ECLI:NL:RBMNE:2026:4613
Rechtbank Midden-Nederland
- Uitspraak
- 23 juni 2026
- Zaaknummer
- 02.137479.23
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van oplichting (subsidiair) van de aangeefster, door valse namen aan te nemen, voor te houden dat zijn broertje ziek is en haar te vragen of zij geld van haar moeder kan overhandigen (contant (€15.000,-) en online). De verdachte wordt vrijgesproken van afdreiging (primair), omdat niet is komen vast te staan dat de verdachte heeft gedreigd met het openbaar maken van de eerder gestuurde naaktfoto’s door de aangeefster en zij om die reden geld heeft betaald. De rechtbank ziet geen aanleiding het jeugdstrafrecht toe te passen en veroordeelt de verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 weken met een proeftijd van 2 jaar en bijzondere voorwaarden en een onvoorwaardelijke taakstraf van 120 uren. De rechtbank neemt ook beslissingen op vorderingen van de benadeelde partijen.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.