ECLI:NL:RBGEL:2026:5647
Rechtbank Gelderland
- Uitspraak
- 14 juli 2026
- Zaaknummer
- 05/296372-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie
Veroordeling wegens diefstal met geweld in vereniging en wapenbezit tot een gevangenisstraf 2 jaar, waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar en bijzondere voorwaarden. Daarnaast legt de rechtbank een taakstraf op van 120 uur.
Uitspraak
1 De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 5 november 2025 te Zevenaar,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een hoeveelheid sieraden, in elk geval enig goed,
dat/die geheel of ten dele aan [aangever] en/of de firma [bedrijf] , in elk
geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n)
heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of
bedreiging met geweld tegen die [aangever] voornoemd, gepleegd met het oogmerk om
die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op
heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht
mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
door gemaskerd met gezichtsbedekking en/of een helm en/of ingetapete polsen
en/of handschoenen dragend en/of bewapend met een vuurwapen, althans een op
een vuurwapen gelijkend voorwerp en/of met pepperspray en/of een hamer die
juwelierszaak binnen te gaan en/of die [aangever] voornoemd te sprayen met die
pepperspray en/of door dreigend dat vuurwapen te richten op, althans te tonen aan
die [aangever] voornoemd en/of door de vitrines waarin de sieraden ten toon gesteld
lagen kapot te slaan met die hamer en/of door die [aangever] voornoemd te slaan en/of
te duwen waardoor deze ten val is gekomen;
2.
hij op of omstreeks 5 november 2025 te Zevenaar,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie,
te weten een getransformeerde alarmrevolver, van het merk Olympic 38, kaliber .22
long rifle en/of bijbehorende munitie,
te weten 4 kogelpatronen van het kaliber .22 long rifle,
zijnde de alarmrevolver een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool,
voorhanden heeft gehad;
3.
hij op of omstreeks 5 november 2025 te Zevenaar,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
een wapen van categorie II, onder 6 van de Wet wapens en munitie,
te weten een busje pepperspray,
zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met giftige, verstikkende, weerloosmakende, traanverwekkende en soortgelijke stoffen
heeft gedragen.
2. Overwegingen over het bewijs
FEIT 1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de diefstal met geweld in vereniging. Hij heeft daarbij opgemerkt dat niet kan worden bewezen dat de juwelier met de hamer op het hoofd is geslagen en heeft de rechtbank gevraagd verdachte vrij te spreken van dit onderdeel van de tenlastelegging.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft gesteld dat zij zich kan voorstellen dat de rechtbank tot een bewezenverklaring van feit 1 komt. Zij heeft de rechtbank verzocht verdachte partieel vrij te spreken van het ‘dreigend een vuurwapen richten op of tonen aan [aangever] ’ en het ‘slaan en/of duwen van [aangever] waardoor hij ten val is gekomen’.
De beoordeling door de rechtbank
Verdachte heeft dit feit bekend. Daarom zal de rechtbank volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die de rechtbank heeft gebruikt (ex artikel 359, derde lid, Wetboek van Strafvordering).
Bewijsmiddelen
het proces-verbaal van aangifte van [aangever] , p. 64 – 66;
de verklaring van verdachte afgelegd tijdens de terechtzitting van 30 juni 2026.
De rechtbank overweegt het volgende over deze onderdelen van de tenlastelegging:
het dreigend richten van het vuurwapen op [aangever] of te tonen;
en het slaan van [aangever] .
Deze handelingen blijken onvoldoende uit het dossier. De rechtbank spreekt verdachte daarom wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs vrij van deze onderdelen.
FEIT 2
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde wapenbezit en munitie in dat wapen.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde onder 2 bewezen kan worden.
De beoordeling door de rechtbank
Verdachte heeft dit feit bekend. Daarom zal de rechtbank volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die de rechtbank heeft gebruikt (ex artikel 359, derde lid, Wetboek van Strafvordering).
Bewijsmiddelen
het proces-verbaal forensisch onderzoek bedrijf ( [adres] ), p. 87-89;
het proces-verbaal onderzoek wapen, p. 108-109;
de verklaring van verdachte afgelegd tijdens de terechtzitting van 30 juni 2026.
FEIT 3
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het ten laste gelegde bezit van pepperspray.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde onder 3 bewezen kan worden.
De beoordeling door de rechtbank
Verdachte heeft dit feit bekend. Daarom zal de rechtbank volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die de rechtbank heeft gebruikt (ex artikel 359, derde lid, Wetboek van Strafvordering).
Bewijsmiddelen
het proces-verbaal van aangifte van [aangever] , p. 65;
het proces-verbaal forensisch onderzoek ( [adres] ), p. 88, 89 en 103;
de verklaring van verdachte afgelegd tijdens de terechtzitting van 30 juni 2026.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.