ECLI:NL:RBMNE:2023:5681
Rechtbank Midden-Nederland
- Uitspraak
- 31 oktober 2023
- Zaaknummer
- 02/039252-23 (P)
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie
Blauwe Kamer-zaak. Vrijspraak van dood door schuld. Verdachte was als lid van het arrestatieteam van de [organisatieonderdeel] ingezet voor een geplande aanhouding van het slachtoffer. Verdachte heeft, zonder dat hij van plan was om een schot te lossen, zijn vinger op enig moment op de trekker van zijn vuurwapen gehad, waardoor het wapen is afgegaan en het slachtoffer is overleden. Verdachte heeft hiermee in strijd gehandeld met de veiligheidsvoorschriften. Hoewel verdachte een fout heeft gemaakt, is aannemelijk geworden dat verdachte als gevolg van een schrikreactie zijn vinger onbewust van de slede naar de trekker heeft verplaatst en vervolgens de trekker heeft overgehaald. Dat betekent dat niet kan worden vastgesteld dat verdachte het overhalen van de trekker had kunnen voorkomen. De rechtbank is daarom van oordeel dat niet kan worden bewezen dat verdachte verwijtbaar heeft gehandeld in de zin van artikel 307 Sr.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.