ECLI:NL:RBLIM:2026:7736
Rechtbank Limburg
- Uitspraak
- 28 juli 2026
- Zaaknummer
- 03.030784.25
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie
De verdachte heeft in januari 2025 samen met anderen geprobeerd om spullen uit een woning te stelen. Toen het slachtoffer onverwachts thuis bleek te zijn renden ze weg. Het slachtoffer kwam naar buiten en rende achter de verdachte en haar partner aan. Er ontstond een vechtpartij waarbij het slachtoffer geweld gebruikte tegen (met name) de partner van verdachte, die er niet in slaagde hieraan te ontsnappen. De verdachte probeerde haar partner te ontzetten en heeft het slachtoffer éénmaal in de rug gestoken met een mes. De rechtbank honoreert het beroep op noodweer, acht de bewezenverklaarde poging tot doodslag niet strafbaar en zal de verdachte ter zake hiervan ontslaan van alle rechtsvervolging. Voor de poging tot diefstal legt de rechtbank aan de verdachte een gevangenisstraf van 120 dagen op, waarvan 79 dagen voorwaardelijk. Voor het dragen van het mes legt de rechtbank aan de verdachte een geldboete van 240 euro op. De benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.