ECLI:NL:RBGEL:2026:5801
Rechtbank Gelderland
- Uitspraak
- 13 maart 2026
- Zaaknummer
- 05-313230-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie
De rechtbank veroordeelt verdachte voor het medeplegen van meerdere winkeldiefstallen tot een gevangenisstraf van 18 weken met aftrek van voorarrest.
Uitspraak
1 De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
Hij in of omstreeks de periode van 8 november 2025 tot en met 14 november 2025 te Oudenbosch en/of Prinsenbeek en/of Oosterhout, althans in Nederland,
meermalen, althans eenmaal,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een of meer goederen zoals omschreven in het/de in deze tenlastelegging genoemde proces(sen) verbaal van aangifte met de/het volgende kenmerk(en):
1. PL2000-2025305708-2 – Kruidvat [adres] Oudenbosch pleegdatum 8-11-2025 (verzorgingsartikelen, totale waarde: €2791,44) en/of;
2. PL2000-2025304165-2 – Kruidvat [adres] Prinsenbeek pleegdatum 9-11-2025 (verzorgingsartikelen, totale waarde: €1307,61) en/of;
3. PL2000-2025312025 – Kruidvat [adres] Oosterhout pleegdatum 14-11-2025 (verzorgingsartikelen, totale waarde €4450);
in elk geval enig goed dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan de in de proces(sen) verbaal van aangifte met eerdergenoemd(e) kenmerk(en) genoemde aangever(s), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
2.
Hij op of omstreeks 18 november 2025 te Hilversum, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, voedingsmiddelen en/of schoonmaakmiddelen (met een totale waarde van €109,70), in elk geval enig goed dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan de Albert Heijn [adres] te Hilversum, in elk geval een aan ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de feiten zoals tenlastegelegd.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte moet worden vrijgesproken van de derde zaak van feit 2 (diefstal op 14 november 2025 bij de Kruidvat in Oosterhout). Ten aanzien van de overige feiten heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, met dien verstande dat de raadsvrouw zich op het standpunt stelt dat de in de tenlastelegging genoemde bedragen niet kunnen worden bewezen en dat ook geen sprake is van medeplegen.
Beoordeling door de rechtbank
Algemeen
De politie heeft kennis gekregen van deze zaak doordat het bedrijf A.S. Watson, dat onder andere de beveiliging van de Kruidvat verzorgt, een dossier had aangelegd met gegevens over een aantal diefstallen waarbij twee verdachten waren betrokken. Bij één van deze diefstallen had het winkelpersoneel gezien dat de verdachten wegreden in een witte Landrover met Duits kenteken [kenteken] . Dit voertuig is in de ANPR geplaatst en gaf een eindhit op de A27 te Nieuwegein. De politie heeft dit voertuig gevolgd en zag dat er twee personen in zaten, te weten verdachten [verdachte] en [medeverdachte] .
Beide verdachten verbleven in de woning van de nicht van verdachte [verdachte] aan [adres] in Hilversum. In de slaapkamer waar [verdachte] verbleef, werden verschillende dozen en tassen aangetroffen met daarin ruim 300 artikelen, waaronder verzorgingsartikelen. Deze waren voornamelijk afkomstig van de Kruidvat, maar ook van de Hema en de Albert Heijn etc.
In voornoemd voertuig werden twee ‘geprepareerde’ schoudertassen aangetroffen waarin op een heimelijke manier aluminiumfolie en bruine tape was verwerkt. Deze tassen droegen verdachten bij de onder feit 2 tenlastegelegde diefstallen. Verdachte [medeverdachte] heeft verklaard dat één van deze tassen van hem is en dat hij die heeft gevonden in een doos die bij het vuilnis stond. Verdachte [verdachte] heeft verklaard dat hij de tassen uit het afval heeft gehaald. Hij heeft één van de tassen gebruikt. Hij ging er wel eens mee naar de Kruidvat en deed er dan spullen in die hij niet betaalde.
De rechtbank is van oordeel dat beide verdachten – op basis van de hieronder opgegeven bewijsmiddelen – met een geprepareerde tas winkels binnen zijn gegaan en hebben verlaten, met als kennelijk doel dat daardoor de alarmpoortjes niet zouden afgaan als zij met niet-betaalde goederen de winkel verlieten.
De meeste aldus uitgevoerde diefstallen vonden plaats bij de Kruidvat. Het beveiligingsbedrijf van de Kruidvat liet weten dat medewerkers van de Kruidvat dagelijks de voorraad producten bijhouden. Op grond van de camerabeelden kunnen de medewerkers de stellingen lokaliseren waar verdachten goederen hebben weggenomen. Vaak zijn de producten ook te zien, maar soms is het aantal producten dat wordt weggenomen niet goed te zien. Na een diefstal wordt er gekeken hoeveel producten er op voorraad zouden moeten zijn en hoeveel daarvan ontbreken. Hoewel dit systeem vrij accuraat is, kan de Kruidvat nooit met honderd procent zekerheid, maar wel met grote zekerheid, zeggen dat de weggenomen goederen precies matchen met de tekorten in de voorraad.
De rechtbank kan dus de exacte bedragen, zoals die ten laste zijn gelegd, niet bewezen verklaren, maar gelet op de hoeveelheid goederen en het soort goederen, te weten overwegend dure producten, kan in ieder geval worden vastgesteld dat het gaat om weggenomen producten met een grote totaalwaarde. De rechtbank gaat ervan uit dat verdachte voor ruim € 3.000,- aan goederen heeft weggenomen.
Hierna zal de rechtbank ingaan op de afzonderlijke feiten en verweren.
Feit 1
1. PL2000-2025305708-2 – Kruidvat [adres] Oudenbosch pleegdatum 8-11-2025
[aangever 1] heeft namens de Kruidvat aan de [adres] in Oudenbosch aangifte gedaan van winkeldiefstal, gepleegd op 8 november 2025. Hierbij is een grote hoeveelheid (verzorgings)producten weggenomen. Op de camerabeelden is te zien dat de verdachten elkaar soms aankijken en iets tegen elkaar zeggen als ze elkaar kruisen.
De politie heeft de camerabeelden van de Kruidvat uitgekeken. Hierop was te zien dat twee mannen los van elkaar de winkel binnenkwamen. Beide verdachten gebruikten een zwarte tas, waarbij de tweede verdachte de schoudertas gebruikte die de eerste verdachte in eerdere diefstallen had gebruikt. Beide mannen halen verschillende goederen uit de schappen en stoppen deze vervolgens in de tassen. Omstreeks 16:35 uur verlaten ze los van elkaar de Kruidvat, zonder af te rekenen.
Een verbalisant herkende de personen op de camerabeelden als verdachten [verdachte] en [medeverdachte] .
2. PL2000-2025304165-2 – Kruidvat [adres] Prinsenbeek pleegdatum 9-11-2025
[aangever 1] heeft namens de Kruidvat aan de [adres] in Prinsenbeek aangifte gedaan van winkeldiefstal, gepleegd op 9 november 2025. Hierbij is een grote hoeveelheid (verzorgings)producten weggenomen.
De politie heeft de camerabeelden van de Kruidvat uitgekeken. Hierop was te zien dat twee mannen los van elkaar de winkel binnenkwamen. Beide verdachten gebruikten een zwarte tas, waarbij de tweede verdachte de schoudertas gebruikte die de eerste verdachte in eerdere diefstallen had gebruikt. De verdachten stoppen goederen bij elkaar in het mandje en stoppen het daarna in hun tassen. Vervolgens verlaten ze de winkel zonder de goederen te betalen.
Een verbalisant herkende de personen op de camerabeelden als verdachten [verdachte] en [medeverdachte] .
Verdachte heeft verklaard dat hij twee keer producten heeft gestolen bij de Kruidvat.
3. PL2000-2025312025 – Kruidvat [adres] Oosterhout pleegdatum 14-11-2025
Volgens de politie is op de camerabeelden te zien dat verdachte in deze zaak buiten de winkel stond te wachten met een doos in zijn handen en zou verdachte [medeverdachte] de gestolen goederen aan hem hebben afgegeven. De rechtbank heeft deze camerabeelden in raadkamer bekeken, maar heeft verdachte hierop niet waargenomen. Aldus kan niet worden bewezen dat verdachte betrokken was bij deze zaak. Daarom zal de rechtbank hem hiervan vrijspreken.
Voor het overige (de zaken nrs. 1 en 2 hierboven) acht de rechtbank dit feit wettig en overtuigend bewezen, inclusief het tenlastegelegde in vereniging plegen. In beide zaken is namelijk sprake van een nauwe en bewuste samenwerking, nu beide verdachten gebruik maken van geprepareerde tassen en ze in beide zaken in contact staan met elkaar.
Feit 2
Op 18 november 2025 zagen verbalisanten dat verdachten [verdachte] en [medeverdachte] de Albert Heijn binnen gingen. [verdachte] had een winkelmandje en bleef voorin de winkel hangen. [medeverdachte] had twee bigshoppers van de Albert Heijn bij zich. [medeverdachte] liep helemaal naar achteren in de winkel, waar hij de bigshoppers in zeer korte tijd vulde met vleesproducten uit de koeling. Vervolgens liep [medeverdachte] door de winkel en hij pakte her en der wat producten uit het schap. Op een gegeven moment kwamen ze samen en zag één van de verbalisanten dat de twee bigshoppers inmiddels gevuld waren, terwijl ze eerder nog geheel leeg waren. In het schap met de wasmiddelen zag een verbalisant dat [verdachte] een fles in zijn handen had, de dop eraf schroefde en eraan rook. [medeverdachte] zette de bigshoppers in het mandje en liep voorbij de kassa’s zonder dat hij iets in zijn handen had. Vervolgens liep [medeverdachte] weer richting het ingangspoortje tot deze opende, maar hij ging niet naar binnen. Vervolgens liep [verdachte] met de twee bigshoppers langs de geopende ingangspoortjes. Daarna liepen ze samen de winkel uit richting hun auto.
[aangever 2] heeft vervolgens aangifte gedaan namens de Albert Heijn aan de [adres] in Hilversum. Hij zag op de camerabeelden dat twee personen de winkel verlieten met twee shoppers, terwijl de politie er maar één bij zich had. In de tweede tas zat onder andere wasmiddel. Er is een bon gemaakt van de goederen die de politie had meegenomen. Deze goederen bedroegen € 109,70, maar dat waren dus niet alle gestolen goederen.
Verdachte heeft verklaard dat hij producten heeft gestolen bij de Albert Heijn.
Op basis van het voorgaande acht de rechtbank feit 2 wettig en overtuigend bewezen, inclusief het tenlastegelegde in vereniging plegen. Uit de observaties van de politie blijkt immers dat er duidelijk sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de twee verdachten.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.