ECLI:NL:RBMNE:2026:4044
Rechtbank Midden-Nederland
- Uitspraak
- 7 juli 2026
- Zaaknummer
- 16/277060-24
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte samen met de medeverdachte gedurende ongeveer 8 maanden stelselmatig de kinderen van de medeverdachte heeft mishandeld. De verdachte heeft een actieve en aansturende rol gehad bij de tenlastegelegde gedragingen en er is sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachten. Dat de verdachte niet fysiek in de nabijheid van de medeverdachte was op het moment dat zij de gedragingen uitvoerde, doet daaraan niet af. De intellectuele en aansturende bijdrage van de verdachte, ook via het soms langdurig beeldbellen, is naar het oordeel van de rechtbank van zodanig gewicht dat deze kan worden aangemerkt als medeplegen. Het bewezenverklaarde feit kan in verminderde mate aan de verdachte worden toegerekend. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 12 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 6 maanden voorwaardelijk. De proeftijd bij de voorwaardelijke gevangenisstraf wordt vastgesteld op drie jaren met als bijzondere voorwaarden dat de verdachte zich meldt bij de reclassering, meewerkt aan ambulante behandeling, meewerkt aan ambulante begeleiding en zich houdt aan een contactverbod met de slachtoffers in deze zaak. Ook legt de rechtbank een 38v-maatregel op, inhoudende een contactverbod met de medeverdachte.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.