Naar hoofdinhoud

ECLI:NL:RBNHO:2026:10825

Rechtbank Noord-Holland

Uitspraak
20 augustus 2026
Zaaknummer
15/065505-25, 15/330690-25 en 15/339204-25 (ttz gev)
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig

Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan twee mishandelingen, waarvan één zware mishandeling. De verdachte heeft uit het niets het slachtoffer gedurende een lange tijd met kracht geslagen en aan haar haren getrokken. Het slachtoffer heeft hierdoor onder meer botbreuken in haar gezicht opgelopen. Daarbij heeft de verdachte haar sieraden gestolen, haar bedreigd met het doodsteken van haar hond en haar belet de politie te kunnen bellen. Verder heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan een mishandeling van zijn partner. Hij is in haar auto gestapt en heeft haar geslagen en aan haar haren getrokken. Ook heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het overtreden van een gebiedsverbod. Gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet passend. De reclassering heeft heel duidelijk aangegeven dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op dit moment de lopende behandeling van de verdachte ernstig zou verstoren. De rechtbank houdt ook rekening met artikel 63 Sr. De verdachte is daarom veroordeeld tot een gevangenisstraf van 180 dagen met aftrek, waarvan 178 dagen voorwaardelijk met meerdere bijzondere voorwaarden en een taakstraf van 120 uur. De proeftijd geldt 3 jaar.

Uitspraak

Lees de hele uitspraak met een gratis account

Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.