Naar hoofdinhoud

ECLI:NL:RBNHO:2026:8807

Rechtbank Noord-Holland

Uitspraak
29 juni 2026
Zaaknummer
15/241257-25
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig

Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich met twee medeverdachten schuldig gemaakt aan een poging tot afpersing. De verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden met aftrek van de tijd die de verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht, waarvan drie maanden voorwaardelijk en met een proeftijd van twee jaren. Daaraan heeft de rechtbank de bijzondere voorwaarde van een contactverbod met het slachtoffer verbonden. De benadeelde partij wordt niet ontvankelijk verklaard in beide ingediende vorderingen. Het is de rechtbank onbekend gebleven wat de kennelijke bedoeling van de benadeelde partij is geweest bij het indienen van de vorderingen en welke vordering de rechtbank als uitgangspunt dient te nemen bij de beoordeling van de schade. Het alsnog gelegenheid bieden aan de benadeelde partij om hierover nadere informatie te verschaffen levert een onevenredige belasting van het strafgeding op. De rechtbank legt ten behoeve van de benadeelde partij wel de schadevergoedingsmaatregel op. Het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis wordt afgewezen.

Uitspraak

Lees de hele uitspraak met een gratis account

Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.