ECLI:NL:RBGEL:2026:5880
Rechtbank Gelderland
- Uitspraak
- 16 juli 2026
- Zaaknummer
- 05.272805.25 en 05.156396.26 (gevoegd ttz.)
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie
De rechtbank veroordeelt een man tot een gevangenisstraf van 5 jaar. De man is schuldig aan een poging tot doodslag en het bezitten van kinderporno.
Uitspraak
1 De inhoud van de tenlastelegging
Parketnummer 05-272805-25
Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot aanpassing omschrijving feiten in de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
hij op 11 oktober 2025 te Tiel, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk een ander, te weten [aangever] van het leven te beroven, die [aangever] met een mes, althans een dergelijk scherp voorwerp, in het gezicht heeft gestoken en/of gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op 11 oktober 2025 te Tiel, althans in Nederland, aan een ander, te weten [aangever] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht, te weten een (snij)wond met doorklieving van de onderliggende spier en/of (blijvend) litteken in het gezicht, door die [aangever] met een mes, althans een dergelijk scherp voorwerp, in het gezicht te steken en/of te snijden;
meer subsidiair:
hij op 11 oktober 2025 te Tiel, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [aangever] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te
brengen, die [aangever] met een mes, althans een dergelijk scherp voorwerp, in het gezicht heeft gestoken en/of gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
Parketnummer 05-156396-26
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2024 tot en met 14 oktober 2025 te Tiel, althans in Nederland, een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele
strekking waarbij (een) persoon/personen die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet
had(den) bereikt, was/waren betrokken of schijnbaar was/waren betrokken heeft verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich daartoe de toegang heeft verschaft
te weten een telefoon (Apple iPhone XR) (bevattende (ongeveer) 50 afbeeldingen), waarop te zien is dat:
die persoon/personen oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis (afbeelding 3, afbeelding 4, afbeelding 7, afbeelding 8) en/of
de borst(en) van die persoon met een hand wordt/worden aangeraakt (afbeelding 3) en/of
het geslachtsdeel van een ander persoon met een hand wordt/worden aangeraakt door die persoon (afbeelding 4) en/of
die persoon het eigen geslachtsdeel met de hand aanraakt (afbeelding 2) en/of
die persoon/personen poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij
- die persoon/personen geheel of gedeeltelijk naakt is/zijn en/of gekleed is/zijn en/of
opgemaakt is en/of in een omgeving en/of in een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet bij zijn/haar/hun leeftijd past/passen en/of
- door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die persoon/personen en/of de uitsnede van de foto’s/films nadrukkelijk het geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon/personen in beeld worden gebracht (afbeelding 1, afbeelding 2, afbeelding 5, afbeelding 6, afbeelding 9, afbeelding 10) en/of
bij/naast het gezicht en/of het lichaam van die persoon/personen een (stijve) penis wordt gehouden (afbeelding 1, afbeelding 5).
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder parketnummer 05-272805-25 primair tenlastegelegde poging tot doodslag. Ten aanzien van het feit onder parketnummer 05-156396-26 heeft de officier van justitie aangevoerd dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het verwerven en bezitten van kinderporno.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder beide parketnummers tenlastegelegde, vanwege onvoldoende wettig en overtuigend bewijs. De raadsman heeft ten aanzien van parketnummer 05-272805-25 onder meer aangevoerd dat er slechts sprake is van een weinig overtuigende getrapte verklaring als het gaat om de herkenning van verdachte door aangever. Daarnaast is getuige [getuige 1] onbetrouwbaar omdat hij geen onafhankelijke getuige is.
Ten aanzien van parketnummer 05-156396-26 heeft de raadsman aangevoerd dat voldoende aannemelijk is dat verdachte niet heeft geweten dat de afbeeldingen op zijn telefoon aanwezig waren en dat het vereiste opzet om die reden ontbreekt.
De beoordeling door de rechtbank
Parketnummer 05-272805-25
Aangever is op 11 oktober 2025 rond 03.45 uur in Tiel gestoken in zijn gezicht. Hij heeft daardoor flink letsel opgelopen. Als hij enkele centimeters lager was gestoken, was vermoedelijk een slagader in zijn hals geraakt. Het uitwendig letsel betrof een rechte snijwond van oor rechts tot kaak rechts, geschat 15 centimeter in lengte. De onderliggende bindweefsellaag die de spieren omhult, was gescheurd. De spier was ongeveer één centimeter ingesneden. De wond werd gehecht en er was een doof gevoel om de wondranden ontstaan. Het is niet duidelijk of het dove gevoel om de wondranden op termijn zal verdwijnen. Het letsel is matig tot ernstig en er zal een litteken ontstaan. Wanneer de huiddoorklieving zich iets meer naar boven had bevonden, had een slagader geraakt kunnen worden. Als de huiddoorklieving zich onder de kaakrand had bevonden, dan zou er een kans zijn geweest op een doorklieving van de halsader en/of halslagader. Het raken van een slagader of halsslagader zou een levensbedreigende situatie zijn die acuut medische ingrijpen noodzakelijk maakt.
Op die dag rond dat tijdstip was sprake van een conflict waarbij aangever ingreep om het te sussen. Aangever zag vervolgens dat in ieder geval twee mannen, maar het konden er meer zijn, op hem en zijn vrienden af kwamen rennen. Bij één persoon zag hij een op een mes gelijkend voorwerp in zijn handen zitten. Aangever rende daarop een steeg in, waarna van rechts een man kwam tegen wie aangever op liep. Deze persoon had een Marokkaans uiterlijk en greep aangever vast bij zijn trui. Achter die persoon stond een andere man die met zijn linkerarm langs de andere man kwam en met zijn hand naar het gezicht van aangever reikte. Aangever voelde een stomp op zijn rechterkaak. Hij voelde op die plek en het voelde kletsnat. Hij voelde een flinke snee in zijn gezicht en zag een hoop bloed aan zijn hand. Aangever kent de man van gezicht, van snackbar [snackbar] (de rechtbank begrijpt: [snackbar]) in de Hertogenwijk. Hij heeft een wat steviger postuur en een volle baard en aangever denkt dat ook hij Marokkaans is.
Getuige [getuige 1] hoorde veel geschreeuw en zag dat aangever aan kwam rennen. Getuige [getuige 2] zag dat aangever achterna werd gezeten door een groep, waaronder “ [verdachte] ”. [getuige 2] herkende [verdachte] gelijk naar aanleiding van een paar eerdere confrontaties. [verdachte] heeft een gezet postuur, een donker baardje en is Marokkaans. [getuige 1] liep richting het geschreeuw om te kijken wat er was gebeurd. Hij zag [verdachte] staan, met een bekende van getuige en nog twee Marokkaanse jongens. Hij zag een mes in de hand van [verdachte] . Een paar minuten later werd [getuige 1] via beeldbellen gebeld door aangever. Hij zag toen bij aangever een wond vanuit zijn rechteroor tot aan zijn kin. Aangever zei tegen [getuige 1] dat de jongen die [getuige 1] had gestoken in zijn been, aangever nu te grazen had genomen. [getuige 1] wist toen dat het om [verdachte] ging, want [verdachte] was degene die hem had gestoken. Twee dagen geleden was [getuige 1] met aangever naar [snackbar] geweest en daar zat [verdachte] ook. [getuige 1] hoorde aangever zeggen dat [verdachte] vreemd naar hem keek, waarop [getuige 1] aangever vertelde dat [verdachte] degene is die hem heeft gestoken in zijn been. [verdachte] is een bekende van [getuige 1] , hij heet [verdachte] . [getuige 1] kent hem van de straat. Hij is mollig, heeft een baardje en is Marokkaans.
[getuige 1] stond na het voorval met [verdachte] te praten en hoorde [verdachte] zeggen dat aangever hem een klap op zijn rechteroog had gegeven. [getuige 1] zag een lichte verkleuring en een traanoog bij [verdachte] . In de telefoon van verdachte zijn meerdere foto’s opgeslagen waarop verdachte te zien is met een blauw oog. De ene afbeelding is gemaakt op 12 oktober 2025 om 04:57:00 uur, de andere op 12 oktober 2025 om 04:57:05 uur.
Met betrekking tot de betrouwbaarheid van de getuigenverklaringen van [getuige 1] en [getuige 2] overweegt de rechtbank dat zij tot de groep van aangever behoren. De rechtbank is daarom van oordeel dat in beginsel behoedzaam moet worden omgegaan met deze verklaringen. Anderzijds komt uit het dossier het beeld naar voren van een kennelijk al jarenlang spelend conflict in de wijk tussen Molukse en Marokkaanse jongeren, waarbij die groepen doorgaans onderling - zonder de politie in te schakelen - hun conflicten beslechten. Zo heeft getuige [getuige 1] nooit aangifte gedaan van een vermeend steekincident waarbij verdachte hem in zijn been zou hebben gestoken. De rechtbank ziet in het dossier aanleiding om te vermoeden dat ook ten aanzien van het onderhavige incident een aantal betrokken personen uit de wijk, bang of onwillig zijn om te getuigen over of aangifte te doen van strafbare feiten die zijn gepleegd. Dat [getuige 1] en [getuige 2] lichtvaardig vals zouden getuigen lijkt in dat licht niet op voorhand aannemelijk. Daarnaast zijn hun verklaringen gedetailleerd en consistent en vinden deze bovendien steun in andere bewijsmiddelen. De rechtbank acht de verklaringen dan ook betrouwbaar en gebruikt deze voor het bewijs.
Op basis van het voorgaande, in onderlinge samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat [verdachte] de persoon betreft die aangever in de nacht van 11 oktober 2025 heeft gestoken met een mes en verder dat [verdachte] verdachte betreft. De verklaring van verdachte dat hij op de nacht van het incident thuis was en lag te slapen, is gelet op de hierboven beschreven bewijsmiddelen naar het oordeel van de rechtbank ongeloofwaardig.
Poging tot doodslag
De vraag die de rechtbank vervolgens moet beantwoorden is of voornoemd handelen van verdachte gekwalificeerd kan worden als een poging tot doodslag, dan wel als zware mishandeling of een poging tot zware mishandeling.
Om tot een bewezenverklaring van een poging tot doodslag te kunnen komen is onder meer vereist dat verdachte opzet heeft gehad op de dood van aangever. De rechtbank ziet onvoldoende aanknopingspunten in het dossier om te kunnen vaststellen dat verdachte vol opzet heeft gehad op de dood van aangever.
De vraag die de rechtbank vervolgens moet beantwoorden, is of verdachte voorwaardelijk opzet heeft gehad op de dood van aangever. Hiervan is kort gezegd sprake als er een aanmerkelijke kans aanwezig was dat de dood zou intreden en verdachte op dat moment welbewust die kans heeft aanvaard. Of dit zo is, is naar vaste jurisprudentie afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waarbij betekenis toekomt aan de aard van de gedragingen en de omstandigheden waaronder deze zijn verricht. Het zal in alle gevallen moeten gaan om een kans die naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk is te achten.
De rechtbank heeft vastgesteld dat verdachte in het gezicht van aangever heeft gestoken. Om vast te kunnen stellen of door deze gedraging de aanmerkelijke kans bestond dat aangever zou komen te overlijden, zijn meerdere factoren van belang, waaronder: de manier waarop en met welke kracht is gestoken/gesneden. Daarbij kan tevens de lengte van het mes van belang zijn.
Het mes waarmee verdachte heeft gestoken, is nooit gevonden. Over de grootte van het mes kunnen dus geen onafhankelijke conclusies worden getrokken.
Uit de letselinterpretatie volgt dat de wond in het gezicht van aangever 15 centimeter lang was en ongeveer een centimeter diep. De wond liep van het rechteroor tot aan de rechterkaak. De bindweefsellaag die de spieren omhult, was doorgesneden en de spier was ingesneden. De rechtbank is van mening dat uit de letselinterpretatie voldoende volgt dat het niet anders kan dan dat verdachte, dan wel met aanzienlijke kracht, dan wel met een zeer scherp mes, heeft gestoken/gesneden. Ook volgt uit de letselinterpretatie dat wanneer de huiddoorklieving zich iets meer naar boven had bevonden, een slagader geraakt had kunnen worden. Als de huiddoorklieving zich onder de kaakrand had bevonden, dan had de kans op een doorklieving van de halsader en/of halslagader bestaan. Het raken van een slagader of halsslagader zou een levensbedreigende situatie zijn die acuut medische ingrijpen noodzakelijk maakt. Uit de verklaring van aangever blijkt verder, over de manier waarop is gestoken/gesneden, dat verdachte achter de andere persoon stond die aangever vasthield en om die persoon heen in het gezicht van aangever heeft gestoken/gesneden.
Het is een feit van algemene bekendheid dat het steken in de richting van het gezicht en/of hals – waar zich vitale slagaders en halsslagaders bevinden – een aanmerkelijke kans op de dood teweegbrengt. De rechtbank concludeert op grond van deze uiterlijke verschijningsvormen van de handeling van verdachte, namelijk het steken in het gezicht van aangever, dicht in de buurt bij de hals en terwijl verdachte om een ander heen reikte zodat hij aangever kon steken, hij de aanmerkelijke kans op de dood van aangever welbewust heeft aanvaard. Dat er uiteindelijk bij aangever geen sprake was van daadwerkelijk (potentieel) dodelijk letsel, maakt dit niet anders. Dit laatste is naar het oordeel van de rechtbank enkel te danken aan toeval.
De rechtbank acht op grond van het voorgaande dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot doodslag (primair).
Parketnummer 05-156396-26
Onder verdachte is bij zijn aanhouding op 14 oktober 2025 een telefoon in beslag genomen van het merk Apple, type XR. De telefoon lag op de slaapkamer van verdachte. Op de telefoon werden 50 afbeeldingen aangetroffen die kinderpornografisch van aard waren. Het betroffen voornamelijk afbeeldingen van jonge meisjes en jongens in de leeftijdscategorie van 5 tot 14 jaar die seksuele handelingen verrichtten bij volwassen mannen of die seksuele handelingen bij zichzelf pleegden of seksuele poses aannamen. Van de 50 afbeeldingen zijn 10 afbeeldingen uitgebreider omschreven en in een toonmap geplaatst.
De afbeeldingen 3, 4, 7 en 8 in de toonmap betreffen:
Afbeelding 3: een voorbeeld van vaginale penetratie, waarbij tevens de borst van het meisje wordt aangeraakt door een hand
Afbeelding 4: een voorbeeld van orale penetratie, waarbij het meisje de penis van een man vasthoudt
Afbeelding 7: een voorbeeld van penetratie, vaginaal of anaal
Afbeelding 8: aan voorbeeld van orale penetratie.
De afbeeldingen 1, 2, 5, 6, 9 en 10 in de toonmap betreffen:
Afbeelding 1: een voorbeeld van volledig naakt poseren
Afbeelding 2: een voorbeeld van volledig naakt poseren waarbij het meisje haar eigen geslachtsdeel aanraakt
Afbeelding 5: een voorbeeld van geheel of gedeeltelijk naakt poseren
Afbeelding 6: een voorbeeld van volledig naakt poseren
Afbeelding 9: een voorbeeld van geheel of gedeeltelijk naakt poseren
Afbeelding 10: een voorbeeld van gedeeltelijk naakt poseren in een seksuele pose.
Afbeeldingen 1, 2, 3, 8, 9 en 10 zijn ontvangen op 5 oktober 2024. Afbeelding 7 is ontvangen op 6 december 2024 en afbeelding 6 op 16 mei 2025. Afbeeldingen 4 en 5 zijn ontvangen op 24 januari 2025.
Verdachte heeft verklaard dat hij de enige is die zijn telefoon gebruikt. Hij heeft daarnaast verklaard dat hij wel gelooft dat deze afbeeldingen zijn gevonden op zijn telefoon en hij denkt dat deze er middels Telegram groepen op zijn gekomen. In zo’n groep zitten veel mensen en er worden veel filmpjes en afbeeldingen gedeeld. Verdachte heeft ook verklaard dat als er afbeeldingen van kinderporno in groepen komen hij dat gelijk weg klikt op zijn telefoon. Hij gaat daar niet naar kijken. Hij scrolt het door. Hij wil er niet naar kijken, maar in elke groep zitten wel filmpjes die je niet wilt zien volgens verdachte.
De rechtbank overweegt dat noch op basis van het dossier, noch op basis van het onderzoek ter terechtzitting wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte de kinderporno heeft verworven of zich daartoe de toegang heeft verschaft. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van dit deel van de tenlastelegging.
De rechtbank concludeert dat verdachte de kinderporno wel in zijn bezit had op zijn telefoon. Hij heeft tenslotte zelf verklaard dat hij de afbeeldingen langs zag komen in de Telegram groepen, en dan snel verder scrolde. Hij heeft de afbeeldingen niet verwijderd en heeft de Telegram groepen niet verlaten. Verdachte heeft hiermee bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij deze afbeeldingen in zijn bezit zou hebben. Er is dan ook sprake van (voorwaardelijk) opzet op het bezitten van kinderporno.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte kinderporno in zijn bezit heeft gehad. De eerste afbeeldingen zijn op 5 oktober 2024 terecht gekomen op de telefoon van verdachte en de rechtbank zal de pleegperiode daarom vaststellen van 5 oktober 2024 tot en met 14 oktober 2025.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.