ECLI:NL:RBGEL:2026:5780
Rechtbank Gelderland
- Uitspraak
- 17 februari 2026
- Zaaknummer
- 05-187633-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie
De rechtbank veroordeelt een minderjarige verdachte wegens een poging tot diefstal in vereniging met inklimming en drie diefstallen in vereniging tot 90 dagen jeugddetentie met aftrek van voorarrest. Vrijspraak feit 5.
Uitspraak
1 De inhoud van de tenlastelegging
De officier van justitie heeft een vordering tot nadere omschrijving van de tenlastelegging ingediend. De rechtbank heeft deze vordering toegewezen. De tenlastelegging luidt nu:
1.
hij op of omstreeks 17 juni 2025 te Harderwijk, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om geld en/of goederen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik te brengen
door middel van inklimming
- op een erker is geklommen, en/of
- door het geopende raam van de woning is geklommen,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2.
hij op of omstreeks 17 juni 2025 te Harderwijk, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een fiets, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
3.
hij op of omstreeks 17 juni 2025 te Ermelo, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een powerbank, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 3] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
4.
hij op of omstreeks 17 juni 2025 te Ermelo, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een zonnebril (merk Rayban), een zonnebril (merk Osiris), parfum (ma Richesse), parfum (Capache), en/of een speaker, in elk geval enig goed,
dat/die geheel of ten dele aan [aangever 4] en/of [aangever 5] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
5.
hij op of omstreeks 17 juni 2025 te Ermelo, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een zonnebril (merk Bremer Burum), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 6] en/of [aangever 7] , in elk geval aan een
ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan alle tenlastegelegde feiten.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van feit 1, omdat het procesdossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat dat verdachte betrokken was bij het tenlastegelegde, laat staan dat er sprake is van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking.
Ten aanzien van de overige feiten heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
De beoordeling door de rechtbank
Ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde
Verdachte heeft dit feit bekend. Daarom zal de rechtbank volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die de rechtbank heeft gebruikt (ex artikel 359, derde lid, Wetboek van Strafvordering).
Bewijsmiddelen:
het proces-verbaal van aangifte door [aangever 3] , p. 131-132;
het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte] , p. 233;
de verklaring van verdachte, afgelegd tijdens de terechtzitting van 3 februari 2026.
Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte] samen de auto in zijn geweest en dus de powerbank tezamen en in vereniging hebben weggenomen.
Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde
Verdachte heeft dit feit bekend. Daarom zal de rechtbank volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die de rechtbank heeft gebruikt (ex artikel 359, derde lid, Wetboek van Strafvordering).
Bewijsmiddelen:
het proces-verbaal van aangifte door [aangever 2] , p. 113;
het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte] , p. 233;
het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte] , p. 238;
de verklaring van verdachte, afgelegd tijdens de terechtzitting van 3 februari 2026.
Verdachte heeft verklaard dat hij de fiets heeft gestolen. Gelet op de verklaring van medeverdachte [medeverdachte] dat het klopt dat zijn vriend een fiets had meegenomen om ermee naar huis te gaan, omdat zij geen vervoer hadden, en zijn verklaring later dat het klopt dat zij de fiets hebben meegenomen, is de rechtbank van oordeel dat zij de fiets tezamen en in vereniging hebben weggenomen.
Ten aanzien van het onder 4 tenlastegelegde
Verdachte heeft dit feit bekend. Daarom zal de rechtbank volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die de rechtbank heeft gebruikt (ex artikel 359, derde lid, Wetboek van Strafvordering).
Bewijsmiddelen:
het proces-verbaal van aangifte door [aangever 4] , p. 147-148;
het proces-verbaal van verhoor van bevindingen, p. 28-29;
de verklaring van verdachte, afgelegd tijdens de terechtzitting van 3 februari 2026.
Uit de bewijsmiddelen volgt dat de gestolen goederen voor een deel bij verdachte en voor een deel bij medeverdachte [medeverdachte] zijn aangetroffen. Hieruit volgt naar het oordeel van de rechtbank dat zij deze goederen tezamen en in vereniging hebben weggenomen.
Ten aanzien van het onder 5 tenlastegelegde
Aangever [aangever 6] heeft aangifte gedaan van diefstal van een blauwe zonnebril. De pleegdatum die wordt genoemd in de aangifte, 20 juni 2026, komt niet overeen met de datum waarop verdachte en medeverdachte [medeverdachte] zijn aangehouden, 17 juni 2026, waarbij een blauwe zonnebril bij verdachte is aangetroffen.
De rechtbank kan verder aan de hand van het dossier niet vaststellen dat de zonnebril die is aangetroffen bij verdachte, de zonnebril van aangever is, nu niet is gebleken dat het om een unieke zonnebril gaat en informatie over onderscheidende details van de bril ontbreekt.
De rechtbank is daarom van oordeel dat voor het tenlastegelegde onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bestaat. De rechtbank zal verdachte van dit feit vrijspreken.
Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde
Uit de voorgaande bewijsmiddelen volgt dat verdachte samen met medeverdachte [medeverdachte] in de nacht van 17 januari 2026 rond 00.20 uur in Ermelo uit de trein is gezet, waarbij medeverdachte [medeverdachte] een medereiziger heeft mishandeld door hem met pepperspray in zijn gezicht te spuiten.
Verdachte en medeverdachte [medeverdachte] zijn vervolgens gaan lopen en hebben dezelfde nacht een powerbank uit een auto op de oprit van [adres] in Ermelo, een fiets uit een voortuin aan [adres] in Harderwijk, en meerdere goederen uit een auto aan de dezelfde Belcantodreef gestolen.
Verdachte heeft verklaard dat hij niet in het huis is geweest. Hij was daar wel in de buurt. Hij ging rondjes lopen om te kijken waar hij kon slapen. Hij was daar met [medeverdachte] .
Kort nadat verdachte en medeverdachte [medeverdachte] uit de trein zijn gezet, zijn zij in Ermelo staande gehouden door verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] en gefouilleerd. Verdachte droeg op dat moment een witte pet, een blauwkleurige bodywarmer, een zwarte driekwartsbroek en blauwkleurige gympen van het merk Nike en hij had een geelkleurige tas bij zich. Medeverdachte [medeverdachte] droeg een zwarte hoodie, een grijskleurige trainingsbroek, lichtblauwkleurige gympen en een zwart nektasje.
Toen verdachte en medeverdachte [medeverdachte] later die nacht omstreeks 04.45 uur naar aanleiding van een melding inbraak in de woning op het adres [adres] te Harderwijk in de omgeving van de betreffende woning werden aangehouden, zag verbalisant [verbalisant 1] dat medeverdachte [verdachte] andere schoenen aanhad en zwarte gympen van het merk Nike droeg.
Op camerabeelden van [adres] in Harderwijk, met in beeld de datum 17 juni 2025, zag verbalisant twee personen in beeld met het volgende signalement:
1- man;- blanke of licht getinte huidskleur;- zwarte jas met een wit logo ter hoogte van de borst;- grijze broek;- blauwe pet;- blauw, grijzige sneakers met een zwart, witte zool;- donkergekleurde schoudertas.2- donkergrijze capuchon;- blauwe jas;- zwarte broek;- gele rugtas;- donkere schoenen met een witte zool.
Deze laatste persoon voelde met zijn linkerhand aan de deurhendel van een voertuig. Verder ziet verbalisant op de beelden de man met de schoudertas lopen. De man loopt richting de auto en gaat stil staan naast de auto. Met zijn rechterhand probeert hij de auto te openen. Verbalisant ziet nog een schim in beeld en ziet dat deze persoon een tas op zijn rug heeft. Deze man voelt aan de deurhendels van meerdere auto’s. Ook ziet verbalisant op de camerabeelden een persoon een voortuin inlopen en vervolgens de voortuin weer uitlopen met een fiets.
Gelet op het signalement van verdachte en medeverdachte [medeverdachte] ten tijde van het staande houden en later de aanhouding op 17 juni 2025, dat niet volledig, maar wel voldoende overeenkomt met het signalement van de personen op de camerabeelden, in combinatie met de bekennende verklaring van verdachte over de uit de voortuin gestolen fiets en de uit de auto’s gestolen goederen, is de rechtbank van oordeel dat op de hiervoor beschreven camerabeelden verdachte en medeverdachte [medeverdachte] te zien zijn die aan deurhendels van meerdere auto’s voelen.
De rechtbank stelt vast dat verdachte samen met medeverdachte [medeverdachte] de bedoeling had om goederen te stelen waar zij konden, dit ook hebben gedaan en dit ook, voor zover het andere tenlastegelegde feiten betreft, grotendeels hebben bekend.
In zijn aangifte heeft [aangever 1] verklaard dat hij op 17 juni 2025 om 03:45 uur wakker werd door gestommel en geluiden in zijn slaapkamer in de woning aan [adres] in Harderwijk. Hij zag een persoon die zich in zijn kamer ter hoogte van het raam bevond. Deze persoon hield een telefoon met zaklampfunctie ingeschakeld vast. Aangever hoorde de man met een buitenlands accent meerdere keren “sorry, sorry” zeggen. Aangever zag vervolgens dat de persoon via het raam naar buiten sprong en aangever zag dat hij in de richting van het spoor rende.
Met behulp van een surveillancehond, die om 04:25 uur vanaf de woning op het adres [adres] in Harderwijk een spoor vond, trof verbalisant [verbalisant 3] twee personen aan die op een terrein tussen de busjes en het naastgelegen pand lagen aan de andere kant van de spoorlijn.
Verbalisant [verbalisant 2] herkende de door de hondengeleider aangetroffen personen als [verdachte] en [medeverdachte] , omdat hij hen een paar uur daarvoor in Ermelo had gecontroleerd bij een andere melding.
Door verbalisanten Wolsing en Mulder, forensisch onderzoekers, zijn bij de woning aan [adres] in Harderwijk meerdere schoenspoorfragmenten en dactyloscopische fragmenten veiliggesteld met de volgende waarmerken:
twee schoenspoorfragmenten op de afwateringsdorpel van de erker, aan de voorzijde van de woning: SIN: AASL3229NL en AASL3227NL.
dactyloscopische fragmenten op de ruit van het woonkamerraam: SIN: AARK1571NL en AARK1570NL.
Aan de voorzijde van de woning op de eerste verdieping aan de linkerzijde zagen verbalisanten een geopend slaapkamerraam. Daar vonden zij:
twee schoenspoorfragmenten op de afwateringsdorpel onder het slaapkamerraam: SIN: AASL3225NL en AASL3228NL.
een schoenspoorfragment op de vensterbank onder het slaapkamerraam: SIN: AASL3226NL.
Het spoor SIN AARK1571NL-01 (de vingerafdruk op het woonkamerraam) vertoont een zeer grote mate van overeenkomst en geen verschillen van dactyloscopische aard met de afbeelding van de rechtermiddelvinger van de medeverdachte en heeft geleid tot individualisatie met de vingerafdruk van medeverdachte [medeverdachte] .
De rechtbank concludeert op basis hiervan dat er een vingerafdruk van medeverdachte [medeverdachte] zat op het woonkamerraam, onder het slaapkamerraam waar aangever [aangever 1] een persoon heeft gezien.
Op grond van vergelijkend sporenonderzoek concludeert verbalisant [verbalisant 4] , gecertificeerd onderzoeker schoen- en bandsporen, dat het schoenspoor [1.1] SIN AASL3225NL (het schoenspoor op de afwateringsdorpel onder het slaapkamerraam) is veroorzaakt met een schoen soortgelijk aan schoen [C] (een schoen in beslag genomen onder medeverdachte [verdachte] ). Schoen C is een blauwkleurige schoen van het merk Nike met rode zool.Dit zijn de schoenen die medeverdachte [verdachte] eerder op de avond in de trein aanhad. En dat zijn dezelfde schoenen die medeverdachte [verdachte] bij zijn aanhouding bij zich had en onder hem in beslag zijn genomen. Daarnaast concludeert verbalisant [verbalisant 4] dat de fragmenten van de overige schoensporen, SIN: AASL3226NL, SIN: AASL3227NL, SIN: AASL3228NL en SIN: AASL3229NL, zijn veroorzaakt met schoenen soortgelijk aan de schoenen [A] (een schoen in beslag genomen onder verdachte) en [C] welke beiden hetzelfde profiel tonen.
Bij de rechter-commissaris heeft verbalisant [verbalisant 4] verklaard dat hoewel schoen A en schoen C dezelfde profilering hebben er een verschil in afmeting is, vooral in de voorzool. Er zit bijna 3 millimeter verschil in de afmeting. Uit het onderzoek van verbalisant [verbalisant 4] komt schoen C daardoor het meeste in aanmerking als mogelijke spoorveroorzaker voor spoor 1.1. Het is niet aannemelijk dat spoor 1.1 van schoen A is. Het moet een op schoen C gelijkende schoen zijn geweest.
Bij de rechter-commissaris heeft verbalisant [verbalisant 4] verklaard dat, hoewel schoen A en schoen C dezelfde profilering hebben, er een verschil in afmeting is, vooral in de voorzool. Er zit bijna 3 millimeter verschil in de afmeting. Uit het onderzoek van verbalisant [verbalisant 4] komt schoen C daardoor het meeste in aanmerking als mogelijke spoorveroorzaker voor spoor 1.1. Het is niet aannemelijk dat spoor 1.1 van schoen A is. Het moet een op schoen C gelijkende schoen zijn geweest.
Verdachte heeft ter zitting wisselend verklaard op de vraag waarom hij andere schoenen aan heeft getrokken, bijvoorbeeld omdat hij deze net had gekocht en schoon wilde houden of omdat hij zijn schoenen had uitgeleend aan medeverdachte [medeverdachte] . Deze verklaring acht de rechtbank niet aannemelijk.
De rechtbank concludeert uit dit bewijsmiddel, in samenhang bezien met de omstandigheid dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte] door middel van een geurspoor startend bij de woning van aangever samen kort na de melding van de woninginbraak zijn aangetroffen, dat het aangetroffen schoenspoor op de afwateringsdorpel onder het slaapkamerraam van de woning van aangever is veroorzaakt door verdachte. Daarbij is ook van belang dat verdachte en medeverdachte hebben bekend dat zij dezelfde nacht in de buurt van deze woning samen andere diefstallen hebben gepleegd.
Ook werd op de ruit van de woonkamer een vingerafdruk van medeverdachte [medeverdachte] aangetroffen.
Nu van beide verdachten in ieder geval één individueel spoor is aangetroffen op de woning (de vingerafdruk van medeverdachte op het woonkamerraam en het schoenspoor van verdachte op de afwateringsdorpel onder het slaapkamerraam), stelt de rechtbank vast dat zij samen bij de woning van aangever zijn geweest en samen onder het slaapkamerraam hebben gestaan. Eén van hen is vervolgens via de erker door het slaapkamerraam naar binnen geklommen.
Mede gelet op de hiervoor beschreven conclusie dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte] deze nacht samen verschillende diefstallen hebben gepleegd in de buurt van deze woning, acht de rechtbank het opzet op de diefstal van geld of goederen uit de woning door middel van inklimming en het opzet op de samenwerking bewezen. Dat een willekeurige onbekende andere persoon met schoenen met hetzelfde profiel als de schoenen van één van beide verdachten bij aangever in de slaapkamer heeft gestaan, acht de rechtbank niet aannemelijk.
Daarom acht de rechtbank het onder 1 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.
3. De bewezenverklaring:
De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten/het tenlastegelegde feit heeft gepleegd. Bewezen kan worden dat:
1.
hij op of omstreeks 17 juni 2025 te Harderwijk, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om geld en/of goederen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik te brengen
door middel van inklimming
- op een erker is geklommen, en/of
- door het geopende raam van de woning is geklommen,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2.
hij op of omstreeks 17 juni 2025 te Harderwijk, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een fiets, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
3.
hij op of omstreeks 17 juni 2025 te Ermelo, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een powerbank, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 3] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
4.
hij op of omstreeks 17 juni 2025 te Ermelo, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een zonnebril (merk Rayban), een zonnebril (merk Osiris), parfum (ma Richesse), parfum (Capache), en/of een speaker, in elk geval enig goed,
dat/die geheel of ten dele aan [aangever 4] en/of [aangever 5] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
De rechtbank zal verdachte vrijspreken van die onderdelen van de tenlastelegging die niet zijn bewezen.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.