ECLI:NL:RBGEL:2026:5469
Rechtbank Gelderland
- Uitspraak
- 12 mei 2026
- Zaaknummer
- 0513696225
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie
Een gevangenisstraf van 14 maanden voor het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie, het bedreigen van zijn verhuurder met een vuurwapen en het lossen van twee schoten op een garagadeur, waardoor deze is vernield en een auto is beschadigd. Het vuurwapen en de munitie worden onttrokken aan het verkeer, ten aanzien van de papieren zak wordt de teruggave aan de rechthebbende gelast. De vordering tenuitvoerlegging (gevangenisstraf van 6 maanden) wordt ten uitvoer gelegd.
Uitspraak
1 De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 2 mei 2025 tot en met
4 mei 2025 te Apeldoorn
[aangever] heeft bedreigd
met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,
immers heeft hij -verdachte-
-op 2 mei 2025 aan die [aangever] een (zilverkleurig) pistool, althans een daarop
gelijkend voorwerp, althans een zilverkleurig vuurwapen getoond/voorgehouden
en/of voornoemd pistool op het hoofd van die [aangever] gericht (gehouden) en/of
daarbij gezegd/medegedeeld 'Je gaat nu mee', waarna die [aangever] zich omdraaid
en wegloopt/wegvlucht en/of (vervolgens) twee keer een klik hoort (alsof een
vuurwapen ketst of weigert) en/of
-op 4 mei 2025 met een pistool, althans een vuurwapen, meermalen, althans
eenmaal op/door de roldeuren van het garagebedrijf van die [aangever] geschoten;
2.
hij op of omstreeks 4 mei 2025 te Apeldoorn
opzettelijk en wederrechtelijk de roldeuren van een garagebedrijf en/of een of meer
auto's, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever] , in elk
geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar
gemaakt, immers heeft hij -verdachte-
-meerdere malen, althans eenmaal, met een pistool, althans een vuurwapen, kogels
afgevuurt op voornoemde roldeuren (welke kogels vervolgens insloegen
in/op/tegen de zich achter die roldeuren bevindende (geparkeerd(e)/staande)
auto's);
3.
hij op of omstreeks 4 mei 2025 te Apeldoorn
een wapen en/of munitie van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie,
te
weten een pistool, van het merk Zastava, type type [nummer] , kaliber 9 MM
zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool en/of
munitie (te weten een kogelpatroon, kaliber 9 mm)
voorhanden heeft gehad.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Ten aanzien van de feiten 1 en 2
De rechtbank zal de feiten 1 en 2 vanwege de onderlinge samenhang hieronder gezamenlijk bespreken.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat beide feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich ten aanzien van beide feiten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Beoordeling door de rechtbank
Aangever [aangever] heeft verklaard dat hij op 2 mei 2025 bij zijn garagebedrijf in Apeldoorn door verdachte, zijnde de huurder van de door aangever aan verdachte verhuurde woning, werd aangesproken over problemen in de huursfeer, te weten stankoverlast. Uit zijn zak haalde verdachte een zilverkleurig pistool en zei “Je gaat nu mee”. Aangever zag dat verdachte het pistool op zijn hoofd richtte. Daarop is aangever snel weggelopen, gevlucht. Terwijl aangever van verdachte afliep, hoorde hij tweemaal een klik. Aangever heeft de indruk dat verdachte op hem schoot, maar dat de kogel niet is afgegaan.
Op 4 mei 2025 deed aangever opnieuw aangifte. Hij heeft verklaard dat hij [getuige 1] hoorde zeggen dat er gaten in de ruit van zijn garagepand zaten. Toen aangever naar zijn garagebedrijf liep, zag hij dat er in de bovenste ruit van de garagedeur twee kogelgaten zaten. Ook zag hij dat aan het dak van een auto schade is veroorzaakt door een schot. Aangever vermoedt dat verdachte deze kogelgaten heeft veroorzaakt, omdat [getuige 1] hem vertelde dat hij verdachte vandaag heeft zien lopen met een vuurwapen en omdat hij op 2 mei 2025 met een vuurwapen is bedreigd door verdachte.
[getuige 1] heeft verklaard dat hij op 4 mei 2025 vanuit zijn woning gelegen aan [adres] in Apeldoorn twee harde knallen hoorde. Hij had het vermoeden dat er geschoten werd. Meteen daarna keek [getuige 1] uit zijn raam. Hij zag een man genaamd [verdachte] op zijn raam aflopen. [getuige 1] herkende hem, omdat [verdachte] in hetzelfde gebouw woont als hij. [getuige 1] zag dat [verdachte] een voorwerp vasthield dat leek op een vuurwapen.
Verdachte heeft verklaard dat hij op 2 mei 2025 naar [aangever] is toegegaan en dat het klopt dat hij heeft gezegd dat [aangever] met hem mee moest komen. Verdachte is vervolgens geconfronteerd met de verklaring van aangever, inhoudende dat verdachte een vuurwapen in diens richting hield, waardoor aangever angstig werd en is weggerend. Hierop heeft verdachte verklaard ‘het is meer dan dat. Het is al maanden.’ Daarnaast is verdachte geconfronteerd met getuigenverklaringen waaruit blijkt dat hij op 4 mei 2025 is gezien met een vuurwapen en dat er meerdere knallen zijn gehoord. Hierop heeft verdachte verklaard ‘Ik houd mijn mond’. Op de vraag of hij door een deur heeft geschoten, heeft verdachte verklaard ‘ik zeg niets’.
Op 4 mei 2025 zijn de handen van verdachte bemonsterd op de aanwezigheid van schotresten. Deze bemonsteringen zijn gewaarmerkt als SIN AAJS9481NL. De bemonsteringen zijn onderzocht door het NFI. Daaruit volgt dat de bevindingen van het onderzoek naar de aanwezigheid van schotresten op de onderzoeksset schiethanden [AAJS9481NL] waarmee de handen van verdachte zijn bemonsterd, zeer veel waarschijnlijker zijn wanneer er schotresten op deze bemonsteringen aanwezig zijn, dan wanneer er geen schotresten op deze bemonsteringen aanwezig zijn.
Gelet op deze bevindingen en de verklaringen van [aangever] en [getuige 1] concludeert de rechtbank dat verdachte degene is geweest die op 4 mei 2025 heeft geschoten op de garagedeur. Als gevolg daarvan is de ruit van deze deur vernield en is de auto die erachter stond beschadigd. Daarnaast stelt de rechtbank op grond van het voorgaande vast dat verdachte op 2 mei 2025 een vuurwapen heeft gericht op het hoofd van [aangever] en hem heeft gesommeerd om mee te komen. Toen [aangever] probeerde weg te komen, heeft hij tweemaal een klik gehoord alsof het vuurwapen van verdachte weigerde. Dit, in combinatie met het meermalen schieten op de deur van zijn garage twee dagen later, levert een bedreiging op, die van dien aard is en onder zodanige omstandigheden is geschied dat bij [aangever] de redelijke vrees kon ontstaan dat hij het leven zou kunnen verliezen.
De rechtbank acht de feiten 1 en 2 dan ook wettig en overtuigend bewezen.
Ten aanzien van feit 3
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat het feit wettig en overtuigend bewezen kan worden.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Beoordeling door de rechtbank
[getuige 2] heeft verklaard dat hij op 4 mei 2025 op de parkeerplaats van het politiebureau in Apeldoorn een man bij een auto zag staan. De man pakte een zilverkleurig voorwerp uit het dashboardkastje en haalde dit uit elkaar. In zijn linkerhand had hij een magazijn vast en in zijn rechterhand een zilverkleurig pistool. [getuige 2] heeft de man gevraagd om het pistool op het muurtje te leggen van de grindbak. Dat deed de man. [getuige 2] is toen naar binnen gegaan om dit te melden.
Verbalisant [verbalisant 1] beschrijft dat hij op 4 mei 2025 een man zag staan, toen hij het politiebureau in Apeldoorn uitliep. Hij hoorde de man zeggen dat hij iets bij zich had. Daarna liep de man naar de grindbak en wees naar het voorwerp dat daar lag. De verbalisant zag dat het om een zilverkleurig vuurwapen, dan wel een op een vuurwapen gelijkend voorwerp ging met daarnaast een patroonhouder. Toen besefte de verbalisant dat verdachte voor hem stond, waarop hij werd aangehouden.
Het vuurwapen en de munitie zijn onderzocht. Daaruit blijkt dat het wapen een getransformeerd gaspistool betreft van het merk Zastava, type [nummer] , kaliber 6.35 mm. Dit is een vuurwapen in de zin van categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie. De munitie betreft een kogelpatroon van het kaliber 6.35 mm. Dit is munitie in de zin van categorie III van de Wet wapens en munitie.
Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank vast dat verdachte voornoemd vuurwapen en munitie voorhanden heeft gehad op 4 mei 2025. De rechtbank acht daarom wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 3 tenlastegelegde feit.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.