Naar hoofdinhoud

ECLI:NL:RBMNE:2026:5886

Rechtbank Midden-Nederland

Uitspraak
20 augustus 2026
Zaaknummer
16/043208-26
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig

Inhoudsindicatie

Veroordeling van een 59-jarige man wegens de aanranding van zijn destijds 14-jarige dochter tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand met een proeftijd van 3 jaren onder algemene en bijzondere voorwaarden (waaronder een behandelverplichting). Daarnaast moet de verdachte een taakstraf van 60 uren uitvoeren. De verdachte heeft in het openbaar meermalen (over de kleding) de buik en billen van zijn dochter betast, in haar billen geknepen en op haar bil getikt. Bovendien heeft de verdachte zijn dochter meermalen langdurig gezoend op de mond. Uit het dossier volgt dat de dochter een achterstand heeft in haar ontwikkeling en moeite heeft met het stellen van grenzen (de verdachte noemt dit laatste ‘knuffelig’). Dat de dochter moeite heeft met het stellen van grenzen, doet aan de ernst van het gedrag van de verdachte niet af. De verantwoordelijkheid en de schuld liggen namelijk bij de verdachte en niet bij zijn minderjarige dochter. Anders dan de verdachte lijkt te vinden, was het ook de verdachte die het initiatief nam tot de handelingen en niet zijn dochter. Uit de slachtofferverklaring van de dochter volgt dat de gebeurtenissen diepe indruk op haar hebben gemaakt. Uit het reclasseringsrapport komt naar voren dat de verstandelijke beperking van de verdachte ervoor zorgt dat hij de gevolgen van zijn handelen voor zichzelf en voor anderen moeilijker kan overzien. Daar komt bij dat de verdachte moeite heeft met het kennen, herkennen en erkennen van de grenzen in de sociale omgang en seksuele omgang. De rechtbank ziet hierin, alsook in wat de rechtbank op de zitting van verdachte heeft gezien, aanleiding om de feiten in verminderde mate aan de verdachte toe te rekenen.

Uitspraak

Lees de hele uitspraak met een gratis account

Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.