ECLI:NL:RBGEL:2026:5171
Rechtbank Gelderland
- Uitspraak
- 29 juni 2026
- Zaaknummer
- 05/031068-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie
Veroordeling van een 33-jarige militair voor overtreding van artikel 5 en 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (eendaadse samenloop). Verdachte heeft een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval veroorzaakt, door zeer onvoorzichtig en onoplettend te rijden. De militaire kamer legt voor het misdrijf (artikel 6 WVW) een taakstraf op van 180 uren en daarnaast een geheel voorwaardelijke rijontzegging van 12 maanden. Voor de overtreding (artikel 5 WVW) legt de militaire kamer een taakstraf op van 16 uren
Uitspraak
1 De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 29 januari 2025 te Schiphol, in de gemeente Haarlemmermeer als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, te weten bestelbus (merk Opel, type Vivaro met kenteken [kenteken] , Opel Vivaro), daarmede rijdende over de weg, Rijksweg A4 (nabij hectometerpaal 10.5), roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte toen,
- tijdens het rijden een mobiele telefoon heeft vastgehouden, bediend en/of niet de nodige voorzichtigheid en aandacht voor het verkeer en/of de verkeerssituatie heeft gehad en/of (vervolgens)
- met een snelheid van ongeveer 96 kilometer per uur heeft gereden en/of is blijven rijden, althans met een (veel hogere) snelheid dan de op dat moment (vanwege filevorming) op de matrixborden aangegeven toegestane maximum snelheid van 70 kilometer per uur en/of
- niet de nodige voorzichtigheid in acht heeft genomen en/ of onvoldoende aandacht heeft gehad voor het verkeer en/of de verkeerssituatie ter plaatse, althans onvoldoende heeft gelet op de weg en/of mogelijke weggebruikers vóór hem en/of (vervolgens)
- niet in staat is geweest het door hem bestuurde voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of zonder te remmen gebotst tegen een voor hem, verdachte, langzaam rijdende dan wel stilstaande auto (merk: Mazda, bestuurd door [slachtoffer 1] ), en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden , waardoor een of meer anderen (genaamd [slachtoffer 2] Daems en/of [slachtoffer 3] , beiden passagiers in de voornoemde Mazda) zwaar lichamelijk letsel (te weten: respectievelijk: leverlaceratie graad 3, gallek en 4-kwadrants peritonitis en ribfracturen 1-3 links, longkneuzing beiderzijds, klein klaplong (onleesbaar), scheur van milt (graad 3-4), scheur nierkapsel (graad 3) en bloeding in euterium) en/of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 29 januari 2025 te Schiphol, in de gemeente Haarlemmermeer als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, te weten bestelbus (merk Opel, type Vivaro met kenteken [kenteken] , Opel Vivaro), daarmede rijdende over de weg, Rijksweg A4 (nabij hectometerpaal 10.5) zich zodanig heeft gedragen, dat gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/ of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd, welk gedrag hierin heeft bestaan dat hij, verdachte, toen daar
- tijdens het rijden een mobiele telefoon heeft vastgehouden, bediend en/of niet de nodige voorzichtigheid en aandacht voor het verkeer en/of de verkeerssituatie heeft gehad en/of (vervolgens)
- met een snelheid van ongeveer 96 kilometer per uur heeft gereden en/of is blijven rijden, althans met een (veel hogere) snelheid dan de op dat moment (vanwege filevorming) aangegeven matrixborden toegestane maximum snelheid van 70 kilometer per uur en/of
- niet de nodige voorzichtigheid in acht heeft genomen en/ of onvoldoende aandacht heeft gehad voor het verkeer en/of de verkeerssituatie ter plaatse, althans onvoldoende heeft gelet op de weg en/of mogelijke weggebruikers vóór hem en/of (vervolgens)
- niet in staat is geweest het door hem bestuurde voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of zonder te remmen gebotst tegen een voor hem, verdachte, langzaam rijdende dan wel stilstaande auto (merk: Mazda, bestuurd door [slachtoffer 1] );
2.
hij op of omstreeks 29 januari 2025 te Schiphol, in de gemeente Haarlemmermeer als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, te weten bestelbus (merk Opel, type Vivaro met kenteken [kenteken] , Opel Vivaro), daarmede rijdende over de weg, Rijksweg A4 (nabij hectometerpaal 10.5) zich zodanig heeft gedragen, dat gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/ of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd, welk gedrag hierin heeft bestaan dat hij, verdachte, toen daar
- tijdens het rijden een mobiele telefoon heeft vastgehouden, bediend en/of niet de nodige voorzichtigheid en aandacht voor het verkeer en/of de verkeerssituatie heeft gehad en/of (vervolgens)
- met een snelheid van ongeveer 96 kilometer per uur heeft gereden en/of is blijven rijden, althans met een (veel hogere) snelheid dan de op dat moment (vanwege filevorming) aangegeven matrixborden toegestane maximum snelheid van 70 kilometer per uur en/of
- niet de nodige voorzichtigheid in acht heeft genomen en/ of onvoldoende aandacht heeft gehad voor het verkeer en/of de verkeerssituatie ter plaatse, althans onvoldoende heeft gelet op de weg en/of mogelijke weggebruikers vóór hem en/of (vervolgens)
- niet in staat is geweest het door hem bestuurde voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of zonder te remmen gebotst tegen een voor hem, verdachte, langzaam rijdende dan wel stilstaande auto (merk: Mazda, bestuurd door [slachtoffer 1] ), welk hierdoor botste op een andere auto (Mercedes-Benz bestuurd door [benadeelde] ).
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder feit 1 primair ten laste gelegde, waarbij de officier van justitie uitgaat van aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend rijden als schuldgradatie. De officier van justitie acht tevens het onder feit 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen. Tot slot stelt de officier van justitie dat sprake is van eendaadse samenloop tussen de feiten 1 en 2.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat het handelen van verdachte niet de kwalificatie van roekeloosheid rechtvaardigt zodat vrijspraak moet volgen voor dit onderdeel van de tenlastelegging. Daarnaast volgt naar mening van de verdediging uit de feiten niet dat verdachte opzettelijk de verkeersregels in ernstige mate heeft geschonden als bedoeld in artikel 5a WVW, waardoor ook daardoor roekeloosheid niet bewezen kan worden.
Beoordeling door de militaire kamer
Ten aanzien van feit 1:
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal FO verkeer & visualisatie, p. 107-201;
- Aanvraagformulier medische informatie [slachtoffer 2] , p. 205;
- Aanvraagformulier medische informatie [slachtoffer 3] , p. 209;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 15 juni 2026.
Mate van schuld
De rechtbank overweegt dat het geheel van verdachtes gedragingen, maakt dat zij van oordeel is dat hij zeer onvoorzichtig en onoplettend heeft gereden als gevolg waarvan het verkeersongeval heeft plaatsgevonden. Verdachte heeft gedurende de autorit meermalen op zijn telefoon gekeken en verschillende handelingen daarop verricht. Verdachte is daarnaast op de cruisecontrole blijven doorrijden, zonder zijn snelheid te minderen. De matrixborden die een lagere snelheid aangaven heeft verdachte niet gezien, doordat hij zijn aandacht niet (voldoende) op de weg heeft gehouden. Verdachte heeft hierdoor tevens niet gezien dat er een file was ontstaan, waardoor hij niet meer in staat was tijdig te remmen. Verdachte is hierdoor op zijn voorligger gebotst. De rechtbank is gelet hierop van oordeel dat verdachte ernstige schuld aan het verkeersongeval heeft zoals bedoeld in artikel 6 WVW, zoals primair is ten laste gelegd.
Letsel slachtoffers
Uit de medische informatie volgt dat bij [slachtoffer 3] onder meer een ribfractuur, longkneuzing, klaplong en een scheur in de milt is geconstateerd ten gevolge van het ongeval. Bij [slachtoffer 2] was onder andere sprake van een lever laceratie, een gallek en vier-kwadrants peritonitis. Gelet op de aard en de ernst van het letsel, en de aard en de duur van de medische behandelingen, kwalificeert de rechtbank het letsel van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] als zwaar lichamelijk letsel.
Ten aanzien van feit 2:
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal FO verkeer & visualisatie, p. 107-201;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 15 juni 2026.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.