Naar hoofdinhoud

ECLI:NL:RBLIM:2026:6519

Rechtbank Limburg

Uitspraak
6 juli 2026
Zaaknummer
03.340006.23
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig

Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan zware mishandeling en wederrechtelijke vrijheidsberoving van zijn echtgenote, inmiddels ex-vrouw, en moeder van zijn kinderen. De verdachte heeft het slachtoffer vastgebonden met ducttape, een groot deel van haar haren afgeknipt met een schaar en vervolgens met een mes in de handpalm van het slachtoffer gesneden. De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de ernst van de bewezenverklaarde feiten, niet kan worden volstaan met een andere strafmodaliteit dan een gevangenisstraf. De rechtbank acht in beginsel een gevangenisstraf voor de duur van 26 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, passend. De rechtbank zal echter in strafmatigende zin rekening houden met overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het EVRM. Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden – met aftrek van voorarrest – en waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren passend en geboden.

Uitspraak

Lees de hele uitspraak met een gratis account

Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.