1 De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 oktober 2023 tot en met 21 april 2024 te [woonplaats] en/of Doetinchem, althans in Nederland, een aantal afbeeldingen en/of een aantal gegevensdragers, bevattende afbeeldingen, te weten een aantal foto’s en/of filmpjes, van seksuele gedragingen, waarbij [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2011, althans iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, heeft verspreid en/of aangeboden en/of openlijk tentoongesteld en/of vervaardigd en/of verworven en/of in bezit gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft, welke seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven – bestonden uit:
het met een of meer vingers vaginaal penetreren van het eigen lichaam door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of
het met een of meer vingers betasten en/of aanraken van het eigen geslachtsdeel en/of de eigen borsten door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of
het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of in een erotisch getinte houding (op een wijze) die niet bij haar leeftijd past/passen en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van haar kleding ontdoet en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto's/film(s) nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van deze persoon in beeld gebracht worden,
(waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling;
2.
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 oktober 2023 tot en met 21 april 2024 te [woonplaats] en/of Doetinchem, althans in Nederland, een persoon, te weten [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2011, van wie hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, met ontuchtig oogmerk ertoe heeft bewogen om getuige te zijn van seksuele handelingen door die [minderjarige] één of meer foto’s en/of filmpjes te sturen waarop zijn, verdachtes, geslachtsdeel te zien was en/of waarop te zien was dat hij, verdachte, zichzelf aan het bevredigen/aftrekken was;
3.
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 maart 2024 tot en met 15 april 2024 te [woonplaats] en/of Doetinchem, althans in Nederland, van een persoon, te weten [minderjarige] , een afbeelding van seksuele aard, te weten één of meer foto’s en/of filmpjes, waarop
die [minderjarige] naakt (poserend) te zien is, openbaar heeft gemaakt, terwijl hij, verdachte, wist dat die openbaarmaking voor die persoon nadelig kon zijn.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan alle ten laste gelegde feiten.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte partieel dient te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde onder feit 1, omdat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte een aantal afbeeldingen van seksuele gedragingen heeft verspreid, aangeboden, openlijk heeft tentoongesteld of heeft vervaardigd. Verdachte heeft deze ten laste gelegde handelingen ontkend. Uit het dossier blijkt niet dat verdachte het in de tenlastelegging genoemde beeldmateriaal op vrij te raadplegen internet c.q. social media aan derden heeft verstuurd en dat dit beeldmateriaal door een ieder kon worden ingezien. Ook is het niet ondenkbaar, althans niet uit te sluiten, dat schoolgenootjes dan wel derden de getoonde foto van [minderjarige] hebben vervaardigd en verspreid dan wel openbaar hebben gemaakt met het kennelijke doel om [minderjarige] daarmee te schaden.
Ook kan niet worden bewezen dat verdachte zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft, omdat [minderjarige] in beginsel heeft ingestemd met het contact met verdachte en dit contact op vrijwillige basis heeft onderhouden.
Ten aanzien van de in de tenlastelegging onder feit 1 beschreven seksuele gedragingen heeft de raadsvrouw bepleit dat enkel het onderdeel “geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren waarbij deze persoon gekleed is, en waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van haar kleding ontdoet” wettig en overtuigend kan worden bewezen. Voor de overige beschreven gedragingen wordt op basis van het dossier niet voldaan aan het bewijsminimum, zodat verdachte ook daarvan dient te worden vrijgesproken.
Ten aanzien van feit 2 is geen verweer gevoerd.
Ten aanzien van feit 3 heeft de raadsvrouw bepleit dat verdachte geheel dient te worden vrijgesproken wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs. Ook voor dit feit geldt dat uit het dossier niet blijkt dat verdachte het in de tenlastelegging genoemde beeldmateriaal van [minderjarige] op vrij te raadplegen internet c.q. social media aan derden heeft verstuurd en dat dit beeldmateriaal door een ieder kon worden ingezien.
De verdediging voert verder aan dat de verklaringen van [minderjarige] en getuige [getuige 1] niet gebruikt kunnen worden voor het bewijs in deze zaak, omdat zij hun verklaringen hebben afgelegd nadat zij met een medewerkster van [organisatie] hadden gesproken en daardoor kunnen zijn beïnvloed. Uit de verklaring van [getuige 1] volgt namelijk dat bij dit gesprek door [organisatie] werd verteld over de situatie van [minderjarige] en dat er uitleg werd gegeven over wat wel en niet strafbaar is.
Beoordeling door de rechtbank
[aangever] heeft op 25 april 2024 namens haar dochter [minderjarige] aangifte gedaan van chantage met seksueel getint materiaal. Zij heeft als volgt verklaard. [minderjarige] is 12 jaar en gaat naar de middelbare school. Een aantal weken eerder merkte aangeefster dat [minderjarige] ontwijkend gedrag naar school vertoonde. Op maandag 15 april 2024 ontving aangeefster van de vader van [minderjarige] een printscreen van een appgesprek dat hij met [minderjarige] had gevoerd. Daarin zei [minderjarige] het volgende:
“Ik moet ook nog wat anders zeggen. Heel lang geleden voegde iemand mij op snapchat en vroeg naakt enzo en ik deed het. Ja ik weet het dom, maar daar zat ik dus nog mee en dat is waarschijnlijk doorgestuurd naar mijn hele klas ofzo (huilende smiley erbij )”. Op 16 april 2024 berichtte [minderjarige] haar vader dat de hele klas haar foto heeft. Aangeefster heeft van [minderjarige] begrepen dat het om een naaktfoto gaat die ze had verstuurd naar iemand op Snapchat die zich ‘ [account-naam] ’ noemde. ‘ [account-naam] ’ had [minderjarige] via Snapchat meerdere keren gevraagd om nieuwe foto's.
[minderjarige] is op 25 april 2024 door de politie als getuige gehoord. Zij verklaarde dat zij in september 2023 op Snapchat een vriendschapsverzoek kreeg van iemand die zich ' [account-naam] ' noemde. Nadat zij het verzoek had geaccepteerd begon ‘ [account-naam] ’ een chat, waarbij hij [minderjarige] veel vragen stelde. In het begin vroeg hij waar ze woonde en wat ze voor sport deed, maar na ongeveer vier weken merkte [minderjarige] dat de vragen anders werden. Hij stelde vragen als: "Wat heb je aan?" en “Kan je daar een foto of filmpje van maken?". [minderjarige] heeft toen een foto van zichzelf gemaakt met haar gezicht en lichaam erop. Vervolgens vroeg ' [account-naam] ’ of ze foto's of filmpjes wilde sturen waarop ze naakt was. [minderjarige] heeft daarop meerdere foto's en filmpjes naar ' [account-naam] ’ gestuurd waarop zij geen kleding aanhad. De ene keer stond alleen haar lichaam op de foto, de andere keer was ook haar gezicht te zien. Ook vroeg ' [account-naam] ' haar of ze zichzelf wilde uitkleden terwijl ze zichzelf filmde. [minderjarige] heeft vervolgens een filmpje gemaakt waarop te zien is dat ze zichzelf uitkleedde. Ook stuurde ze filmpjes waarop ze zichzelf (naakt) aan het bevredigen was of over haar borsten streelde. Ze denkt dat ze in de periode van oktober 2023 tot en met 25 april 2024 via Snapchat ongeveer 20 tot 30 foto's en filmpjes heeft gestuurd naar ' [account-naam] '. Deze foto's en filmpjes werden niet opgeslagen op haar telefoon en op Snapchat werd alles na 24 uur verwijderd. Vaak kreeg [minderjarige] na het versturen van de foto's en filmpjes een melding dat ' [account-naam] ' een schermafbeelding had gemaakt.
In dezelfde periode kreeg [minderjarige] ook foto's en filmpjes van ' [account-naam] ' waarop zijn geslachtsdeel zichtbaar was of waarop te zien was dat hij zichzelf aan het bevredigen was.
Sinds een maand krijgt [minderjarige] in het weekend berichtjes van ' [account-naam] ’ waarin hij zegt dat ze die dag een naaktfoto van zichzelf moet sturen. Als ze dat niet doet, dan zet hij de eerdere naaktfoto’s en filmpjes online en stuurt hij deze door naar haar klasgenoten. Iedere keer dat ' [account-naam] ' haar heeft gevraagd om een naaktfoto of een filmpje te sturen, heeft [minderjarige] dat gedaan. De laatste keer was vier dagen geleden, op zondag 21 april 2024. [minderjarige] heeft een foto gemaakt van het gesprek op Snapchat. Hierin is te lezen dat ' [account-naam] ' zegt: “Je reageert niet meer, dan doen we het mooi zo, je word exposed dan [minderjarige] , negeer je lekker, fuck you dan, ik ga het doen".
[minderjarige] is bang dat als ze geen naaktfoto of filmpje naar ' [account-naam] ' stuurt, dat hij haar naaktfoto's of filmpjes online verstuurt. Ze weet dat hij al een foto of een filmpje van haar heeft doorgestuurd naar anderen. Haar klasgenoten [getuige 2] , [getuige 3] en [getuige 1] hebben in een gesprek met de mentor verteld dat ze een foto of filmpje hebben gezien waar [minderjarige] naakt op te zien was. De klasgenoten beschreven ook de juiste achtergrond van de foto of het filmpje. Ze zeiden dat de foto of het filmpje in de badkamer was gemaakt, en dat klopte. [minderjarige] heeft geen idee wie er achter het account ' [account-naam] ’ zit. Wel weet ze dat twee andere klasgenootjes, [naam 1] en [naam 2] , ' [account-naam] ' ook op Snapchat hebben gehad.
[minderjarige] heeft diverse screenshots gemaakt van berichten van ‘ [account-naam] ’ waarin hij dreigt met het doorsturen van de foto’s. Zo schrijft hij in de berichten: “Lol. Dan niet. Dus doorsturen dan maar?” en “Blijf me maar negeren [minderjarige] . Als je dat nog langer vol houd dan moet ik het maar gewoon doen. [naam 3] wilt heel graag. [getuige 3] ook.”
De politie heeft [getuige 1] , een klasgenoot van [minderjarige] , als getuige gehoord. [getuige 1] heeft verklaard dat zij in het voorjaar van 2024 een foto heeft gezien waarop het naakte lichaam en het gezicht van [minderjarige] te zien waren. Deze foto was via Snapchat verstuurd naar [getuige 3] , een vriendin van [getuige 1] . Naast [getuige 1] en [getuige 3] hebben nog twee anderen de foto gezien. Op de foto zat [minderjarige] op de grond, met haar hand op haar buik en één knie iets opgetrokken. [minderjarige] had deze foto gestuurd naar een gast op Snapchat die zich iets als ‘ [account-naam] ’ noemde. [getuige 1] weet de naam van het account nog, omdat deze persoon haar ook had toegevoegd op Snapchat in dezelfde periode als de naaktfoto. Toen hij haar vroeg om naaktfoto’s en zelf ook foto’s stuurde, heeft ze hem geblokkeerd.
Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij achter het account ‘ [account-naam] ’ zit. In de ten laste gelegde periode heeft hij [minderjarige] overgehaald om naaktfoto’s van zichzelf naar hem te sturen. Ze heeft hem naaktfoto’s gestuurd en een filmpje waarop ze zichzelf uitkleedde. Verdachte heeft de foto’s en het filmpje vervolgens opgeslagen. Hij maakte een screenshot van de naaktfoto’s. Ook heeft hij [minderjarige] berichten gestuurd waarin hij dreigde om de foto’s en het filmpje van [minderjarige] naar haar klasgenoten of kennissen door te sturen als zij geen nieuwe naaktfoto’s meer zou sturen. Verdachte wist dat [minderjarige] minderjarig was. Volgens verdachte waren de dreigende berichten enkel bedoeld om [minderjarige] bang te maken en heeft hij de foto’s en het filmpje nooit doorgestuurd. Wel heeft hij naaktfoto’s en filmpjes van zichzelf verstuurd naar [minderjarige] , waarop te zien was dat hij zichzelf bevredigde.
Betrouwbaarheid verklaringen [minderjarige] en [getuige 1]
Door de verdediging is betoogd dat de verklaringen van [minderjarige] en [getuige 1] als onbetrouwbaar gekwalificeerd dienen te worden vanwege het gesprek met een medewerkster van [organisatie] .
De rechtbank overweegt dat [minderjarige] zelf de bron is van hetgeen door [organisatie] in het gesprek is verteld. Uit al het voorgaande volgt dat [minderjarige] consistent en gedetailleerd heeft verklaard over wat er tussen haar en verdachte is gebeurd en dat haar verklaring steun vindt in de screenshots van de Snapchatgesprekken die zij met verdachte heeft gevoerd. Ook wordt de verklaring voor een groot deel ondersteund door hetgeen verdachte ter terechtzitting heeft verklaard. Hij heeft immers bevestigd dat hij [minderjarige] heeft overgehaald om naaktfoto’s en een filmpje van zichzelf te sturen en dat hij heeft gedreigd om dit beeldmateriaal naar haar klasgenoten te sturen. De rechtbank ziet daarmee geen enkele aanleiding om aan de verklaring van [minderjarige] te twijfelen. De verklaring zal gelet op het voorgaande niet worden uitgesloten van het bewijs.
Ook ten aanzien van [getuige 1] heeft de rechtbank geen enkele concrete aanwijzing om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de afgelegde verklaring. Het enkele feit dat er door [organisatie] met [getuige 1] (en anderen) over de foto gesproken is en er daarbij uitleg is gegeven over strafbare gedragingen, maakt naar het oordeel van de rechtbank niet dat de verklaring van [getuige 1] daarom als onbetrouwbaar dient te worden aangemerkt. [getuige 1] heeft geen belang bij het afleggen van een belastende verklaring jegens verdachte. Zij heeft haar verklaring bovendien afgelegd nadat zij de foto van [minderjarige] had gezien.
Het verweer ten aanzien van de getuigenverklaringen wordt verworpen. De rechtbank zal beide getuigenverklaringen gebruiken voor het bewijs, waarbij de verklaring van [minderjarige] als uitgangspunt wordt genomen.
De rechtbank zal hierna per feit ingaan op de specifieke gedragingen van verdachte en de vraag hoe dit handelen van verdachte juridisch moet worden geduid.
Ten aanzien van feit 1
De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het verspreiden, aanbieden, openlijk tentoonstellen, vervaardigen, verwerven, in bezit hebben van kinderporno en zich door middel van geautomatiseerd werk of gebruikmaking van een communicatiedienst daartoe de toegang heeft verschaft. Zij overweegt hierover als volgt.
Gelet op al het voorgaande stelt de rechtbank vast dat [minderjarige] in de tenlastegelegde periode via Snapchat verschillende foto’s en filmpjes van zichzelf heeft verstuurd naar het account ‘ [account-naam] ’, dat in die periode in gebruik was bij verdachte. Uit de verklaring van [minderjarige] volgt dat verdachte haar vroeg om foto's en filmpjes te sturen waarop ze naakt was en dat zij ook foto’s en filmpjes naar hem heeft gestuurd waarop zij zichzelf (naakt) bevredigde en over haar borsten streelde. Ook vroeg verdachte haar of ze zichzelf wilde uitkleden terwijl ze zichzelf filmde. Verdachte heeft zich middels Snapchat toegang verschaft tot deze afbeeldingen. Ook heeft verdachte volgens zijn eigen verklaring een aantal screenshots van de naaktfoto’s van [minderjarige] opgeslagen.
De rechtbank stelt vast dat de verstuurde foto’s en filmpjes afbeeldingen van seksuele gedragingen betroffen, waarbij de destijds 12-jarige [minderjarige] betrokken was. Op grond van het voorgaande acht de rechtbank bewezen dat verdachte deze kinderpornografische afbeeldingen heeft verworven, in zijn bezit heeft gehad, en zich door middel van geautomatiseerd werk of gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe heeft verschaft. Ten aanzien van het vervaardigen van de afbeeldingen overweegt de rechtbank dat verdachte het initiatief heeft genomen tot het maken van de naaktbeelden van [minderjarige] . Hij gaf haar concrete instructies en maakte een screenshot van de beelden die daaruit voortkwamen. Daarmee heeft verdachte zich ook schuldig gemaakt aan het vervaardigen van kinderporno.
Toen [minderjarige] geen naaktfoto’s of filmpjes van zichzelf meer wilde sturen, heeft verdachte haar onder druk gezet om dat wel te blijven doen. Daarbij heeft hij meermaals gedreigd om de eerder verstuurde – en door verdachte opgeslagen – naaktfoto’s van [minderjarige] te verspreiden onder haar klasgenoten. Hij schreef onder meer: “je word exposed dan [minderjarige] , negeer je lekker, fuck you dan, ik ga het doen”. Uit de in het dossier gevoegde screenshots van snapchatberichten volgt dat verdachte bij deze dreigementen deze klasgenoten van [minderjarige] bij naam noemde, waarbij ook de naam van klasgenoot [getuige 3] werd genoemd. Uit de verklaringen van [minderjarige] en [getuige 1] leidt de rechtbank af dat er in diezelfde periode via Snapchat daadwerkelijk een naaktfoto van [minderjarige] naar klasgenoot [getuige 3] is verstuurd, welke foto vervolgens door verschillende klasgenoten is gezien. Volgens de verklaring van [minderjarige] ging het daarbij – gelet op de door haar klasgenoten omschreven pose en achtergrond van de foto – om een foto die zij eerder via Snapchat naar verdachte had verstuurd.
Op basis van al het voorgaande constateert de rechtbank dat verdachte zijn dreigementen heeft waargemaakt en de naaktfoto van [minderjarige] naar haar klasgenoot heeft verzonden. Naar het oordeel van de rechtbank kan wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het verspreiden van kinderporno. Voor het door de verdediging opgeworpen scenario dat de klasgenoten van [minderjarige] , dan wel een derde, deze foto zouden hebben verspreid en/of zelf met AI zouden hebben vervaardigd en vervolgens verzonden, ziet de rechtbank geen aanknopingspunten.
De rechtbank overweegt dat op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld dat verdachte de kinderpornografische afbeeldingen heeft aangeboden of openbaar heeft tentoongesteld. Voorts overweegt de rechtbank dat, hoewel wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de in de tenlastelegging genoemde foto’s en filmpjes van [minderjarige] afbeeldingen van seksuele gedragingen betreffen, voor een aantal beschreven seksuele gedragingen in de tenlastelegging geldt dat deze niet volgen uit de verklaring van [minderjarige] , noch uit een ander bewijsmiddel in het dossier. Het gaat daarbij specifiek om penetratie van het eigen lichaam. Verdachte zal van deze onderdelen van de tenlastelegging worden vrijgesproken.
Ten aanzien van feit 2
Verdachte wordt onder feit 2 verweten dat hij [minderjarige] ertoe heeft bewogen om getuige te zijn van seksuele handelingen door haar foto’s en filmpjes te sturen waarop zijn geslachtsdeel te zien was en waarop te zien was dat verdachte zichzelf aan het bevredigen was. Verdachte heeft deze handelingen ter terechtzitting bekend.
De rechtbank overweegt dat de tenlastelegging is gebaseerd op artikel 248d (oud) van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr). In dit artikel is het seksueel corrumperen van een minderjarige onder de 16 jaar strafbaar gesteld. Uit de wetsgeschiedenis en vaste jurisprudentie volgt dat artikel 248d (oud) Sr bedoeld is voor situaties waarin de minderjarige ertoe wordt bewogen om daadwerkelijk (live) getuige te zijn van reële seksuele handelingen van de volwassene, op het moment dat deze plaatsvinden. Het tonen van afbeeldingen of filmpjes van eerder opgenomen seksuele handelingen valt daarmee buiten de reikwijdte van 248d (oud) Sr. Dit betekent dat het handelen van verdachte geen strafbare gedraging oplevert als bedoeld in artikel 248d (oud) Sr.
Het tonen van dergelijk beeldmateriaal aan een persoon beneden de leeftijd van 16 jaar kan onder omstandigheden wel een strafbare gedraging opleveren op basis van artikel 240a (oud) Sr. Dit artikel is echter niet ten laste gelegd.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank verdachte, hoewel hij erkent naaktfoto’s en filmpjes van zichzelf te hebben gestuurd, vrijspreken van het onder feit 2 tenlastegelegde.
Ten aanzien van feit 3
Voorts ziet de rechtbank zich voor de vraag gesteld of kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het openbaar maken van de foto’s en filmpjes van [minderjarige] , zoals bedoeld in artikel 139h Sr.
De rechtbank overweegt dat met openbaar maken in de zin van dit artikel wordt bedoeld dat de verdachte zich tot het publiek moet hebben gewend om de afbeelding openbaar te maken, bijvoorbeeld door een afbeelding te plaatsen op vrij te raadplegen sociale media. Het doorsturen van een afbeelding naar een specifieke ontvanger is daarvoor niet voldoende. Dat sprake is geweest van openbaar maken op de hierboven beschreven wijze volgt niet uit het dossier. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van het onder feit 3 tenlastegelegde.