1 De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 3 juli 2024 te Arnhem, althans in Nederland,
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [aangever]
opzettelijk van het leven te beroven,
een of meermalen met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de
nek, hals en/of keel, althans in het lichaam, van die [aangever] heeft gestoken,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair:
hij op of omstreeks 3 juli 2024 te Arnhem
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [aangever]
opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen
een of meermalen met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de
nek, hals en/of keel, althans in het lichaam, van die [aangever] heeft gestoken,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
2. Overwegingen over het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat de primair ten laste gelegde poging tot doodslag wettig en overtuigend kan worden bewezen.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw is van mening dat kan worden gekomen tot een bewezenverklaring van de primair ten laste gelegde poging tot doodslag. Zij heeft bepleit dat verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging vanwege een geslaagd beroep op noodweer.
De beoordeling door de rechtbank
Verdachte heeft dit feit bekend. Daarom zal de rechtbank volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die de rechtbank heeft gebruikt (ex artikel 359, derde lid, Wetboek van Strafvordering).
Bewijsmiddelen
het proces-verbaal van aangifte van [aangever] , p. 29-35;
de forensisch medische letselrapportage d.d. 29 december 2024 opgesteld door drs. [arts] , forensisch arts;
de verklaring van verdachte afgelegd tijdens de terechtzitting van 30 juni 2026.