ECLI:NL:RBGEL:2026:5184
Rechtbank Gelderland
- Uitspraak
- 1 juli 2026
- Zaaknummer
- 05/005857-26
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie
WOB poging tot doodslag (primair). Vol opzet. Beroep of noodweer(exces) en beroep op psychische overmacht verworpen. Straf: 5 jaar gevangenisstraf met aftrek van voorarrest. Maatregel 38v Sr. Beslag: messen onttrokken aan het verkeer. Hakbijl verbeurdverklaard. Vorderingen benadeelde partijen: Vordering slachtoffer deels toegewezen, deels afgewezen, deels BP NO. Vordering partner slachtoffer afgewezen. Artikelen 33, 33a, 36b, 36d, 36f, 38v, 45 en 287 van het Wetboek van Strafrecht.
Uitspraak
1 De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 7 januari 2026 te Nijmegen, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk een ander, te weten [slachtoffer] van het leven te beroven, een of meerdere malen met een (hak)bijl, althans een scherp en/of puntig vuurwerp, op/tegen het hoofd en/of op/tegen (overige) delen van het bovenlichaam en/of in de richting van het (boven)lichaam van die [slachtoffer] heeft geslagen en/of gehakt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiairhij op of omstreeks 7 januari 2026 te Nijmegen, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een ander, te weten [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, een of meerdere malen met een (hak)bijl, althans een scherp en/of puntig vuurwerp, op/tegen het hoofd en/of op/tegen (overige) delen van het bovenlichaam en/of in de richting van het (boven)lichaam van die [slachtoffer] heeft geslagen en/of gehakt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de primair tenlastegelegde poging tot doodslag.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich overeenkomstig zijn op schrift gestelde pleitnota, op het standpunt gesteld dat uit de gedragingen van verdachte niet kan worden afgeleid dat hij opzet had op de dood van het slachtoffer. Evenmin kan wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte een (eventuele) kans op de dood bewust heeft aanvaard. Daarnaast dient verdachte (voor zover de rechtbank tot een bewezenverklaring komt) te worden ontslagen van alle rechtsvervolging. Hij heeft daartoe een beroep gedaan op psychische overmacht in samenhang bezien met noodweer en noodweerexces.
Op specifieke standpunten van de verdediging zal – voor zover relevant – hierna worden ingegaan.
Beoordeling door de rechtbank
De bewijsmiddelen
Op 7 januari 2026 heeft er in het winkelcentrum Dukenburg in Nijmegen en de daarin gelegen Albert Heijn supermarkt (hierna: AH) een incident plaatsgevonden tussen verdachte en aangever [slachtoffer] (hierna: slachtoffer).
Verbalisant [verbalisant 1] , in vrije tijd in het winkelcentrum, liep omstreeks 15:35 uur richting de uitgang toen hij voor de bibliotheek direct aan de buitenzijde van de schuifdeuren van het winkelcentrum geschreeuw hoorde. Hij zag twee mannen die daar met elkaar aan het vechten waren. Ook zag hij dat twee andere personen het doel hadden hen uit elkaar te halen. Toen hij op korte afstand van hen kwam, zag hij dat één van de twee vechtende personen (naar later bleek: verdachte) een bijl tevoorschijn haalde en met die bijl in de richting van het slachtoffer probeerde te slaan. Vervolgens zag hij dat het slachtoffer direct op hoge snelheid wegrende in de richting van de AH. Hij zag dat de verdachte op hoge snelheid achter het slachtoffer aanrende en hierbij slaande bewegingen met de bijl maakte. In en bij de AH zag hij dat de verdachte trachtte om door middel van slaande bewegingen met de bijl in de richting van het slachtoffer, het slachtoffer te verwonden. Vervolgens zag hij dat het slachtoffer terug in de richting van de bibliotheek rende en dat de verdachte wederom achter het slachtoffer aanrende en hierbij een slaande beweging maakte met de rode bijl in de richting van het slachtoffer. Vervolgens zag hij dat er diverse omstanders tegelijkertijd op de verdachte doken en deze op de grond controleerden en fixeerden. Verbalisant [verbalisant 1] heeft verder verklaard dat hij in het tijdsbestek en de afstand van de achtervolging tussen de verdachte en slachtoffer de verdachte zeker vijf keer een gerichte slaande beweging had zien maken in de richting van het slachtoffer en zijn aanval bleef voortzetten. Toen het incident zich afspeelde in en bij de AH zag hij dat er paniek heersten onder de omstanders doordat diverse omstanders probeerden te vluchten. Ook hoorde hij hierbij krijsende geluiden.
Het incident is (grotendeels) vastgelegd door camerabeelden van een Geldmaat in het winkelcentrum met onder andere zicht op de uitgang en daarnaast door camerabeelden in de AH en camerabeelden van groente- en fruithandel Goudreinet. Verdachte en het slachtoffer hebben ter terechtzitting bevestigd dat zij op deze beelden te zien zijn.
De beelden zijn door de politie uitgekeken. In chronologische volgorde is hierover onder meer het volgende gerelateerd.
Op stream 5 van de camerabeelden van de Geldmaat is het slachtoffer omstreeks 15:37 uur te zien bij de geldautomaat. Om 15:39:09 uur komt verdachte in beeld gelopen met een rugzak op zijn rug en een dichtgevouwen paraplu in zijn hand. Hij loopt in de richting van de uitgang. Te zien is dat slachtoffer, nog staand bij de geldautomaat, zijn hele lichaam naar rechts in de richting van de verdachte draait. De verdachte lijkt te schrikken en zijn looprichting aan te passen door niet tussen de geldautomaat en een bankje te lopen, maar links daarvan. Te zien is dat er over en weer iets wordt geroepen en dat verdachte in de richting van de uitgang loopt.
Op stream 4 van de camerabeelden van de Geldmaat (met zicht op de uitgang) is iets na 15:39:13 uur te zien dat het slachtoffer met zijn rechterhand en duim een beweging maakt in de richting van de uitgang, terwijl verdachte doorloopt maar wel met het slachtoffer communiceert. Om 15:39:22 uur is te zien dat verdachte ter hoogte van de uitgang zijn rugzak in zijn handen neemt, terwijl hij richting het slachtoffer kijkt en doorloopt naar de uitgang. Vervolgens is te zien dat het slachtoffer hard achter verdachte aanloopt in de richting van de uitgang. Om 15:39:27 uur is te zien dat het slachtoffer buiten het winkelcentrum de verdachte heeft ingehaald en dat er een ruzie ontstaat waarbij beide mannen elkaar vastpakken.
Om 15:39:49 uur is te zien dat het slachtoffer weer in de richting van de toegangsdeur loopt
en blijft kijken in de richting van de verdachte. Als het slachtoffer net weer in het
winkelcentrum loopt draait hij zich weer om en rent op de verdachte af. Buiten grijpt het slachtoffer de verdachte weer vast. Een man probeert beide mannen uit elkaar te halen. Te zien is dan dat het slachtoffer zich omdraait en hard het winkelcentrum weer in komt lopen. Ook is te zien dat verdachte buiten iets verliest, mogelijk de rugzak, en hard achter het slachtoffer aan naar binnen rent. Op stream 5 is te zien dat de verdachte op dat moment in zijn rechter hand een op een bijl gelijkend voorwerp vast heeft.
De rechtbank heeft op de camerabeelden waargenomen dat om 15:39:54 uur te zien is dat verdachte zijn tas in zijn hand heeft terwijl het slachtoffer, zoals hiervoor beschreven, vanaf 15:39:49 uur (weer) naar buiten komt en richting verdachte rent. Om 15:39:56 uur heeft verdachte de tas op de grond laten vallen. Te zien is dat het slachtoffer om 15:39:57 uur van de verdachte af rent, terug het winkelcentrum in, en verdachte direct achter hem aan rent met de hakbijl in zijn hand. De rechtbank concludeert hieruit dat verdachte om 15:39:56 uur de hakbijl al uit zijn tas heeft gehaald.
Op de camerabeelden van Goudreinet is om 15:40:04 uur te zien dat het slachtoffer in beeld komt rennen met verdachte rennend achter hem aan. Om 15:40:05 uur is te zien dat verdachte een bijl in zijn hand heeft.
Op videobestand 1 van de camerabeelden van de AH is te zien dat - op 3 minuten en 13 seconden - het slachtoffer via de uitgangpoortjes bij de zelfscankassa de AH in komt rennen en dat verdachte 3 seconden later achter hem aan komt rennen met een hakbijl in zijn rechterhand. Op 3 minuten en 25 seconden is te zien dat verdachte de bijl in de lucht brengt en hiermee in de richting van het slachtoffer dreigt. Vervolgens is te zien dat het slachtoffer een paal met een ronde voet (afzetpaal) in zijn handen pakt en met deze paal achteruit richting de uitgang loopt met de paal in de lucht en de ronde kant aan de bovenzijde. Verdachte loopt nog steeds zijn richting op, waarbij hij de hakbijl in zijn rechterhand omhoog houdt en daarmee dreigende bewegingen maakt in de richting van het slachtoffer. Met gebogen arm houdt verdachte de bijl in de lucht waarbij de bijl ter hoogte van zijn eigen hoofd is waarmee hij een dreigende houding richting het slachtoffer aan neemt. Op 3 minuten en 35 seconden is te zien dat het slachtoffer met de paal op het hoofd van verdachte slaat. Daarop voelt verdachte met zijn linkerhand aan zijn hoofd, daar waar hij geraakt is. Ongeveer een halve seconde later loopt verdachte wederom richting het slachtoffer.
Op videobestand 2 van de camerabeelden van de AH is te zien dat op 3 minuten en 43 seconden het slachtoffer achteruit blijft lopen, weg van verdachte, met de paal in zijn hand terwijl verdachte die nog steeds de bijl in de lucht houdt en richting het slachtoffer loopt.
Het slachtoffer probeert, terwijl hij nog steeds weg beweegt van verdachte, nog een keer met de paal te slaan richting verdachte. Verdachte haalt vervolgens met de hakbijl uit naar het slachtoffer waarbij hij met de bijl de paal raakt. Hierop laat het slachtoffer de paal vallen en haalt verdachte nogmaals uit met de hakbijl richting het slachtoffer terwijl het slachtoffer weg probeert te komen. Het lijkt erop dat hij het slachtoffer niet raakt en tijdens het wegrennen van het slachtoffer haalt verdachte nogmaals uit in de richting van het slachtoffer. Daarbij raakt hij het slachtoffer aan de voorkant van het lichaam waarna het slachtoffer op de grond valt ter hoogte van de uitgang van de zelfscanpoortjes. Op videobestand 1 is op dit moment te zien dat verdachte ter hoogte van de winkelkarretjes de bijl hoog in de lucht zwaait, het slachtoffer vastpakt en met kracht met de hakbijl in de richting van het gezicht van het slachtoffer slaat. Vervolgens is te zien dat het slachtoffer weer opstaat en weg rent (het beeld uit) en dat verdachte er met de hakbijl in zijn hand achteraan rent.
Vervolgens is op de camerabeelden van Goudreinet het volgende te zien:
Om 15:40:44 draaiden de omstanders die bij de ingang van de AH stonden snel om en renden van de ingang weg. Er kwamen ook mensen de AH uit rennen. Om 15:40:50 komen het slachtoffer en de verdachte in beeld, met hun gezicht richting deze camera. Het slachtoffer liep nog steeds voorop en de verdachte volgde hem. De verdachte hield zijn rechterhand omhoog en maakte een slaande beweging richting het slachtoffer. Om 15:40:53 maakte de verdachte nog een keer een slaande beweging richting het hoofd van het slachtoffer. Het slachtoffer kwam ten val. De verdachte hield met zijn linkerhand de jas van het slachtoffer vast terwijl hij zijn rechterhand opnieuw omhooghield. Vervolgens kwam de verdachte ten val en viel over het slachtoffer heen, waarbij zijn lichaam een draai maakte. De verdachte en het slachtoffer lagen allebei op de grond. Vanaf 15:40:56 kwamen er meerdere omstanders om hen heen staan. De
verdachte werd weggetrokken bij het slachtoffer vandaan en werd omlaag gehouden.
Door getuige [getuige 1] is van hetgeen voor Goudreinet heeft plaatsgevonden een filmpje gemaakt. Over de beelden is het volgende gerelateerd: “Ik zag dat de verdachte een slaande beweging maakte richting het hoofd van het slachtoffer. Ik zag dat de verdachte het slachtoffer met zijn linkerhand vasthield. Ik zag dat het slachtoffer probeerde afstand te creëren
tussen hem en de verdachte. Ik zag dat het slachtoffer dit deed met zijn linker hand en arm. Ik zag dat de bijl tegen het hoofd van het slachtoffer aan kwam. Ik zag dat dit ter hoogte van de linker zijde was van het slachtoffer. Ik zag dat dit ter hoogte was van de nek, schedel of hals. (…) Ik zag dat de verdachte nogmaals uithaalde richting het slachtoffer dit met dezelfde slaande beweging. Ik zag dat het slachtoffer ten val komt. Hierdoor belanden beiden op de grond. Ik zag dat de verdachte het slachtoffer vast bleef houden.”
Verder is gerelateerd dat er op het filmpje veel verschillende gillende personen te horen zijn.
Getuige [getuige 2] heeft het volgende verklaard over de situatie in de AH: “Ik zag dat de man met de hakbijl slaande bewegingen aan het maken was in de richting van het slachtoffer. Ik zag dat de man met de hakbijl richting de rug van het slachtoffer sloeg. Ik zag de man het slachtoffer raakte op zijn rug. Ik zag dat de man het slachtoffer raakte met de scherpe kant van de hakbijl op zijn rug. De man was echt aan het inhakken op het slachtoffer. Hoe vaak de man het slachtoffer met de hakbijl heeft geraakt durf ik niet te zeggen. Ik gooide de fles wijn richting het hoofd van de man met de hakbijl. Ik miste. Ik dacht op dat moment alleen maar aan het uitschakelen van de man. Ik was bang dat hij het slachtoffer anders dood zou maken. (…) [buiten de AH:] Ik zag dat de man met de hakbijl bleef slaan in de richting van het slachtoffer. Nogmaals. De man wilde het slachtoffer echt dood maken.”
Het letsel van het slachtoffer is onderzocht op 20 januari 2026. In het rapport staat vermeld dat op de bovenzijde van de schedel aan de linker zijde van het midden een in een rechte lijn verlopende huidverwonding zichtbaar is die tekenen van wondgenezing vertoont zoals korstvorming en indroging. Op 4 plaatsen zijn licht wijkende (breedte ongeveer 2 mm) wondranden zichtbaar. De totale lengte van de verwonding bedraagt ongeveer 4 cm. Aangever heeft verklaard dat zijn en jas en pet schade hebben geleden door de hakbijl. Een foto van de pet, waarop aan de linkerzijde vóór een snede te zien is waardoor de fotograaf zijn vinger steekt, bevindt zich in het procesdossier, evenals foto’s van beschadigingen aan de jas.
Verdachte heeft verklaard dat hij buiten het winkelcentrum door het slachtoffer werd geslagen. Het slachtoffer, ter terechtzitting gehoord, heeft verklaard dat het kan zijn dat hij verdachte buiten, buiten het beeld van de camerabeelden, heeft geslagen
Verdachte heeft verder verklaard dat hij de hakbijl sinds drie-vier weken in zijn rugzak bij zich had omdat hij een conflict had met het slachtoffer en bang voor hem was. Verdachte had de bijl gekocht bij de Praxis om zichzelf te beschermen. De hakbijl is door de politie onderzocht. Verbalisant herkent deze als een handbijl, met bovenop de steel een metalen bijlblad. Het bijlblad heeft een scherpe, zilverkleurige snede. Op de bij dit proces-verbaal behorende foto is te zien dat de bijl iets minder 40 centimeter lang is.
De overwegingen van de rechtbank
De rechtbank is van oordeel dat uit voornoemde bewijsmiddelen blijkt dat verdachte op 7 januari 2026 in Nijmegen het slachtoffer meerdere malen heeft geslagen met een hakbijl, waarbij één keer op zijn rug, één keer aan de voorkant van zijn lichaam en één keer op zijn hoofd. Bij die laatstbedoelde slag heeft het slachtoffer een hoofdwond opgelopen. Verder blijkt dat hij meerdere malen in de richting van het (boven)lichaam van het slachtoffer heeft geslagen.
De rechtbank dient vervolgens de vraag te beantwoorden hoe het handelen van verdachte dient te worden gekwalificeerd. Aan verdachte is primair een poging tot doodslag tenlastegelegd. Daarbij is de vraag of de verdachte het (voorwaardelijk) opzet heeft gehad om de aangever van het leven te beroven. Voor vol opzet op de dood is vereist dat de verdachte daadwerkelijk de bedoeling had de aangever van het leven te beroven.
De rechtbank is van oordeel dat uit de gedragingen van verdachte kan worden afgeleid dat hij met vol opzet op de dood van het slachtoffer heeft gehandeld en overweegt daartoe het volgende.
Verdachte had een hakbijl in zijn tas bij zich in verband met een (enkele maanden daarvoor ontstaan) conflict met het slachtoffer. Bij het zien van het slachtoffer haalt hij direct de rugzak van zijn rug en, toen hij de mogelijkheid kreeg, haalde hij deze hakbijl ook uit zijn tas. Gedurende bijna 60 seconden heeft hij het slachtoffer dreigend met een hakbijl achtervolgd. Nadat verdachte door het slachtoffer in de AH met het afzetpaaltje op zijn hoofd werd geslagen begon en bleef verdachte slaan in de richting van het slachtoffer en het slachtoffer achtervolgen. Verdachte ging door met slaan, ook nadat het slachtoffer op de grond was gevallen en weer opstond om te vluchten. Verdachte heeft het slachtoffer alles bij elkaar drie keer geraakt: één keer op zijn rug, één keer aan de voorkant van zijn lichaam en één keer op zijn hoofd. De achtervolging is niet door verdachte zelf beëindigd. Hij ging door met dreigen en daarna slaan tegen het slachtoffer ondanks dat hij een paal tegen zijn hoofd kreeg, er een fles wijn in de richting van zijn hoofd werd gegooid en ondanks gillend en van de situatie vluchtend publiek. Een getuige beschrijft de slaande bewegingen van verdachte als ‘inhakken’. Verdachte heeft in ieder geval tijdens de achtervolging voldoende tijd gehad om de gevolgen van zijn voorgenomen handelen te overzien. Desondanks heeft hij het slachtoffer onder meer op zijn hoofd geslagen. Het is een feit van algemene bekendheid dat het hoofd een kwetsbaar deel van het lichaam is, en dat op vrij eenvoudige wijze door zo te slaan met een hakbijl vitale delen hadden kunnen worden geraakt zoals de hersenen en/of (slag)aders en aldus dodelijk letsel toegebracht had kunnen worden. De hakbijl met het scherpe bijlblad is daarnaast moeilijk anders dan met kracht te hanteren. Naar algemene ervaringsregels is een hakbijl namelijk zo ontworpen is dat de kop/ het blad daarvan zwaar (en scherp) is en werkt als een hefboom. Hierdoor is relatief weinig kracht nodig om met een hakbijl grote verwondingen en daarmee potentieel dodelijk letsel te veroorzaken, ook aan het hoofd. De gedragingen van verdachte, in het bijzonder het (met het oog op het conflict met het slachtoffer) kopen en voorhanden hebben van een hakbijl, de lange achtervolging door het winkelcentrum, de hoeveelheid slaande bewegingen richting het hoofd en bovenlichaam van het slachtoffer, de kracht en intensiteit van de slagen en het door de verdachte gehanteerde wapen, zijn naar het oordeel van de rechtbank zozeer gericht op de dood van het slachtoffer dat daaruit vol het opzet kan worden afgeleid. Er is geen sprake van contra-indicaties die een andere conclusie rechtvaardigen. Dat verdachte ‘alleen’ wilde dreigen en/of wilde afschrikken zoals hij heeft verklaard, wordt weersproken door zijn gedrag.
De rechtbank is dan ook van oordeel dat verdachte opzettelijk heeft gepoogd om het slachtoffer van het leven te beroven. Daarmee is het primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.