ECLI:NL:RBGEL:2026:6266
Rechtbank Gelderland
- Uitspraak
- 5 augustus 2026
- Zaaknummer
- 05/093859-26
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie
29-jarige man uit Roemenië veroordeeld wegens meerdere diefstallen uit woningen en het pinnen met gestolen pinpassen. De man pleegde zulke feiten al eerder, ook in andere landen in Europa. De man krijgt een gevangenisstraf van drie jaar. Verder moet de man een aantal van de slachtoffers schadevergoeding betalen.
Uitspraak
1 De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op een of meerdere tijdstippen in de periode van 24 september 2025 tot en met
11 februari 2026 te Putten, Bemmel, Tiel, Doetinchem, Hoogeveen, Polsbroek,
Oirschot en/of Nijkerk, althans in Nederland meermalen, althans eenmaal, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, terwijl verdachte zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende(n) bevond, een of meer goederen die geheel of ten dele aan een of meer anderen toebehoorden, te weten
- op of omstreeks 29 september 2025 een of meer bankpassen, toebehorend aan [aangever 1]
[adres] Putten (zaak 1) en/of
- op of omstreeks 3 december 2025 een geldbedrag, toebehorend aan [aangever 2]
[adres] Putten (zaak 2) en/of
- op of omstreeks 11 februari 2026 een beautycase met daarin een of meer sieraden
en/of een bankpas van aangeefsters moeder, toebehorend aan [aangever 3]
[adres] Bemmel (zaak 3) en/of
- op of omstreeks 24 september 2025 portemonnee, pinpas, een of meer
cadeaubonnen en/of sieraden, toebehorend aan [aangever 4] [adres] Tiel
(zaak 4) en/of
- in of omstreeks de periode van 8 februari 2026 tot en met 9 februari 2026 een of
meer bankpassen, toebehorend aan [aangever 5] [adres] Doetinchem
(zaak 5) en/of
- op of omstreeks 23 oktober 2025 geld, bankpas, rijbewijs en/of een of meer
sieraden, toebehorend aan [aangever 6] en/of [aangever 7] [adres]
Hoogeveen (zaak 6) en/of
- op of omstreeks 30 november 2025 een portemonnee met daarin een geldbedrag,
rijbewijs, zorgpas en/of een of meer bankpassen, toebehorend aan [aangever 8]
[adres] Polsbroek (zaak 7) en/of
- op of omstreeks 15 januari 2026 een of meer sieraden, toebehorend aan [aangever 9]
[adres] Oirschot (zaak 8) en/of
- op of omstreeks 4 december 2025 een of meer sieraden, toebehorend aan [aangever 10]
[adres] Nijkerk (zaak 9),
in elk geval aan een ander dan aan verdachte toebehoorde(n) heeft weggenomen (telkens) met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
2.
hij op een of meerdere tijdstippen in de periode van 29 september 2025 tot en met
11 februari 2026 te Putten, Bemmel, Doetinchem, Hoogeveen, Polsbroek, Amersfoort, Nijmegen en/of Schoonhoven, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) een of meerdere geldbedragen (totaal ongeveer 492,29 euro), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan
- [aangever 1] (zaak 1),
- [aangever 3] (zaak 3)
- [aangever 5] (zaak 5)
- [aangever 6] en/of [aangever 7] (zaak 6) en/of
- [aangever 8] (zaak 7),
in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen (telkens) met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat weg te nemen geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, door met een of meer bankpassen tot het gebruik waartoe hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), niet gerechtigd was/waren, bij een of meer filialen van de Albert Heijn één of meer (contactloze) betalingen te verrichten.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde feiten.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat voor wat betreft feit 1, zaak 5, geldt dat niet vastgesteld kan worden wie de pinpassen uit de woning heeft weggenomen. Voor wat betreft feit 1, zaak 9, geldt dat aangeefster verdachte ‘de hele tijd in de gaten’ had en dat verdachte dus niets heeft kunnen wegnemen uit haar woning, en dat ook iemand anders dan verdachte de sieraden had kunnen wegnemen. De zaken 1, 2, 3, 4, 6, 7 en 8 van feit 1 en feit 2 worden door verdachte bekend.
Beoordeling door de rechtbank
Feit 1
Bekennende verdachte
Verdachte heeft ter terechtzitting bekend dat hij de onder feit 1 tenlastegelegde diefstallen uit woningen heeft gepleegd als het gaat om de zaken 1, 2, 3, 4, 6, 7 en 8. Er is voor wat betreft die zeven zaken sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Zaak 1: gepleegd op 29 september 2025 op [adres] te Putten, slachtoffer [aangever 1]
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte d.d. 22 oktober 2025, p. 98-99;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 22 juli 2026.
Zaak 2: gepleegd op 3 december 2025 op [adres] Putten, slachtoffer [aangever 2]
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte van [naam] namens [aangever 2] d.d. 11 december 2025, p. 174-176;
- het proces-verbaal van aanvullend verhoor aangever d.d. 18 december 2025, p. 178;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 22 juli 2026.
Zaak 3: gepleegd op 11 februari 2026 op [adres] Bemmel, slachtoffer [aangever 3]
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte d.d. 11 februari 2026, p. 218-219;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 22 juli 2026.
Zaak 4: gepleegd op 24 september 2025 op [adres] Tiel, slachtoffer [aangever 4]
- het proces-verbaal van aangifte d.d. 8 oktober 2025, p. 256-257;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 22 juli 2026.
Zaak 6: gepleegd op 23 oktober 2025 op [adres] Hoogeveen, slachtoffers [aangever 6] / [aangever 7]
- het proces-verbaal van aangifte d.d. 23 oktober 2025, p. 358-359;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 22 juli 2026.
Zaak 7: gepleegd op 30 november 2025 op [adres] Polsbroek, slachtoffer [aangever 8]
- het proces-verbaal van aangifte d.d. 30 november 2025, p. 393;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 22 juli 2026.
Zaak 8: gepleegd op 15 januari 2026 op [adres] Oirschot, slachtoffer [aangever 9]
- het proces-verbaal van aangifte d.d. 15 januari 2026, p. 425-426;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 22 juli 2026.
Verklaring verdachte
Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij de diefstallen uit woningen in alle bovenstaande zaken steeds op dezelfde manier pleegde. Verdachte liep door een woonwijk, ging bij verschillende huizen naar binnen en nam spullen mee uit die woning; vaak bankpassen, portemonnees, contant geld en sieraden. Als hij een pinpas had gestolen, dan belde hij de vrouw waarmee hij veelvuldig op camerabeelden in het dossier gezien is. Zij gingen dan samen naar een supermarkt om daar eten en cadeaukaarten te kopen met de gestolen pinpas. De vrouw met wie hij was hielp hem daarbij, omdat hij niet wist hoe hij betalingen moest doen en cadeaukaarten moest kopen bij de zelfscankassa’s. De gestolen sieraden verkocht hij aan de vrouw.
Zaak 5: 9 februari 2026 op [adres] Doetinchem, slachtoffer [aangever 5]
Aangeefster [aangever 5] heeft aangifte gedaan van de diefstal van twee bankpassen uit haar woning. Zij heeft verklaard dat zij zeker wist dat zij op 8 februari 2026 rond 17:00 uur haar bankpassen nog in haar woning had. Op 11 februari 2026 rond 18:00 uur kwam zij erachter dat er van haar bankrekening afschrijvingen waren gedaan bij de Albert Heijn en heeft zij gelijk de bankpassen geblokkeerd. Op 9 februari 2026 is om 17:55 uur een bedrag van € 45,08 en om 17:56 uur een bedrag van € 43,88 afgeschreven bij AH Doetinchem.
Van de transacties zijn camerabeelden door de politie ontvangen en beschreven in het dossier. Verdachte heeft verklaard dat hij de persoon op deze beelden is en dat hij samen is met de vrouw waar hij altijd mee was. Zij kochten (onder andere) cadeaukaarten. Hij kan zich niet herinneren dat hij de bankpassen heeft weggenomen uit de woning.
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat, hoewel vast te stellen is dat verdachte aanwezig was bij het gebruik van de gestolen pinpas van aangeefster in de Albert Heijn in Doetinchem, niet vast te stellen is dat verdachte die pinpas uit haar woning heeft gestolen.
De rechtbank overweegt als volgt. In deze zaak heeft verdachte verklaard zich niet te kunnen herinneren dat hij in de woning van deze aangeefster is geweest.Uit de hiervoor beschreven bewijsmiddelen is gebleken dat verdachte de bij aangeefster uit de woning weggenomen bankpassen heeft gebruikt, samen met de vrouw waarmee hij vaker op camerabeelden te zien is. Op die andere camerabeelden, in de andere zaken, is te zien dat hij samen met haar bij Albert Heijn gebruik maakt van een gestolen pinpas bij de zelfscankassa. Verdachte heeft over alle andere hiervoor besproken zaken verklaard dat de reguliere gang van zaken was dat hij de woningen langsliep, naar binnen ging, onder meer bankpassen meenam, de vrouw belde en vervolgens met haar naar een supermarkt in de buurt ging om de gestolen pinpas te gebruiken. Ook verklaarde hij in de andere zaken vaak cadeaukaarten te kopen met de gestolen pinpassen. De vrouw met wie hij was hielp hem daarbij, omdat hij niet wist hoe dat moest.
De feiten in deze specifieke zaak passen in de gebruikelijke gang van zaken zoals in de andere zaken is vastgesteld op basis van zowel de verklaring van verdachte als de overige bewijsmiddelen. Niet alleen heeft verdachte samen met de vrouw, die ook in de andere zaken te zien is op de beelden, cadeaukaarten gekocht met de gestolen pinpassen, ook zijn de pinbetalingen gepleegd binnen het tijdvak zoals vermeld in de aangifte (namelijk op 9 februari jl.) en bevindt de Albert Heijn waar de pinbetalingen zijn verricht zich in dezelfde plaats als waar aangeefster woont en waar de passen zijn weggenomen. Verdachte heeft geen verklaring gegeven hoe hij aan de pinpassen van aangeefster is gekomen. Gelet hierop acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de pinpassen van aangeefster uit haar woning heeft weggenomen.
Zaak 9: 4 december 2025 op de [adres] Nijkerk, slachtoffer [aangever 10]
Aangeefster [aangever 10] heeft verklaard dat een man op 4 december 2025 rond 16:00 uur in de achtertuin aan de deur kwam. De man kwam binnen en vroeg om een glas water en toen hij deze op had vroeg hij om nog een glas water. Vervolgens vroeg hij of hij naar het toilet mocht. Aangeefster vond dat hij erg lang op het toilet zat. Vervolgens ging de man weg. Nog geen tien minuten later trof aangeefster hem weer aan in haar keuken. De man zei dat hij zijn telefoon op het toilet was vergeten, ging deze halen en verliet vervolgens weer de woning. Toen aangeefster na een half uur naar haar (andere) toilet naast haar slaapkamer ging, zag zij dat het doosje waarin zij een ketting had opgeborgen, openstond en dat de ketting – die zij daar eerder die week weer in had gelegd – er niet meer in lag. Uit de bijlage van haar aangifte blijkt dat zij naast deze goudkleurige ketting, nóg een goudkleurige ketting en een goudkleurige armband miste.
In het dossier bevinden zich camerabeelden die door een verbalisant – samengevat – als volgt zijn beschreven. Verdachte komt op 4 december 2025 om 16:08:44 uur aan bij de woning van aangeefster en loopt kort daarna uit beeld in de richting van de achterdeur. Om 16:13:53 uur is verdachte onderin beeld te zien, net als de bovenkant van een witte deur. De deur wordt gesloten en verdachte loopt weg. Verdachte heeft een koek in zijn hand en loopt weg in de richting waar hij voor het eerst in beeld kwam. Om 16:40:53 uur gaat onderin beeld de witte deur open. Verdachte komt vervolgens in beeld met een mobiele telefoon in zijn hand. Hij loopt weg via dezelfde route als eerder.
Verdachte heeft verklaard dat hij zichzelf op de camerabeelden herkent.
De rechtbank overweegt als volgt. Aangeefster heeft verklaard dat verdachte twee keer in haar woning is geweest. De camerabeelden ondersteunen haar verklaring. De verbalisant heeft immers beschreven dat verdachte van 16:08:44 uur tot 16:40:53 uur bij de woning van aangeefster is geweest, dat hij tussendoor een keer is weggegaan en weer is teruggekomen. De achterdeur van aangeefster is in die periode ook open geweest, zonder dat verdachte op dat beeld te zien was. De verklaring van verdachte, dat hij bij de woning van aangeefster was en twee glazen water en een koek kreeg, maar daar niet binnen geweest, acht de rechtbank gelet op het vorenstaande niet aannemelijk. Verder past de gang van zaken zoals beschreven door aangeefster, bij de werkwijze van verdachte in alle andere hiervoor besproken zaken.
Dat de zoon van aangeefster later heeft verklaard dat aangeefster verdachte ‘de hele tijd’ in de gaten hield, kan naar het oordeel van de rechtbank niet leiden tot de conclusie dat verdachte niets uit de woning kan hebben weggenomen. Aangeefster verklaart immers ook dat verdachte twee keer op het toilet is geweest en bovendien dat zij de tweede keer in de keuken was en verdachte zelf naar de wc liet lopen.
De rechtbank acht daarom wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de woning van aangeefster is geweest en daar sieraden heeft weggenomen.
Conclusie
De rechtbank acht op grond van het vorenstaande wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 ten laste gelegde feit.
Feit 2
Bekennende verdachte
Verdachte heeft hetgeen hem onder feit 2 ten laste is gelegd, bekend. Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Zaak 1: gepleegd op 29 september 2025 op [adres] te Putten, slachtoffer [aangever 1]
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte d.d. 22 oktober 2025, p. 98-99;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 22 juli 2026.
Zaak 3: gepleegd op 11 februari 2026 op [adres] Bemmel, slachtoffer [aangever 3]
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte d.d. 11 februari 2026, p. 218-219;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 22 juli 2026.
Zaak 5: gepleegd op 9 februari 2026 op [adres] Doetinchem, slachtoffer [aangever 5]
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte d.d. 16 februari 2026, p. 296-297;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 22 juli 2026.
Zaak 6: gepleegd op 23 oktober 2025 op [adres] Hoogeveen, slachtoffers [aangever 6] / [aangever 7]
- het proces-verbaal van aangifte d.d. 23 oktober 2025, p. 358-359;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 22 juli 2026.
Zaak 7: gepleegd op 30 november 2025 op [adres] Polsbroek, slachtoffer [aangever 8]
- het proces-verbaal van aangifte d.d. 30 november 2025, p. 393;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 22 juli 2026.
Medeplegen
Verdachte heeft verklaard dat hij in alle zaken onder dit feit samen met steeds dezelfde vrouw de gestolen pinpassen heeft gebruikt om spullen af te rekenen. Op de camerabeelden is verdachte steeds met deze vrouw bij de kassa te zien. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat steeds als hij een pinpas had gestolen, hij dan de vrouw belde. Zij gingen dan samen naar een supermarkt. Zij hielp hem dan bij het kopen van cadeaukaarten bij de zelfscankassa omdat hij niet wist hoe dat moest. Zij kreeg daar ook een deel van. En ook de gestolen sieraden verkocht hij aan de vrouw. De rechtbank is gelet hierop van oordeel dat verdachte nauw en bewust heeft samengewerkt met deze vrouw en dat dus sprake is van medeplegen.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.