ECLI:NL:RBMNE:2026:5136
Rechtbank Midden-Nederland
- Uitspraak
- 4 augustus 2026
- Zaaknummer
- 16/157756-26, 16/051515-26 (t.t.z. gevoegd), 16/111080-26 (t.t.z. gevoegd), 16/133984-26 (t.t.z. gevoegd), 16/078506-26 (t.t.z. gevoegd), 21/002588-24 (vord. tul) en 21/004464-23 (vord. tul)
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie
Verdachte wordt veroordeeld voor twaalf vermogensfeiten, voornamelijk (al dan niet gekwalificeerde) diefstallen, waaronder de diefstal van een grote partij gereedschap en de afpersing van een minderjarige. De rechtbank legt aan haar niet de geëiste ISD maatregel op, maar een gevangenisstraf van 30 maanden. Een eerdere ISD-maatregel heeft geen recidivebeperkend effect gehad, verdachte is niet gemotiveerd voor opnieuw een ISD-traject en de maatschappij kan ook worden beschermd (één van de doelen van de ISD-maatregel) door aan verdachte deze gevangenisstraf op te leggen. De rechtbank wijst de vordering tot schadevergoeding van zes benadeelde partijen grotendeels toe.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.