ECLI:NL:RBGEL:2026:5771
Rechtbank Gelderland
- Uitspraak
- 2 maart 2026
- Zaaknummer
- 05-059699-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie
De militaire kamer veroordeelt verdachte wegens zware mishandeling tot een taakstraf van 240 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden. Toewijzing vordering van de benadeelde partij. Militair.
Uitspraak
1 De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 23 augustus 2024 te Stavanger, althans in Noorwegen aan een ander, te weten [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel te weten één of meer snijwond(en) in het gezicht en/of de (rechter)hand, welke naar verwachting één of meer blijvend(e) ontsierend(e) litteken(s) zal/zullen opleveren en/of (blijvend) extensorletsel/peesletsel aan een vinger heeft toegebracht, door die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, met een (vol) bierglas/bierpul (leeg ongeveer 647,7 gram) op/tegen/in het gezicht, althans het hoofd en/of de hand te slaan en/of te stompen en/of te stoten;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 23 augustus 2024 te Stavanger, althans in Noorwegen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een ander, te weten [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen meermalen, althans eenmaal met een (vol) bierglas/bierpul (leeg ongeveer 647,7 gram) op/tegen/in het gezicht, althans het hoofd van die [slachtoffer] en/of de hand van die [slachtoffer] heeft geslagen en/of gestompt en/of gestoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 23 augustus 2024 te Stavanger, althans in Noorwegen, [slachtoffer] heeft mishandeld, door die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, met een (vol) bierglas/bierpul (leeg ongeveer 647,7 gram) op/tegen/in het gezicht, althans het hoofd en/of de hand te slaan en/of te stompen en/of te stoten;, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel (één of meer snijwond(en) in het gezicht en/of de (rechter)hand, welke naar verwachting één of meer blijvend(e) ontsierend(e) litteken(s) zal/zullen opleveren en/of (blijvend) extensorletsel/peesletsel aan een vinger) ten gevolge had;
meest subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 23 augustus 2024 te Stavanger, althans Noorwegen, grovelijk, althans aanmerkelijk onvoorzichtig, onachtzaam en/of nalatig meermalen, althans eenmaal met een (vol) bierglas/bierpul (leeg ongeveer 647,7 gram) op/tegen/in het gezicht, althans het hoofd van die [slachtoffer] en/of de hand van die [slachtoffer] heeft geslagen en/of gestompt en/of gestoten, waardoor het aan zijn schuld te wijten is geweest dat [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel, te weten één of meer snijwond(en) in het gezicht en/of de (rechter)hand, welke naar verwachting één of meer blijvend(e) ontsierend(e) litteken(s) zal/zullen opleveren en/of (blijvend) extensorletsel/peesletsel aan een vinger, heeft bekomen, althans zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte en/of verhindering in de uitoefening van de ambts- of beroepsbezigheden van deze was ontstaan.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het meer subsidiair tenlastegelegde.
Hoewel het slaan met een volle bierpul een aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel oplevert, handelde verdachte in een reflex en heeft hij deze kans dus niet bewust aanvaard. Daarom moet verdachte worden vrijgesproken van het primair tenlastegelegde.
Het letsel van [slachtoffer] kan worden gekwalificeerd als zwaar lichamelijk letsel en verdachte heeft dit letsel ook veroorzaakt. Er is dus geen sprake van een poging, maar van een voltooid delict. Daarom moet verdachte worden vrijgesproken van het subsidiair tenlastegelegde.
Verdachte heeft [slachtoffer] met kracht een klap in diens gezicht gegeven, terwijl verdachte een bierpul in zijn hand had. Hierdoor is het glas kapot gesprongen en heeft [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel opgelopen. Dat maakt dat het meer subsidiair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden.
Verder heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat er geen sprake was van een noodweersituatie.
Het standpunt van de verdediging
Verdachte heeft erkend dat hij [slachtoffer] geslagen heeft, maar was zich daarbij niet bewust van de bierpul in zijn hand. Hij had dus niet het opzet hem daarmee te slaan. Er is geen sprake van zwaar lichamelijk letsel, dan wel opzet op het toebrengen daarvan.
Beoordeling door de militaire kamer
De bewijsmiddelen
Verdachte heeft verklaard dat hij op 23 augustus 2024 in de [bar] in Stavanger (Noorwegen) was. Hij heeft [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ) geslagen. Op dat moment had verdachte een volle bierpul in de hand waarmee hij sloeg. Verdachte had de bierpul gekregen toen hij de [bar] binnenkwam. Dit betrof een bierpul van 0,5 liter van ongeveer 15 centimeter hoog en 8 centimeter in doorsnee, met een gewicht van 647,7 gram.
[slachtoffer] is na het incident naar de spoedeisende hulp gebracht. Hij had een grote Y-vormige snijwond op zijn hoofd, waarvoor in totaal 15 hechtingen nodig waren, en een wond onder zijn linkeroogkas. Ook had hij een snijwond van zeven centimeter op de bovenkant van de rechterhand/-pols, waarvoor in totaal 11 hechtingen nodig waren. De extensorpees van de rechtermiddelvinger was beschadigd. Deze was namelijk afgescheurd. Hieraan is hij op 27 augustus 2024 geopereerd, waarna hij is doorverwezen voor handtherapie.
Op de terechtzitting van 16 februari 2026 heeft de militaire kamer kunnen waarnemen dat [slachtoffer] nog steeds niet de volledige mobiliteit van zijn rechterhand terug heeft, want hij kan deze niet naar achteren bewegen. Op de rechterhand, bij de aanhechting van de pols, zit over de breedte een ‘sleuf’ van bijna zes tot zeven centimeter breed. Dit is een deukend litteken dat donkerder gekleurd is dan zijn eigen huidskleur. Daarnaast is een Y-vormig litteken zichtbaar op zijn voorhoofd, boven zijn rechteroog. Er zijn ook littekens zichtbaar boven en onder zijn linkeroog.
De camerabeelden van de [bar] zijn uitgekeken. Om 22:50:22 uur begroetten verdachte en [slachtoffer] elkaar. Om 22:50:43 uur is zichtbaar dat verdachte een groot glas met daarin een vloeistof vast heeft in zijn rechterhand. Het glas is nagenoeg gevuld. Om 22:50:47 uur maakt verdachte met zijn rechterhand een slaande beweging in de richting van het hoofd van [slachtoffer] , die hierdoor wordt geraakt. Toen diens hoofd werd geraakt, zag de verbalisant dat er vloeistof, vermoedelijk uit het bierglas, door de lucht vloog.
[getuige 1] , een medewerker van de [bar] , heeft verklaard dat hij uit het niets zag dat een glas het hoofd van het slachtoffer (de militaire kamer begrijpt: [slachtoffer] ) raakte, nadat de verdachte ermee sloeg. Er werd geslagen met een vrij stevige bierpul, die in duizend stukjes uiteenspatte toen ermee geslagen werd.
[getuige 2] , een collega van verdachte en [slachtoffer] , heeft verklaard dat ze zag dat verdachte [slachtoffer] in zijn gezicht sloeg met wat [getuige 2] aanduidt als “een flesje”. Verdachte pakte zijn flesje, alsof hij waterpolo/handbal speelde, recht in het gezicht van [slachtoffer] .
De aard van het letsel van aangever
Verdachte heeft letsel toegebracht aan [slachtoffer] , te weten een grote Y-vormige snijwond op zijn hoofd, waarvoor in totaal 15 hechtingen nodig waren, en een snijwond van zeven centimeter op zijn rechterhand, waarvoor in totaal 11 hechtingen nodig waren.
Op de terechtzitting, anderhalf jaar na het incident, heeft de militaire kamer kunnen zien dat er bij deze wonden inmiddels littekenvorming heeft plaatsgevonden. Het gaat om meerdere zichtbare littekens met diepte in het gezicht en een lang en diep litteken op een zichtbaar deel van de hand, waardoor het lichaam ernstig wordt ontsierd.
Verder heeft verdachte de extensor-pees van de rechtermiddelvinger van [slachtoffer] zodanig beschadigd dat deze is afgescheurd. Hoewel [slachtoffer] hiervoor een operatie heeft ondergaan, heeft zijn hand nog steeds niet dezelfde mobiliteit als vóór het incident. Ook na medisch ingrijpen en inmiddels anderhalf jaar verder is deze beperking nog steeds aanwezig, terwijl er nog geen uitzicht is op volledig herstel.
De militaire kamer is dan ook van oordeel dat de littekens en het letsel aan de extensorpees zwaar lichamelijk letsel zijn.
Het opzet van verdachte
Voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg – zoals hier het veroorzaken van zwaar lichamelijk letsel – is aanwezig als de verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat dat gevolg zal intreden.
Het is een feit van algemene bekendheid dat het hard in het gezicht slaan met een gevulde bierpul, die leeg al 647,7 gram weegt, met een inhoud van ongeveer een halve liter tot gevolg kan hebben dat het glas zal breken in het gezicht en dat dit zwaar lichamelijk letsel – bijvoorbeeld een ontsierend litteken – op kan leveren. De kans op zwaar lichamelijk letsel is naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk te achten.
Voor de vraag of sprake is van bewuste aanvaarding van zo’n kans heeft te gelden dat uit de enkele omstandigheid dat de verdachte wetenschap heeft van de aanmerkelijke kans dat het gevolg zal intreden, niet zonder meer kan volgen dat hij de aanmerkelijke kans op het gevolg bewust heeft aanvaard, omdat ook sprake kan zijn van bewuste schuld. Bepaalde gedragingen kunnen echter naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zozeer gericht op een bepaald gevolg dat het – behoudens contra-indicaties – niet anders kan zijn dan dat de verdachte de aanmerkelijke kans op het betreffende gevolg bewust heeft aanvaard.
De verdediging heeft aangevoerd dat verdachte voornoemde aanmerkelijke kans niet bewust heeft aanvaard, omdat hij zich, op het moment dat hij [slachtoffer] sloeg, niet bewust was van de bierpul in zijn hand.
Verdachte heeft verklaard dat hij de bierpul inclusief inhoud kreeg toen hij de [bar] binnen kwam. Het betreft voorts een glas van 647,7 gram met een inhoud van een halve liter. Het gewicht van het glas en de inhoud daarvan moeten samen dus meer dan een kilo hebben bedragen. Het is dan ook slecht denkbaar dat iemand zich van de aanwezigheid van zo’n glas niet bewust is.
Over de wijze waarop verdachte heeft geslagen, zegt een getuige dat het eruit zag alsof verdachte waterpolo/handbal speelde. De militaire kamer heeft op verzoek van de verdediging de camerabeelden in raadkamer bekeken en daarop gezien dat verdachte vol uithaalt met zijn gestrekte arm, terwijl hij de bierpul in zijn hand heeft. Onder de genoemde omstandigheden ziet de militaire kamer hier geen onbewuste reflex, zoals door de verdediging is bepleit.
De militaire kamer is dan ook van oordeel dat de gedragingen van verdachte, met een gevulde glazen bierpul in zijn hand vol uithalen richting het hoofd van [slachtoffer] , naar hun uiterlijke verschijningsvorm kunnen worden aangemerkt als zozeer op het veroorzaken van zwaar lichamelijk letsel gericht te zijn dat het, behoudens aanwijzingen voor het tegendeel, niet anders kan zijn geweest dan dat verdachte de aanmerkelijke kans op het betreffende gevolg bewust heeft aanvaard. Van contra-indicaties is de militaire kamer niet gebleken.
De militaire kamer is van oordeel dat verdachte opzet in voorwaardelijke zin had op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel bij [slachtoffer] .
Conclusie
De militaire kamer is van oordeel dat het primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.