarlijke stoffen aangeeft. De verbalisant herkende de dozen als dozen waarin lachgas wordt vervoerd.
De lading van het voertuig is onderzocht. Op de pallet stonden 336 dozen, die alle een fles bevatten die geseald was, inclusief opzettuit in folie. Het ging om zwarte cilinderflessen met de opdruk FASTWHIP, UN1070 E942 Nitrous Oxide. Dit betekent in het Nederlands lachgas. De netto inhoud volgens de opdruk was een gewicht van 2.000 gram. 25 lachgasflessen zijn gewogen. Gemiddeld zat er in de 25 lachgasflessen 2 kilogram lachgas. In totaal ging het om 672 (336x2kg) kilogram lachgas.
Verdachte heeft verklaard dat hij het busje heeft meegekregen van een kennis, maar hij wil niet zeggen van wie. Hij kent deze persoon van vroeger, maar gaat niet dagelijks met hem om. De kennis vroeg of verdachte hem ergens mee kon helpen, namelijk het ophalen van vuurwerk in Duitsland waarvoor hij € 150,- zou krijgen. Hij had toevallig twee weken vrij en hij kon hem dus wel helpen. Verdachte is met een lege bus naar Duitsland gereden en daar is de bus volgeladen. Hij heeft niet gecontroleerd wat er in het voertuig zat, maar hij voelde wel dat de bus eerst leeg was en daarna volgeladen. Hij had niet verwacht dat een bekende van hem dit hem aan zou doen. Hij geloofde en vertrouwde de kennis daarin maar is wel een beetje dom geweest.
Bewijsoverweging inhoud flessen
De rechtbank stelt op basis van het voorgaande vast dat verdachte op 17 december 2025 in een voertuig reed, met in de laadruimte daarvan een pallet omwikkeld met zwarte krimpfolie. Op de pallet stonden in totaal 336 dozen met daarop gevaarsetiketten en het opschrift ‘Nitrous Oxide´. In de dozen zaten cilindervormige drukhouders met vultuit van het merk Fastgas. Het is algemeen bekend dat Fastgas een leverancier van diverse soorten drukhouders met lachgas is. Dit wordt ook op de website van Fastgas vermeld.
Op basis hiervan staat voor de rechtbank voldoende vast dat de in het voertuig aangetroffen cilinders gevuld waren met distikstofmonoxide (lachgas) en dat iedere fles gemiddeld 2 kilogram lachgas bevatte.
Bewijsoverweging voorwaardelijk opzet
De rechtbank stelt voorop dat voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg – zoals hier het vervoer van lachgas – aanwezig is indien de verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat dat gevolg zal intreden. Of in een concreet geval moet worden aangenomen dat sprake is van voorwaardelijk opzet zal onder meer afhangen van de feitelijke omstandigheden van het geval. Daarbij zijn de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht, van belang. Bepaalde gedragingen kunnen naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zozeer gericht op een bepaald gevolg dat het – behoudens contra-indicaties – niet anders kan zijn dan dat de verdachte de aanmerkelijke kans op het desbetreffende gevolg heeft aanvaard.
De rechtbank overweegt dat verdachte door een kennis van hem is gevraagd om (voor een geldbedrag) vuurwerk op te halen in Duitsland. Hij heeft de lading in Duitsland niet gecontroleerd. Hij heeft verder verklaard dat hij merkte dat hij een lege bus had meegekregen uit Nederland en dat de bus in Duitsland was volgeladen. De rechtbank is van oordeel dat gelet op deze omstandigheden, de kans aanmerkelijk is dat het ging om een illegale lading. Dit had ook om (illegaal) vuurwerk kunnen gaan, zoals verdachte zelf heeft verklaard, en ook dat had hij niet mogen vervoeren. Verdachte heeft de kans dat hij een andere illegale lading dan vuurwerk vervoerde dan ook bewust aanvaard. Door onder deze omstandigheden te handelen heeft verdachte voorwaardelijk opzet gehad op het vervoeren van lachgas.
Conclusie
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.