ECLI:NL:RBGEL:2026:6537
Rechtbank Gelderland
- Uitspraak
- 18 augustus 2026
- Zaaknummer
- 05/057530-26
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie
Vrijspraak opzetverkrachting wegens het ontbreken van steunbewijs voor het seksueel binnendringen. Een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden voor gekwalificeerde opzetaanranding en poging tot zware mishandeling, begaan tegen zijn echtgenote. Daarnaast wordt een 38v-maatregel opgelegd voor de duur van 5 jaar in de vorm van een contactverbod met het slachtoffer en een locatieverbod voor de stad [woonplaats], waar zij woont. Deze maatregel is dadelijk uitvoerbaar.
Uitspraak
1 De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 24 februari 2026 te [woonplaats] ,
met een persoon, te weten [aangever] ,
een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het
seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten
het brengen/duwen van een of meerdere vingers in haar vagina en/of haar anus
en/of
het brengen/duwen van zijn geslachtsdeel tegen haar billen en/of haar rug en/of
het met zijn geslachtsdeel wrijven over haar billen en/of haar rug en/of
het vastpakken, althans betasten van haar borsten en/of
het kussen van haar borsten en/of haar nek en/of haar mond,
terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [aangever] daartoe de wil ontbrak
en welke opzetverkrachting werd voorafgaan door, vergezeld van en/of gevolgd
door dwang, geweld en/of bedreiging, door
al dan niet met een mes en/of een schaar, althans met een scherp en/of puntig
voorwerp in de hand(en)
die [aangever] plotseling (onverhoeds) vast te pakken en/of naar de grond te duwen
en/of
de broek en/of de onderbroek van die [aangever] uit te trekken en/of
op die [aangever] te gaan liggen en/of
haar de woorden toe te voegen: “Ik ga met je seksen”, althans woorden van gelijke
aard en/of strekking en/of
zijn hand(en) (met kracht) op haar mond en/of in haar gezicht te drukken en/of
haar (met kracht) bij de keel te grijpen en/of haar keel (met kracht) dicht te knijpen
en/of
haar de woorden toe te voegen: “Ook al ben je dood, dag ga ik je nog verkrachten”,
althans woorden van gelijke aard en/of strekking;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij op of omstreeks 24 februari 2026 te [woonplaats] ,
met een persoon, te weten [aangever] ,
een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten
het betasten van haar schaamlippen en/of schaamstreek en/of haar billen en/of
het brengen/duwen van zijn geslachtsdeel tegen haar billen en/of haar rug en/of
het met zijn geslachtsdeel wrijven over haar billen en/of haar rug en/of
het vastpakken, althans betasten van haar borsten en/of
het kussen van haar borsten en/of haar nek en/of haar mond,
terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [aangever] daartoe de wil ontbrak
en welke opzetaanranding werd voorafgaan door, vergezeld van en/of gevolgd
door dwang, geweld en/of bedreiging, door
al dan niet met een mes en/of een schaar, althans met een scherp en/of puntig
voorwerp in de hand(en)
die [aangever] plotseling (onverhoeds) vast te pakken en/of naar de grond te duwen
en/of
de broek en/of de onderbroek van die [aangever] uit te trekken en/of
op die [aangever] te gaan liggen en/of
haar de woorden toe te voegen: “Ik ga met je seksen”, althans woorden van gelijke
aard en/of strekking en/of
zijn hand(en) (met kracht) op haar mond en/of in haar gezicht te drukken en/of
haar (met kracht) bij de keel te grijpen en/of haar keel (met kracht) dicht te knijpen
en/of
haar de woorden toe te voegen: “Ook al ben je dood, dag ga ik je nog verkrachten”,
althans woorden van gelijke aard en/of strekking;
2.
hij op of omstreeks 24 februari 2026 te [woonplaats] ,
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een ander, te
weten [aangever] ,
zijnde de echtgenote van verdachte,
opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,
al dan niet met een mes en/of een schaar, althans met een scherp en/of puntig
voorwerp in de hand(en)
die [aangever] plotseling heeft vastgepakt en/of naar de grond heeft geduwd/getrokken
en/of
zijn hand(en) (met kracht) op haar mond en/of in haar gezicht heeft gedrukt en/of
haar mond, gedurende enige tijd, (met kracht) heeft dichtgedrukt,
haar (met kracht) bij de keel heeft gegrepen en/of
haar keel, gedurende enige tijd, (met kracht) heeft dichtgeknepen/dichtgedrukt,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij op of omstreeks 24 februari 2026 te [woonplaats] ,
[aangever] heeft mishandeld, immers heeft hij, verdachte,
al dan niet met een mes en/of een schaar, althans met een scherp en/of puntig
voorwerp in de hand(en)
die [aangever] plotseling vastgepakt en/of naar de grond geduwd/getrokken en/of
zijn hand(en) (met kracht) op haar mond en/of in haar gezicht gedrukt en/of
haar mond, gedurende enige tijd, (met kracht) dichtgedrukt,
haar (met kracht) bij de keel gegrepen en/of
haar keel, gedurende enige tijd, (met kracht) dichtgeknepen/dichtgedrukt,
terwijl verdachte dit misdrijf beging tegen zijn echtgenote;
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Ten aanzien van feit 1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat het primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft integrale vrijspraak bepleit. Zij heeft hiertoe aangevoerd dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte die betreffende dag seksuele handelingen heeft verricht jegens zijn partner en dat daarbij sprake is geweest van dwang, geweld en/of bedreiging.
Beoordeling door de rechtbank
De verklaringen van aangeefster
Aangeefster [aangever] heeft in haar aangifte verklaard dat zij op 24 februari 2026 thuis sliep met de deur op slot. Op een gegeven moment klopte verdachte op de deur. Even nadat zij de deur had geopend, viel hij haar opeens aan. Hij zei toen “Ik ga met je seksen”. Zij zei dat ze dat niet wilde en vervolgens probeerde verdachte haar naar de grond te duwen. Hij deed zijn hand op haar mond. Aangeefster wilde 112 bellen, maar verdachte pakte de telefoon uit haar hand en begon zijn en haar kleren uit te doen. Aangeefster probeerde nogmaals de telefoon te pakken en op spoed te drukken, maar verdachte drukte de telefoon uit. Hij deed nogmaals zijn hand op haar mond en keel. Verdachte deed zijn beide handen op haar gezicht en keel en duwde met al zijn kracht op haar keel, mond en gezicht. Hij zei tegen haar “Ook al ben je dood, dan ga ik je nog verkrachten”. Daarna begon aangeefster te huilen en probeerde zij met haar handen te wijzen dat zij dood ging. Zij lag op de grond en verdachte lag met zijn hele lichaam op haar. Aangeefster zei dat ze dood ging en niet meer kon ademen. Zij probeerde weer de politie te bellen en smeekte hem, omdat ze niet meer kon. Dit moet verdachte door hebben gehad, want hij zag dat zij geen lucht meer kreeg. Uiteindelijk kwam de politie.
Kort na de aangifte van [aangever] heeft een zogenoemd “gesprek passend informeren van het slachtoffer” plaatsgevonden. Hierin verklaart [aangever] dat verdachte haar onderbroek en broek uit deed. Verdachte hield met zijn handen haar mond dicht. Op dat moment deed hij niets met zijn penis, maar zat hij met zijn handen bij haar geslachtsdeel en achteraan bij haar billen. [aangever] verklaarde dat verdachte met zijn vinger in haar vagina en anus ging. Verdachte wreef met zijn penis over haar billen heen en weer. Hij had zijn kleding uitgedaan. Daarnaast wreef hij met zijn penis over haar rug. Ook heeft hij met zijn handen aan haar borsten gezeten. Verdachte had haar geprobeerd te kussen. Hij had haar gekust in haar nek, op haar borsten en lippen. Verdachte was niet in haar mond geweest. Hij had haar gezicht bedekt met een deken, die wit met zilver van kleur is. Aangeefster weet niet of verdachte is klaargekomen, omdat ze zich verzette.
Twee dagen later is aangeefster aanvullend gehoord. Zij verklaarde dat verdachte op de deur klopte. Nadat verdachte de post pakte onder het bed, viel hij haar onverwachts aan. Aangeefster zei dat ze haar moeder ging bellen, maar verdachte zei toen “Je kan bellen wie je wilt, maar ik ga jou verkrachten”. Verdachte trok aan haar haren en pakte aangeefster. Hij deed heel lang zijn hand op haar mond. Zij kon niet meer ademen. Verdachte ging op haar liggen en zei dat hij haar helemaal niet wilde horen. Vervolgens pakte hij de deken en deed deze over haar mond. Verdachte wilde haar op de grond duwen. Hij ging op aangeefster zitten en deed haar broek uit, terwijl hij zijn hand op haar mond had. Zij kon hierdoor niet ademen en smeekte verdachte om haar adem te laten halen. Met zijn andere hand deed hij haar broek uit en ging hij met één vinger in haar vagina en anus zitten. Daarna draaide verdachte aangeefster om. Hij wilde haar van achteren pakken. Verdachte probeerde het met zijn penis. Het lukte hem niet, omdat aangeefster bleef bewegen. Verdachte heeft zijn penis op haar rug gedaan en op haar kont. Aangeefster voelde wat verdachte deed, maar zij zag het niet, omdat hij met zijn andere hand op haar gezicht zat. Hij heeft haar ook gekust op haar hele gezicht. Er kwam veel spuug uit hem. Hij deed af en toe zijn handen weg om haar te kussen, maar niet te vaak, want anders kon zij schreeuwen. Verdachte ging ook aan haar linkerborst likken. Dit deed hij door haar shirt uit haar broek te halen en omhoog te trekken. Verdachte haalde haar borst onder haar hemd vandaan. Zij droeg op dat moment een hemd met daaroverheen een coltrui en had een topje aan in plaats van een bh. Aangeefster droeg twee broeken, namelijk een legging met daaroverheen een wijde katoenen broek. Ook droeg zij een onderbroek. Zij heeft tijdens de handelingen geprobeerd zichzelf via de grond weg te slepen, maar dit lukte niet. Aangeefster heeft hierdoor nog steeds last van haar gezicht. Zij zei tegen verdachte dat ze niet meer kon ademen en weg wilde. Verdachte zei “Ook als jij dood gaat, ik ga jou nu verkrachten”. Toen de politie kwam, stopte het. Verdachte trok snel zijn kleding aan en deed alsof er niets aan de hand was. Aangeefster had snel haar broek omhoog getrokken. Haar onderbroek kon ze niet goed omhoog doen en ze heeft snel haar hoofddoek omgegooid, dus het was wel te zien aan haar kleding. Vervolgens kwam de politie naar haar toe.
De rechtbank ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of de verklaringen van [aangever] als betrouwbaar kunnen worden aangemerkt en dus voor het bewijs kunnen worden gebruikt.
De rechtbank stelt vast dat de verklaringen van [aangever] consistent zijn. Zowel in haar aangifte als in haar twee verklaringen daarna is de verklaring op kernpunten eensluidend. Zo omschrijft zij steeds op een vergelijkbare manier de aanloop naar het incident en de handelingen die daarop volgden. Haar verklaringen zijn daarnaast gedetailleerd over de plaats waar het zich afspeelde, wat de handelingen van verdachte en haarzelf waren, wat er over en weer is gezegd en wat zij op dat moment voor kleren droeg. Ook zijn de verklaringen genuanceerd. Ze heeft bijvoorbeeld verklaard dat ze niet kon zien wat verdachte deed, omdat hij met zijn andere hand op haar gezicht zat. Ook weet ze niet of verdachte is klaargekomen. Van belang is verder dat de verklaringen van [aangever] kort na het incident zijn afgelegd. De eerste twee verklaringen zijn op de dag van het incident afgelegd en de derde verklaring slechts twee dagen later. Dit maakt die verklaringen authentiek. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de verklaringen van [aangever] betrouwbaar zijn en bruikbaar voor het bewijs.
Bewijs in zedenzaken
Het bewijs dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft gepleegd kan, gelet op het bepaalde in artikel 342, lid 2, van het Wetboek van Strafvordering (Sv), niet uitsluitend worden gebaseerd op de verklaring van één getuige. Volgens de Hoge Raad betekent de bewijsminimumregel van artikel 342 lid 2 Sv in zedenzaken, waarin het in de kern vaak gaat om het woord van aangever/getuige tegen dat van de verdachte, niet dat vereist is dat het misbruik als zodanig bevestiging vindt in ander bewijsmateriaal, maar dat het afdoende is wanneer die verklaring op bepaalde punten bevestiging vindt in andere bewijsmiddelen, afkomstig van een andere bron dan degene die de belastende verklaring heeft afgelegd. Dat wil zeggen dat het steunbewijs op relevante wijze in verband dient te staan met de inhoud van de verklaring van die getuige, zodat die verklaring niet op zichzelf staat, maar als het ware is ingebed in een concrete context die bevestiging vindt in een andere bron.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank moeten beoordelen of de verklaringen van [aangever] in voldoende mate worden ondersteund door andere bewijsmiddelen. Daarbij is niet vereist dat elk onderdeel van de tenlastelegging steun vindt in meerdere bewijsmiddelen.
Steunbewijs
Van de 112-melding, die tijdens het incident plaatsvond, is een woordelijke vertaling opgemaakt. Hierin is de stem van het slachtoffer omschreven als NNV en de stem van verdachte als NNM. In deze melding wordt (onder andere) het volgende gezegd:
NNM: “dwing mij niet jou pijn te doen dwing mij niet jou pijn te doen ... dwing mij niet jou pijn te doen, anders ga ik je bij god pijn doen dat je” [ntv] “kan bereiken, stop” [ntv]
NNV (smekend): “laat me met rust ... kom niet dichterbij kom niet dichterbij ...” [gilt] “alsjeblief alsjeblief ...” [gilt] “alsjeblief”
(…)
NNM: “he? ik ga bij god jou in brand steken ga je doden”
NNV (smekend): “een moment ik krijg geen adem”
(…)
NNV (smekend): “ik krijg geen adem”
NNM: “niet gillen”
NNV (smekend): [gilt hard] “ik krijg geen adem”
NNM: “niet gillen” [NNV gilt] “niet gillen anders wurg ik je niet gillen”
NNV: [ntv]
NNM: “stil niet gillen” [NNV gilt]
NNM: “anders wurg ik je” [NNV gilt hard]
(…)
NNM: “kom hier” [NNV gilt]
NNM: “waarom weiger je zo?”
(…)
NNM: “laat me je niet” [ntv] “beneden” [ntv] “de vingers!”
NNV: “ja”
(…)
NNM: “je gehoorzaamt mij”
NNV: “ja” [ntv] [gilt]
(…)
NNV (smekend): “een momentje ... alsjeblief een momentje”
NNM: “haal je hand weg”
NNV (smekend): “een momentje”
NNM: [ntv]
NNV: [huilt en smeekt] [ntv]
NNM: “haal je hand weg”
NNV (smekend): “een momentje ... een momentje alsjeblief”
NNM: “haal je hand weg”
NNV (smekend): “een momentje”
NNM: [ntv]
NNV (smekend): [gilt] “een momentje”
Toen de politie ter plaatse kwam, zag de verbalisant boven op de overloop aangeefster staan, terwijl zij bezig was haar hoofddoek op te doen. Zij verklaarde dat zij en haar man gescheiden slapen en zij de deur op slot had gedaan. Toen de andere verbalisant aan verdachte vroeg of hij de maillot van zijn vrouw had uitgetrokken, antwoordde verdachte dat zij dit zelf had gedaan.
De rechtbank constateert dat de verklaringen van [aangever] , voor zover het gaat om seksuele handelingen die niet het seksueel binnendringen betreffen, steun vinden in de uitwerking van de 112-melding en het proces-verbaal van bevindingen van de verbalisanten die ter plaatse kwamen. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit het 112-gesprek de seksuele strekking van het handelen van verdachte. Hij vraagt aan aangeefster waarom zij zo weigert, heeft het over de vingers beneden, zegt dat zij hem moet gehoorzamen en dat zij haar hand weg moet halen. Uit de 112-melding komt ook naar voren dat verdachte geweld toepast op aangeefster waardoor zij geen adem krijgt en dat sprake is van dwang en bedreiging. Hij dreigt haar te doden en te wurgen en aangeefster gilt en smeekt gedurende het 112-gesprek. De rechtbank ziet, anders dan door verdachte is aangevoerd, geen reden om aan te nemen dat de inhoud van de 112-melding (op al deze punten) verkeerd is vertaald. Als de verbalisanten vervolgens ter plaatse komen, verklaart verdachte dat aangeefster zelf haar maillot heeft uitgetrokken, hetgeen bevestigt dat deze daadwerkelijk uit is geweest. Ook dit geeft steun aan de verklaringen van aangeefster. De rechtbank stelt op basis van het voorgaande vast dat verdachte opzettelijk voorafgegaan door en vergezeld van dwang, geweld en bedreiging seksuele handelingen heeft verricht bij aangeefster.
Partiële vrijspraak seksueel binnendringen en handelingen mes en/of schaar
De rechtbank is van oordeel dat in het dossier onvoldoende steunbewijs voorhanden is om tot het oordeel te komen dat sprake is van seksueel binnendringen. De rechtbank ziet in de uitwerking van de 112-melding weliswaar een seksuele strekking, maar vindt dat onvoldoende als steunbewijs voor het binnendringen. Aan het wettelijk bewijsminimum wordt niet voldaan. Daarom zal de rechtbank verdachte vrijspreken van de primair tenlastegelegde opzetverkrachting.
Dat verdachte gebruik zou hebben gemaakt van een mes, schaar of ander scherp of puntig voorwerp volgt eveneens onvoldoende uit het dossier. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van dit onderdeel van de tenlastelegging.
Gekwalificeerde opzetaanranding
De rechtbank acht de subsidiair tenlastegelegde gekwalificeerde opzetaanranding wettig en overtuigend bewezen.
Ten aanzien van feit 2
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat het primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft integrale vrijspraak bepleit. Zij heeft hiertoe primair aangevoerd dat geen sprake is van (voorwaardelijk) opzet op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel bij aangeefster. Subsidiair heeft zij aangevoerd dat onvoldoende duidelijk is geworden hoe de verschillende letsels bij aangeefster zijn ontstaan.
Beoordeling door de rechtbank
Aangeefster [aangever] heeft verklaard dat zij in 2013 is getrouwd met verdachte. Op 24 februari 2026 was zij thuis met verdachte in [woonplaats] . Opeens werd zij aangevallen door verdachte. Hij probeerde haar naar de grond te duwen en deed zijn hand op haar mond. Toen aangeefster probeerde 112 te bellen, deed verdachte nogmaals zijn hand op haar mond en keel. Hij deed zijn beide handen op haar gezicht en haar keel en duwde met al zijn kracht op haar keel, mond en gezicht. Aangeefster lag op de grond en verdachte lag met zijn hele lichaam op haar. Zij verklaarde dat verdachte zag dat zij geen lucht meer kreeg. Uiteindelijk kwam de politie.
In een aanvullend verhoor heeft aangeefster verklaard dat verdachte heel lang zijn hand op haar mond deed. Zij kon niet meer ademen. Verdachte ging op haar liggen en zei dat hij haar helemaal niet wilde horen. Vervolgens pakte hij de deken en deed deze over haar mond. Verdachte wilde haar op de grond duwen. Hij ging op aangeefster zitten en deed haar broek uit, terwijl hij zijn hand op haar mond had. Zij kon hierdoor niet ademen en smeekte verdachte om haar adem te laten halen. Ze dacht dat ze doodging.
Van de 112-melding, die tijdens het incident plaatsvond, is een woordelijke vertaling opgemaakt. Hierin is de stem van het slachtoffer omschreven als NNV en de stem van verdachte als NNM. In deze melding wordt (onder andere) het volgende gezegd:
NNM: “dwing mij niet jou pijn te doen dwing mij niet jou pijn te doen ... dwing mij niet jou pijn te doen, anders ga ik je bij god pijn doen dat je” [ntv] “kan bereiken, stop” [ntv]
NNV (smekend): “laat me met rust ... kom niet dichterbij kom niet dichterbij ...” [gilt] “alsjeblief alsjeblief ...” [gilt] “alsjeblief”
(…)
NNM: “he? ik ga bij god jou in brand steken ga je doden”
NNV (smekend): “een moment ik krijg geen adem”
(…)
NNV (smekend): “ik krijg geen adem”
NNM: “niet gillen”
NNV (smekend): [gilt hard] “ik krijg geen adem”
NNM: “niet gillen” [NNV gilt] “niet gillen anders wurg ik je niet gillen”
NNV: [ntv]
NNM: “stil niet gillen” [NNV gilt]
NNM: “anders wurg ik je” [NNV gilt hard]
(…)
NNM: “ik wil het niet meer ik wil het niet meer ik wil het niet meer”
NNV (smekend): [huilt en gilt] “ik krijg geen adem ... alsjeblief ... alsjeblief”
(…)
NNV: [gilt, ntv]
NNV (smekend): “ik smeek je bij de profeet ... effe ik krijg geen adem ik krijg geen adem” [ntv]
NNM: “ik zei je nee”
Toen de politie ter plaatse kwam, constateerde de verbalisant dat aangeefster meerdere letsels had, waaronder een bebloede onderlip en een streep bloed op haar linkerwang.
Verdachte heeft verklaard dat hij met zijn vrouw in gesprek was. Voordat ze de politie belde, heeft hij haar gepakt en weggeduwd naast het bed op de grond. Dit was, volgens verdachte, omdat zij hem aanviel.
De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen vast dat verdachte aangeefster heeft vastgepakt en naar de grond heeft geduwd. Gezien de uitwerking van het 112-gesprek acht de rechtbank niet aannemelijk dat dit gebeurde omdat zij hem aanviel. Vervolgens heeft hij, terwijl hij op haar lag, meerdere malen zijn handen op haar mond gedaan, waardoor zij niet kon ademen. Verdachte heeft met al zijn kracht op haar keel, mond en gezicht geduwd. Aangeefster dacht dat ze dood ging. Uit de 112-melding blijkt dat aangeefster steeds bleef herhalen dat zij geen adem kreeg en dat zij in paniek was. Verdachte droeg haar ondertussen op om niet te gillen, omdat hij haar anders zou wurgen. De rechtbank ziet, anders dan door verdachte is aangevoerd, geen reden om aan te nemen dat de inhoud van de 112-melding verkeerd is vertaald.
De rechtbank overweegt dat verdachte meerdere keren en gedurende een aanzienlijke tijd de mond van aangeefster heeft dichtgehouden en met grote kracht op haar mond en keel heeft geduwd/gedrukt. Door dit handelen was de aanmerkelijke kans aanwezig dat aangeefster zwaar lichamelijk letsel op zou lopen. Het is een feit van algemene bekendheid dat door het (tijdelijk) ontbreken van zuurstof hersenschade kan ontstaan. Daarnaast is het een feit van algemene bekendheid dat de keel een kwetsbaar deel van het lichaam is, waarin zich belangrijke lichaamsonderdelen bevinden zoals (slag)aders en de luchtpijp, die bij het met kracht dichtdrukken beschadigd kunnen raken dan wel dat de toevoer van bloed en/of zuurstof belemmerd kan worden.
De gedragingen van verdachte, in combinatie met hetgeen hij daarbij zei over het wurgen van aangeefster, kunnen naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zozeer gericht op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans op dit gevolg heeft aanvaard. Daarom is de rechtbank van oordeel dat verdachte voorwaardelijk opzet had op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan aangeefster.
Dat verdachte gebruik zou hebben gemaakt van een mes, schaar of ander scherp of puntig voorwerp volgt onvoldoende uit het dossier. De rechtbank zal verdachte vrijspreken van dit onderdeel van de tenlastelegging.
Gelet op het bovengenoemde acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de primair tenlastegelegde poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan zijn echtgenote.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.